ENTERING MYANMAR IS LIKE STEPPING BACK IN TIME
Aangezien er veel vraag is naar een nieuwe update. Hier hebben jullie een ‘korte’ update.. En nu, alles lezen he! :-)
+ YANGON: geld wisselen was nog nooit zo’n avontuur!
Onze eerste momenten in Myanmar zijn er vooral van slaap inhalen na een paar hectische dagen in Bangkok, weinig slaap en wegens een jetlag. Eens goed uitslapen en een lekker ontbijtbuffet op het dak van ons hotel doen gelukkig wonderen. En zo slagen we er dan toch in om ons de eerste dag buiten ons hotel te wagen en op verkenning te gaan. Een verkenning met een belangrijk doel, en bij deze ook een uitdaging, staan vandaag op het programma: we moeten onze dollars omwisselen naar de lokale munt: Kyat. Eventjes ter verduidelijking: In Myanmar bestaan geen geldautomaten (inderdaad, dat heb je goed gelezen!), en bijgevolg moet je als toerist het land binnenkomen met voldoende Amerikaanse dollars. En niet zomaar dollars nee, die moeten dan ook nog eens in perfecte staat zijn: eigenlijk zo goed als nieuw, want er mogen geen scheuren in zijn, er mag niet op geschreven of op gestempeld zijn (wat hier in Azie totaal niet zo vanzelfsprekend is als bij ons), en nee er mag zelfs geen kreukje in zijn!
En eens je dan eindelijk die perfecte dollars in handen hebt, moet je dus een deel omwisselen in Kyat. Dat lijkt op zich ook niet zo ingewikkeld, nee, was het niet dat de officiele wisselkoers veel te laag is. Bijgevolg ga je dus best op de zwarte markt op zoek naar een betere wisselkoers. En dat is nu net de uitdaging! We worden onmiddellijk gewaarschuwd: Pas op met de mannen die je op straat aanspreken, want ze halen allerlei trucjes met je uit om je te bedotten. En alhoewel we die waarschuwing wel geloven, willen we zelf toch eens de proef op de som nemen.. aja natuurlijk! En ja hoor, ze geven je een betere koers dan mogelijk is, waardoor natuurlijk iedereen geinteresseerd is. Maar eens je het aantal biljetten zelf wilt natellen, en nadien ook zo slim bent om ze hen de getelde biljetten niet meer terug te geven, dan slaan ze plots in paniek... Dan komt er ‘toevallig’ een andere man bijstaan om hem te hulp te snellen... En wat is hun laatste geniepige poging dan? Wel, dan proberen ze je te doen geloven dat het dollarbiljet van jou niet het goede serienummer heeft... “Voor dit serienummer kunnen we niet anders dan je een lagere koers geven.” Die snoodaards toch! Maar dat is dan mooi buiten Michaël en Isabel gerekend! Hihi! We trappen er dus lekker niet in, en wisselen ons geld even later om aan een eerlijke rate in een klein winkeltje. Goal accomplished!
Na een paar dagjes op het gemak, voelen we ons alletwee klaar om de rest van Myanmar te verkennen. Meer bepaald, we staan te popelen! We hebben tot nu toe immers al een erg positief beeld van de bevolking: zo hulpvaardig, altijd zo vriendelijk en altijd maar lachen. Dat belooft...
+ BAGAN: stupas, huifkarren en lieve, lieve mensen...
Onvergetelijk mooie fietstochten
Onze eerste bestemming is Bagan, waar zich 4000 stupas bevinden te midden een prachtig gebied (41km²), omgeven door bergen en een rivier. Rust en natuur is wat we hier zoeken. En alhoewel Bagan de meest toeristische plaats is in heel Myanmar, is het ook exact die rust en natuur die we hier vinden. Dagen aan een stuk huren we een fiets en verkennen we het gebied. Het gaat ons niet om de stupas op zich, maar om de uitgestrekte zichten met ontelbaar veel torentjes en het prachtige kleurenspel die er telkens mee gepaard gaat, zeker bij zonsopgang en -ondergang. We leren al snel de toeristische hotspots te mijden en in de verlaten delen op zoek te gaan naar net die ene half vervallen ingang, net die ene verstopte, miniscuule trap, die ons naar boven leidt en ons een nog een zoveelste betoverde landschap aanbiedt... Ik mag daarbij wel niet vergeten vermelden dat de eerste dag op de fiets niet bepaald onze geluksdag was: ik laat binnen het eerste uur mijn fototoestel per ongeluk vallen... Ja, no surprise there, hoor ik jullie al denken :-) Maar natuurlijk is er op dat moment geen zandweg te bespeuren, nee, zelfs geen ieniemieniebeetje stof om de val te breken... niets... rien... nada... En valt hij dan ook nog rechtstreeks op de lens. Bij deze denk ik dus afscheid te mogen nemen van mijn dierbare vriend de panasonic lumix... Sorry mams&paps!
