30 maart 2011

Sumatra

(17-02-11 tot 4-03-11)

+ Date aan Kristina Guesthouse, in Ambarita of in Tuktuk..? Hmmm?

Na mijn vipassana en na Michaël zijn avonturentocht, spreken we samen af in Sumatra aan “Lake Toba”. Michaël gaf me naam en adres door van een guesthouse, maar eenmaal onderweg blijkt dat de guesthouse helemaal niet bestaat... Of toch niet op dat adres tenminste... Grrrr... Ik heb tijdens mijn vipassana niet al te veel nachtrust gehad, en vanmorgen moest ik alweer om 4u30 op voor mijn vlucht. Dan nog een busrit van 6u, een boottochtje en een korte busrit verder, kan ik Michaël wel **** Neenee, grapje, ik ben misschien wel versleten, maar het vooruitzicht om hem terug te zien, helpt! Eventjes later vind ik gelukkig de genaamde guesthouse, weliswaar in een ander dorp, maar swat! Blij stap ik in de richting van de ingang, en vraag achter Michaël. “Michaël?”, krijg ik als antwoord,“van Denemarken?” “Euh nee... van België!” “Nee, niet gezien.” Ja lap zeg.... Gelukkig weet hij na een korte beschrijving over wie ik het heb. Zijn blonde krullen komen hier dan ook erg van pas, want ze zijn heel erg herkenbaar! “En waar is hij?” vraag ik vervolgens. “Wel, hij staat aan de pier te wachten op jou!” En dat blijkbaar al de hele dag... Hij had gehoord dat zijn informatie niet klopte, en om elkaar niet te mislopen, had hij beslist mij op te wachten nog voor ik de boot kon nemen. Dat ik wel lief. Was het niet dat er daar 2 pieren zijn, en ik natuurlijk aan de andere pier mijn boot heb genomen!!! Swat, dan keer ik met de boot terug om hem te verrassen misschien? Nee, want er zijn geen boten meer... Maar gelukkig is er wel nog een laatste boot richting het eiland waar ik me nu op bevind. Een telefoontje later, en hij is op weg naar mij...

Lake Toba is de ideale plaats om wat te bekomen van al onze avonturen. Zoals de naam al doet vermoeden, verblijven we bij een prachtig meer op een eiland Pulau Samosir genaamd. Spijtig genoeg zijn er niet veel toeristen, omdat vele mensen bang zijn geworden door de vele vulkaanuitbarstingen, tsunami’s... En hierdoor voelt TukTuk, waar de meeste guest houses zich bevinden, een beetje aan als een spookstad. Maar gelukkig maken de mooie natuur en de lieve mensen veel goed! De laatste dag huren we een brommer en gaan we op verkenning. We zien mooie, grasgroene rijstvelden, prachtige Batakse huizen (het volk dat rond het meer woont) en hebben vele mooie zichten over het meer. Wat hier ook leuk is, is dat de Batakken Christelijk zijn. We zien dus overal kerken, graven, geen hoofddoeken, kortere rokjes... en we zien ze helemaal opgetut naar de zondagsmis gaan. Hier hangt bijgevolg een volledig andere sfeer dan in de rest van het land, waar de overgrote meerderheid moslim is (Indonesie is het grootste moslimland ter wererld nvdr).


+ Bukit Lawang: Oe oe oe!

Vervolgens trekken we naar Bukit Lawang, een van de weinige plaatsen ter wereld waar je oerang oetans in het wild kunt observeren. We vinden er een erg goedkope kamer, die ook allesbehalve gezellig is... Maar geen nood! Michaël heeft het fantastische idee om de matras gewoon op het balkon te leggen. En dankzij het muskietennet van de mama zijn we dan ook nog eens beschermd tegen al het ongedierte. 1 nacht worden er 2, dan 3... en uiteindelijk worden het er 8! We ontmoeten er vele lieve mensen en bevinden ons op een prachtige locatie vol dieren. Wat wilt een mens nog meer? Bovendien krijgen we er maar niet genoeg van om elke ochtend wakker te worden met een briesje op ons gezicht, het ruisen van de rivier op de achtergrond, het fluiten van de vogeltjes, de aapjes (Long tailed macacques) die al springend de ganse buurt wakker maken... Ik wou dat ik hen kon meenemen om hen voortaan als wekker te gebruiken! We worden er spontaan goedgeluimd door wakker!

Af en toe komt er een gekkerdje van dichtbij kijken, en als we wat fruit bovenhalen, dan zijn ze plots zo bang niet meer haha. Uren en uren liggen en zitten we te kijken naar al die zotte aapjes rondom ons: hoe ze met elkaar vechten, en een seconde later de liefde bedrijven, hoe ze de vlooitjes uit elkaars haar halen, hoe een babytje aan haar moeder hangt, hoe ze in de vuilbakken gaan kijken naar restjes, hoe ze een winkeltje terroriseren om met een pak koeken aan de haal te kunnen gaan... Het kunnen toch echte sloebers zijn! De laatste dag merken we de grappigste aap ooit op: als hij kwaad is dan stopt en kijkt hij naar zijn tegenstander, en toont hij kort zijn tanden. En dan opnieuw en opnieuw... Zonder ook maar het minste geluid te maken! We hebben er spijtig genoeg geen fotos van, maar we kunnen je zeggen dat we kreupel lagen van het lachen! En kwam die sloeber dan ook niet nog de poncho van Michaël stelen de laatste dag! Natuurlijk zet hij er onmiddellijk zijn tanden in, en kunnen we de waterdichtheid op ons buik schrijven...

Naast de vele uren op ons zalige balkon, hebben we natuurlijk ook de jungle verkend. We zijn er zelf een paar keer op uitgetrokken, en hebben ons eens goed laten gaan haha. Kijk naar de fotos en je zult zien waar ik het over heb... Bovendien hebben we ook het geluk gehad om met een lokale hoteleigenaar en zijn familie langs de rivier te gaan wandelen. Ale, wat een wandeling langs de rivier moest zijn, is uiteindelijk meer een wandeling door de rivier geworden! Dolle pret verzekerd! Tijdens onze tocht zien we heel wat dieren: een grote groene slang (waarvan de naam ons onbekend is), een klein slangetje, een paar kameleons, enkele arends... Bovendien hebben we ook het geluk gehad om nog 2 nieuwe aapsoorten te zien: Thomas Leaf (prachtige apen, zie fotos) en Lutongs