Gelukkig heeft Michaël net zelf een nieuwe camera gekocht, en kunnen we de situatie dus nog redden. Gelukkig zei ik? Wel, dan toch niet vandaag, want enkele minuten later valt zijn camera doodleuk uit.. Batterij leeg... En om de dag compleet te maken hebben we een half uur later dan nog es platte band ook! Natuurlijk is er geen mens te bespeuren.. of wacht.. wat blijkt... die man die samen met zijn familie voor de tempel zorgt, blijkt wat van platte banden te weten en helpt ons zo snel weer op pad! En zo komen we in contact met een leuk familietje. De man leert Michaël erg fier hoe hij katapult moet schieten: hij plaatst een plastiek fles op een cactus, en BAM, hij raakt de fles van ver! Michaël daarentegen, wel euh... laat ons zeggen dat het veel moeilijker is dan het eruitziet! Geen paniek hoor Boelietje, “Practice makes perfect.” :-)
Wat een pracht van een volk, maar wat een verschrikkelijk corrupte regering...
Al snel worden we verliefd op het erg behulpzame, lieve en charmante volk van Myanmar... Om zo maar enkele voorbeelden te geven: telkens we ergens binnenkomen en we spreken een meisje aan, komen er onmiddellijk een paar andere bijstaan om ons zeker goed en snel te kunnen helpen. Ze beginnen al snel te giechelen, en behelpen zich met gebrekkig Engels. Al snel ontstaat zo een charmant, giechelend gesprek met woorden, maar meestal vooral met gebaren. Ook een leuk iets waar we telkens weer van opkijken is hoe ze hier, bijvoorbeeld, de ober roepen: ze maken hetzelfde geluid dat wij maken om een dier te lokken! Een Belg die we hier leren kennen, ergert er zich zelfs zodanig aan dat zijn middenvinger spontaan begint te trillen als ze hem zo roepen! Wij vinden het best wel grappig eigenlijk.
Bagan zelf vinden we fantastisch: niet te druk, nog veel onverharde wegen, superlieve mensen en vooral een prachtige omgeving. Het belangrijkste van dit alles is, nogmaals, het volk! Zo raak ik voor het eerst tijdens onze reis geëmotioneerd... De tranen wellen spontaan in me op tijdens een stil moment... Waarom? De mensen worden zodanig onderdrukt door het militaire regime dat ze er onderling niet durven over praten, uit angst om verklikt te worden. Met als gevolg: ze praten er des te gemakkelijker over met toeristen. En dat gebeurt dan ook een paar keer: de eerste keer dat iemand zijn hart lucht aan ons is in een restaurant. Het is laat (wat hier betekent dat het slechts 21u30 ‘s avonds is), er is niet veel leven meer op straat en wij zijn nog de enige klanten. Het ideale moment voor hem om eens eerlijk te kunnen uitdrukken wat er op zijn lever ligt: hij wilt weg uit Myanmar, maar hij is enig kind, en hij kan zijn moeder niet alleen achterlaten. Hij vertelt ons dat hij het beu is om te wachten en te hopen op verbetering, want hij doet dat al 30 jaar... Maar wat ons vooral altijd zal bijblijven, zijn de volgende gedachten die hij emotioneel en met tranen in de ogen aan ons blootstelt: “No human life, but ANIMAL life”.
Dat gesprek, en ook een later gesprek met een gids, samen met het feit dat de mensen hier zo ongeloofelijk lief zijn, maar tegelijkertijd zo vreselijk onderdukt worden door de Generaal leidt voor het eerst tijdens de reis tot een traan... Een moment stilte na een drukke dag vol prachtige, lieve mensen en een belangrijke, mooie gouden pagode zorgen hiervoor... We beginnen echt wel een zwak te krijgen voor dit land, of beter gezegd, voor zijn mensen...
Meisjes, boeddhistische monniken, komen hier net voorbij: ze zingen terwijl ze de straat aflopen en vragen zo om offerandes. Leven van wat je krijgt, zo moeten ze zien rond te komen. Er zitten zoveel jonge meisjes bij, het is mooi maar triest tegelijk. Goed wetende dat velen monnik of non moeten worden van de familie, omdat ze simpelweg niet genoeg geld hebben om het kind te onderhouden.
Als figuranten in een westernfilm
Wat een derde dag sightseeing moet worden, verandert plots als we Chocho leren kennen. Tijdens onze lunch slaat hij een gesprekje met ons. Onze eerste reactie is wat geïrriteerd, want hij is niet de eerste en we willen op ons gemak eten zonder iemand die ons iets probeert te verkopen. Maar snel ontdekken we achter de verkoper een lieve, simpele jongen die veel meer in zijn mars heeft dan enkel een verkoper. Hij drinkt niet, rookt niet, en wilt ook niet met de ‘coole’ kinderen optrekken. Bovendien gelooft hij ook steevast in het Boeddhistische principe dat alles terugkomt: doe je iets negatiefs, dan zal je ook later iets negatiefs overkomen.
We verlaten het restaurantje eventjes later om op verkenning te gaan tussen alle huifkarren. Binnen een week is hier een groot religieus festival, en hiervoor komen mensen van heinde en ver met hun huifkar. De vele huifkarren zijn prachtig. We bevinden ons nu temidden een huifkarren-dorp: huifkarren die tegelijkertijd dienst doen als slaapkamer, woonkamer, schuilkamer voor de zon... , koeien (die de karren voortrekken) staan te grazen, kinderen die spelen... Het dient dan ook niet gezegd worden dat het hele schouwspel betoverend mooi is... We bevinden ons precies midden in een westernfilm. Van tussen de vele huifkarren komen mensen nieuwsgierig kijken naar ons, de blanken. Vele foto’s worden genomen en getoond. Gevolgd door veel gegiechel, een enthousiaste kreet hier en een beschaamde glimlach daar... Het duurt dan ook niet lang of we worden gevolgd door een groep kinderen. Ondertussen heeft Chocho ons ook vergezeld en is hij gids/vertaler van dienst. Zo kunnen we toch wat met hen communiceren. Maar wat ons vooral bijblijft is dat ze ons met grote ogen aanstaren, en beschaamd lachen en giechelen. Eentje voelt zelfs aan Michaël zijn krullen, zijn haar op zijn armen en... zijn okselhaar! Haha! Hier hebben ze namelijk geen haar op de armen of benen, onder de oksels, en ook geen baardgroei! En zijn ze al zeker niet blond! Wat een onvergetelijke namiddag tussen al deze lieve mensen! Mmmmmmwah! Ik wou dat ik ze kon kussen!
+ HSIPAW: op naar het Zwitserland van Myanmar
Na Bagan trekken we verder richting het noorden. We passeren Mandalay, en we maken een korte tussenstop in Pyin U Lwin. Hier merken we al snel heel veel groene legeruniformen en hebben we niet direct een waw-gevoel, dus we reizen snel verder naar een noordelijker gelegen stadje Hsipaw genaamd. Hsipaw bevalt ons wel onmiddellijk: het is duidelijk veel minder toeristisch dan Bagan, de sfeer is relaxed, mensen zijn ook hier weer vriendelijk en lachen veel... Na 2 dagen, een kloosterbezoek, een sunset vanop een nabije berg, en verder niet erg veel actiefs meer, beslissen we de trekking van Namsa naar Hispaw aan te gaan.
De volgende dag nemen we een lokale jeep richting Namsa, ook wel het Zwitserland van Myanmar genaamd, dus dat beloofd! De jeep zou ons om 10u oppikken, maar wat een verrassing (uhum), 10u wordt al snel 11u en om 11u30 komt dan toch een krakkemikkige jeep opdagen. Als enige toeristen tussen de locals gaan we de stoffige en hobbelige weg tegemoet... “You have a scarf?” vraagt de kerel van het hotel ons nog... En ja, die hebben we nodig want het belooft een stoffige rit op een harde stoel en vooral een... KOUDE rit te worden! Doordat de jeep volledig open is, en we enkele uren moeten wachten omdat ze aan de baan aan het werken zijn als de zon spijtig genoeg al achter de bergen verdwenen is.. heb ik het koud, erg koud! Gelukkig hebben de lokale mensen ook hier iets op gevonden: gewoon een vuurtje stoken telkens we ergens moeten wachten en voila!
Tijdens de rit zijn een dametje en haar moeder enorm vriendelijk, ze bieden ons een drankje aan... en even later nodigen ze ons uit om bij hen thuis te komen logeren! Waarom niet, denken we, zo zien we echt eens hoe ze hier leven! We stappen uit en een man uit de jeep waarschuwt ons dat er geen luxe is in hun dorp... Dat zal ons een worst wezen! Maar ondertussen gaat de familie er al vandoor... raar... We kunnen nu toch moeilijk achter hen aan lopen? Misschien hebben ze zich bedacht, maar durven ze het niet zeggen? Of... Of... Of... Culturele verschillen zeker? Een beetje ontgoocheld stappen we opnieuw in de jeep, maar achteraf gezien zijn we toch blij. Blijkbaar bevond het dorp zich toch nog een 20-tal km van onze eindbestemming. Nja, we wisten niet meer juist hoe we die “miles” moesten omrekenen...
In Namsa, het startpunt van de trektocht, ontmoeten we de gids Santi. Het klikt onmiddellijk met deze joviale, grappige 59-jarige en de dag nadien vertrekken we samen te voet richting Hsipaw. Eerst twijfelen we nog of we wel een gids willen nemen, maar al snel blijkt dat we de goede beslissing genomen hebben. Hij kent niet alleen alle shortcuts, maar, vooral, dankzij hem is ook communicatie met de dorpelingen mogelijk!
Dag 1: whiskey, naked movies en een geheime tv-zender
Na een gezellig ontbijt samen met een toffe Israëliër en een leuk koppel uit Zwitserland, trekken we er op uit. Michaël met een grote trekzak en ik met een klein rugzakje: IDEAAL :-) De 1e dag is echt super: we passeren vele kleine dorpjes vol lachende en zwaaiende mensen, we lopen door mooie groene valleien vol theeplantages, tussen kleine riviertjes en watervallen... Rond 11u nemen we onze eerste theepauze bij een oud mannetje thuis, een vriend van onze gids Santi. Hij biedt ons een lekkere zelfgebrouwd mengsel aan en toont ons apetrots een cadeau die hij enkele jaren terug cadeau kreeg: een instrument om water te zuiveren. “Je kunt er zuiver water mee drinken uit een modderplas!” zegt hij zo fier als een pauw. De man woont in een erg simpel huis, met zo goed als geen meubels, en het instrument is precies zijn kostbaarste bezit, zo trots is hij. Michaël heeft bijgevolg het hart niet om hem te zeggen dat het hoogstwaarschijnlijk niet meer werkt...
‘s Middags lunchen we bij een superlief gezinnetje omringd door vele kinderen. De maaltijd is simpel, maar je voelt dat ze echt hun best doen om ons te verwennen. Als we de mama achteraf wat geld willen geven voor de maaltijd, weigert ze... Na wat aandringen neemt ze het uiteindelijk toch aan als we haar zeggen dat het voor de kinderen is... Om haar dankbaarheid te tonen belooft ze voor ons te bidden.
Enkele leuke dorpjes later komen we bij onze slaapplaats aan: een klooster. Het valt ons onmiddellijk op dat de monniken roken... Waarop Santi zegt: “As you wish!” Na het avondmaal voelt Michaël zich wat gegeneerd om de whiskey boven te halen, we bevinden ons immers tussen monniken. Maar op vraag van Santi, durft hij ook niet goed te weigeren. We leggen onze weerhoudende houding uit, waarop Santi opnieuw zegt:“As you wish!” Michaël verstopt de fles toch maar wat onder de tafel... Uit een later gesprek blijkt dat de monniken volgens onze gids “ook maar mensen zijn”. “The only difference is the clothes.” Hij spreekt uit ervaring, want zelf is hij ook nog monnik geweest (3 maanden toen hij 18 was en 9 maanden rond zijn 40e):” Ze roken en drinken ook, ze kijken ook naar naked movies...” Volgens hem worden velen ook monnik omdat ze te lui zijn om te werken en een gemakkelijk leven verkiezen. “And have you ever seen a monk that is rich? Never!” Daar wordt de illusie toch wel mooi aan flarden geslagen!
Al snel blijkt ook waarom hij zo graag in dit klooster wou blijven slapen: hij kan er in het geheim naar de enige democratische tv-zender kijken! (Alles wordt in Noorwegen opgenomen door ontsnapte Birmezen en via satelliet stroomt het de huiskamers binnen. Wat de overheid natuurlijk probeert te voorkomen, maar gelukkig niet lukt!) Hoe grappig om te zien hoe ze op tv uitleggen hoe je zelf een antenne kunt maken om ontvangst te hebben! Ook wel zalig om te zien dat er toch tenminste 1 tv-zender en 1 radiozender bestaat die de waarheid kunnen spreken, zonder de invloed van de overheid.
Tijdens die 1e dag hebben we ook een goed gesprek over de overheid met onze gids: hier in de bossen, ver van alles en iedereen kan de waarheid gesproken worden. Zonder de kans dat hij verklikt wordt door een spion van de overheid. Hij vertelt ons hoe Namsa zich een tijd geleden heeft moeten overgeven aan het militaire regime, omdat ze ermee dreigden de rijstaanvoer te blokkeren. En zonder rijst, hier geen leven... Nu is elke dorpschef verantwoordelijk om mensen naar de overheid door te sturen, als een spion iets ‘onaanvaardbaars’ heeft opgemerkt. Zo durven ze bijna nooit over het regime spreken uit angst om te ‘verdwijnen’ (= naar de gevangenis of als ‘kanonvoer’ gebruikt worden... (=mensen worden verplicht om de amunitie van het leger te dragen tijdens gevechten, worden geketend het gevechtsterrein ingestuurd om zo te testen of er geen mijnen liggen...)) Maar volgens de “General” doen ze dat natuurlijk ‘vrijwillig’... We leren dus al snel dat de Birmezen misschien wel altijd lachen, maar dat er achter die lach erg veel angst en verdriet schuilgaat...
Verder kan ik hier nog uren doorgaan over alle verschrikkelijke dingen die het regime begaan heeft en nog steeds begaat, maar daarvoor bestaat Google he. Toch wil ik nog een verhaal met jullie delen, het verhaal van de jademijnen in het noorden van het land. Als toerist mag je slechts bepaalde delen van het land betreden, dus je kunt al raden dat ze in die verboden delen hoogstwaarschijnlijk iets te verbergen hebben. Zo ook in de meest noordelijkste staat, waar de jade-mijnen zich bevinden. Santi is daar zelf ook gaan kijken, omdat hij het met zijn eigen ogen wou zien en weten. En wat hij ons vertelt is verschrikkelijk, en het klopt met wat ik las: 1000en mensen worden er uitgebuit, en een deel van hun loon wordt in heroïne uitbetaald. Bijgevolg is er erg veel verslaving. Zelf beschrijft Santi het als “precies een klaslokaal: rijen, rijen en rijen banken staan opgesteld om te snuiven...”. En alsof dat niet genoeg is, tiert ook de prostitutie welig en wordt dit alles gesponsord door Chinees maffiageld. De plak wordt er gezwaaid door legerofficieren die daar als beloning na goede dienst de mensen mogen gaan uitbuiten. Asjeblief!
De nonnetjes en monniken verzorgen ons voor de rest goed, maar als ze om 4 u ‘s morgens al opstaan om te bidden, te koken... En vooral te bidden en zingen op 3m van mijn bed! Dan was ik stiekem aan het bidden of ik niet stiekem in een hotelkamer verder kon gaan slapen.
Dag 2: Waarom wij wit zijn en zij bruin
We zitten vandaag wat achter op schema, dus er wordt wat meer gestapt en minder gethee-pauzeert dan gisteren. Na een lekker ontbijt bij de nonnekes (nee, alle, toch weer geen rijst zeker? Ale, ge meent het?), stappen we 1,5uur tot een mooi uitzichtpunt. Daar krijgen we natuurlijk weer een theetje aangeboden. Ik speel er met een superkoddig puppietje en we leren er een weeskindje kennen die er nu woont samen met een familielid die haar onderhoudt.
Onze lunch eten we nogmaals bij een nonnetje. Alhoewel, ik vraag me of non wel de correcte benaming is want, naast het feit dat ze dezelfde kledij draagt en ook mee bidt, doet ze enkel dienst als meid en kokkin... Het meisje is non geworden omdat haar ouders gestorven waren op jonge leeftijd. Ze is gelukkig, vertelt ze ons, dat ze enkel het huishouden en koken als taak heeft. En niet, zoals sommige andere nonnen het harde labeur aan de baan... “Waarom gaan nonnen in godsnaam werken?”, vragen we ons naïef af. “Zijn die niet de ganse dag bezig met hun geloof en de taken in en rondom hun klooster?” “Ze gaan werken enkel en alleen om hun karma te verbeteren, want geld verdienen ze er immers niet mee”, krijgen we als antwoord...
Vervolgens toont ze ons apetrots een tijdschrift vol lokale en internationale beroemdheden. Ze verstaat er niets van want ze kan immers niet lezen of schrijven, maar ze kijkt wel erg aandachtig naar de prentjes. Dan vraagt ze ons simpelweg: “Welke make-up gebruiken jullie? Ik zou graag zo wit zijn als jullie.” !!! Haar mond valt bijna open als ze hoort dat wij helemaal niets van make-up gebruiken om wit te zijn, en dat wij nu eenmaal zo wit zijn. Om nog iemand te ontmoeten die zo weinig van de wereld afweet, amaai... Dit meisje is echt wel wereldvreemd...
Na de lunch stappen we verder richting slaapplaats. De wandeling is alvast veel lastiger dan gisteren maar gelukkig zijn er af en toe nog leuke dorpjes met kindertjes die lief naar ons lachen en zwaaien... Ooooh... Wat zijn ze toch allemaal lief en grappig en koddig en... Ik zou er onmiddellijk eentje kunnen adopteren! Nee mama, we hebben het spijtig genoeg niet gedaan. Je zult nog eventjes moeten wachten op je eerste kleinkind! :-)
‘s Avonds arriveren we, net voor het vallen van de avond, bij een lieve familie temidden een gezellig en erg simpel dorpje. Ook de familie heeft het allesbehalve breed: hun huis is erg simpel: op palen en van hout gemaakt, bijna geen meubels (enkel een laag tafeltje en wat kussens, een kastje en een vuurpit dat tegelijk dienst doet als fornuis en als chauffage). En dat met 6 kinderen! De kamer (= hun enige kamer, naast nog 2 kleine kotjes die dienst doen als slaapkamer) hangt vol rook als we binnenkomen, met als gevolg dat we de volgende ochtend wakker worden met prikkende ogen en Michaël ook met keelpijn. Dit is echt wel een “homestay”! En hoe lief is het niet om te zien dat ze ons in de watten willen leggen, ook al hebben ze zo weinig... Ze maken het zo goed mogelijk naar onze zin qua eten en drank, en als ik het zoontje na zijn avondeten een een stukje koek aanbiedt, weigert hij steevast. Ik dring wat aan, en uiteindelijk neemt hij het toch aan maar dat is dan buiten de vader gerekend, want de jongen begint te wenen na zijn preek. Nja, misschien was het toch niet zo’n goed idee, nu ondermijnen we precies het gezag van de vader... Om de situatie te redden bieden we de ganse familie een dessertje aan. En Michaël geeft persoonlijk een stuk aan de vader. En dat blijkt de goede oplossing te zijn. Nu zit iedereen blij te smekken. De lekkernij is een groot succes! En dat doet ons deugd! Dit is toch een van de manieren waarop wij onze dankbaarheid kunnen uitdrukken.
Na het avondmaal tonen we hen foto’s van familie en vrienden, en dat vindt de ganse familie fantastisch! Hierna tonen we hen ook ons Point-it boekje (= een boekje vol prentjes die je kan aanwijzen om zo te kunnen communiceren. Bv: je toont noodles, als je in een restaurantje graag noodles zou eten.) En amai, wat doorbladeren ze het boekje aandachtig! Dingen die voor ons zo vanzelfsprekend zijn, leggen we aan we hen uit en wat zijn ze geïntrigeerd... Ten slotte is er nog een iets dat ook veel aandacht krijgt: mijn contactlenzen. Als ik voor het slapengaan mijn lenzen uitneem, zit de ganse familie geïnteresseerd mee te kijken! Voor ons gaat de meeste verwondering uit naar het toilet: een hutje op 30m van het huis zonder deur en gewoon wat planken met een gat ertussen. Het doet me denken aan die ene keer in India in een busstation waar de wc gewoon uit een goot bestond met muren vol gaten... We verlaten de familie met een goed gevoel: waw, dit was echt wel een Homestay! Dit is pas couchsurfen!
Dag 3: Miss blauwnagel en Mister mankepoot!
De 3e dag is ongetwijfeld de zwaarste wandeldag: we wandelen in totaal 10 uur en theestops of dergelijke zijn vandaag onbestaande. Amai, mijn voeten... Ook qua landschap vinden we het minder impressionant dan de vorige dagen, en er zijn ook veel minder dorpjes. Maar er zijn wel mooie velden en waterbuffels (Knoddig!!!) die in de velden werken en als pauze gezellig een modderbadje nemen. Tegen dat we terug in Hsipaw aankomen, zijn we alletwee doodop! Michaël mankt zowat en ik heb overal pijn aan m’n voeten... En JAWEL, hoe kan het ook anders: ik heb natuurlijk weeral 10 blaren en 2 blauwe teennagels als beloning! (Zouden ze opnieuw uitvallen of niet? hmmm...)
Verwondert het je dat we de volgende dag echt nood hadden aan een dag rust? Moe maar voldaan gaan we een welverdiende nachtrust tegemoet...
+ INLE LAKE: hoe een tuin kan drijven
Na een lange dag reizen, komen we toe in de Shan State, aan het grote Inle Lake. Vele guest houses zitten vol, maar we komen gelukkig in een goed hotel terecht, MET lekker ontbijt! Een pannenkoek, koffie of thee, vers fruit, vers geperst fruitsap, toast en een eitje. En dat mag wel, want na 3 weken zijn we helemaal niet meer “egg”-cited over het ontbijt van de meeste hotels hier in Myanmar: koffie of thee, een stuk fruit als je geluk hebt en toast met een ei (en of je nu “scrambled”, “fried”, of een omelet vraagt, het ziet er allemaal exact hetzelfde uit!). In het begin van de reis is dit nog ok, maar na een paar weken wordt het toch behoorlijk saai! Gelukkig kunnen we alvast beginnen uitkijken naar het zalige ontbijtbuffet van onze guesthouse in Yangon... mmmm...
Inle Lake bevalt ons wel. Onverwachts beslissen we om een boottocht te doen met twee andere Duitse meisjes en worden we een hele dag op het meer rondgevoerd. Natuurlijk worden de nodige toeristische stops gemaakt: een zilversmid met winkel, een plaats waar ze de typische sigaretten maken (met o.a. honing en banaan!) met winkel, en ten slotte nog een winkel waar “Long-necks” of “Padaung Hill Tribe” aan het werk zijn. Iederen kent het volk vanwege hun erg herkenbare ringen rond de nek. Hierna gaan we ook naar een weverij van katoen, gewone zijde en zijde gemaakt van waterlelies (!). Een heel erg dure stof trouwens, nog veel duurder dan gewone zijde. Ten slotte brengen we een bezoekje aan de mega-super-fantastische afsluiter van de dag: *trommelgerof* *trommelgerof*... “The Jumping Cat Monastery”!!! Hier hebben monniken katten door een hoepeltje leren springen! Zo ridicuul, naar zo grappig tegelijkertijd! Al die toeristen die naar springende katten staan te kijken, hilarisch toch?! Misschien moet ik dat de katten van ons thuis ook eens leren? Daar valt geld mee te verdienen! Neenee, die van ons blijven lekker rustig doorslapen...
De boottrip is mooier dan verwacht, zeker ook omdat het meer omringd is door een gebergte. Vooral de “floating gardens” maken indruk op ons: hele tomatenplantages drijven gewoon op het water en worden op hun plek gehouden door stokken. Echt leuk om te zien: Michaël loopt er eventjes op en zakt er amper lichtjes door, het is steviger dan verwacht! Cool is hier ook de manier waarop ze traditioneel roeien: met een voet op het uiteinde van de boot, en de andere voet rond de roeispaan... Het is mij een raadsel hoe ze hun evenwicht bewaren! Verder genieten we van een ontspannen dag samen met de twee toffe Berlijnse meisjes. Als leuke afsluiter van de dag gaan we ‘s avonds nog met een groepje gezellig uit eten.
De laatste dag gaan we per fiets naar een wijngaard. Jaja, een wijngaard hier in Myanmar! We proeven er hun verschillende wijnen op een zalig terras met prachtig uitzicht over de vallei en het meer... Dit is genieten! Erna gaan we nog naar een mooie zonsondergang kijken vanop een heuvel wat verder in de vallei.
+ YANGON: Diamonds are a girl’s best friend
Tijd om verder te gaan nu, meer bepaald om terug te keren naar Yangon, van waar we verder vliegen naar Kuala Lumpur, Maleisië. Eenmaal aangkomen in Yangon bezoeken we de prachtige “Shwedagon Pagode”, volledig in bladgoud bedenkt en gigantisch groot! Wel 98m hoog! Naast enorm veel bladgoud, werden er ook 2000 edelstenen gebruikt en een diamant van 76 karaat die zo groot is als een vuist! Het is adembenemend mooi! Of zoals ik het ergens las: “The Shwedagon Pagoda exudes a beauteous serenity.”
Het is nu ook Chinees Nieuwjaar, dus we zien wat drakendansen op straat, wat kermiskraampjes waar je kunt gokken, op ballonnetjes kunt mikken, allerlei lekkers kunt eten...
Spijtig genoeg moeten we nu Myanmar verlaten, en gaan we nu naar KL (=Kuala Lumpur), waar ik binnenkort mijn 10-daagse vipassana meditatie cursus zal volgen... 10 dagen stilte, niet lezen of schrijven, niet naar muziek luisteren, niet eten na de lunch en vooral... bijna 11u per dag mediteren! En Michaël trekt er 2 weken alleen op uit, om eens alles te doen dat hij met mij niet kan doen! Ik ben alvast erg benieuwd hoe we dit alles zullen ervaren... Jullie ook? Binnenkort meer hierover op de blog.
+ Enkele schoonheidstips uit Myanmar:
- Vele meisjes en vrouwen, en ook sommige jongens, smeren hier “thanaka” op hun gezicht. Dit oogt in het begin grappig, vooral omdat de meesten het precies in een rapte op hun gezicht gesmeerd hebben, en het dus optisch niet echt mooi oogt. Zij gebruiken de “thanaka”, gemaakt van boomschors, als make-up, maar ook als gezichtscrème en als bescherming tegen de zon.
- Vrouwen steken hun haar hier dikwijls op een erg simpele manier op: Gewoon een kam erin en hopsakee! Haar is opgestoken met kam en al erbij!
+ Wist je dat:
- De mensen hier zodanig hulpvaardig zijn dat de kuisvrouw van de wc’s op de luchthaven je na het wassen van de handen spontaan wat wc-papier aangeeft om je handen te drogen?
- Er hier erg veel zingende nonnetjes rondkomen voor offerandes? Hier nog veel meer dan in Laos, bijvoorbeeld.
- Je in Bangkok best geen etenswaren in je trekzak bewaard? En best ook geen zeep laat rondslingeren? Vlak voor we naar Myanmar vliegen, knabbelen de ratten ‘s nachts in onze hotelkamer aan onze zeep en hebben ze ook erg veel zin in muesli! Zo veel zin dat ze er zelfs de moeite voor doen om een gat in Michaël zijn trekzak te bijten! Bangkok is dus echt wel een propere stad!
- De vrouwen hier 20 jaar geleden een zo plat mogelijke voorkant wilden hebben?
- Er op de postzegel van Myanmar 2 nationale vlaggen staan? Die van Myanmar en rararara, die van China... De invloed van China is echt overal in zuid-oost Azië te merken, maar hier toch wel het meest.
- Vele Birmezen dan ook gewoon zeggen dat ze beseffen dat ze binnen 100 jaar waarschijnlijk aan China zullen toebehoren?!
- Mannen hier erg fier zijn op enkele sprietjes haar op hun kin? Aangezien de mannen hier geen baardgroei hebben, zijn ze enorm trots op elk sprietje omdat dit hun mannelijkheid beaccentueert.
- Het nationalisme hier, na Thailand, hier ook erg aanwezig is? Alleen is het dan wel op een onderdrukkende manier natuurlijk. Toen we bijvoorbeeld naar de cinema gingen, kwam net voor de film begon, het volgende opschrift op het scherm: “All citizens pay respect to their national flag”. Hierna komt de nationale vlag, wapperend in de wind, op het scherm en wordt het nationale volkslied afgespeeld. Het valt ons op dat de meesten maar heel erg kort rechtstaan... Totaal anders dus dan in Thailand, waar werkelijk iedereen in het station, op de avondmarkt... rechtstond gedurende de volledige duur van het volkslied!
- Voor ons de goedkoopste cinema ooit was? 1 dollar per persoon!
- De aanstekers hangen in theehuizen en restaurants met een touwtje aan het plafond bevestigd! Gemakkelijk bereikbaar en minder kans op verlies!
- Monniken getraind worden om nooit in de ogen van een vrouw te kijken? Zo ondervinden ze zo weinig mogelijk verleiding. Ik heb dit ook enkele keren ondervonden. Bij de “As you wish” monniken toch wel iets minder...
- Ze hier soms spuugbakken voorzien om hun “betelnut”-restanten in uit te spuugen? Ziet er trouwens uit alsof ze bloed spuugen... “Through browned teeth, men chew betelnuts, spitting dollops of blood red juice onto the earthen ground.” Net zoals in India trouwens, maar het is toch iets dat moeilijk went!
7 maart 2011
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Wie wil reageren...laat je maar eens goed gaan!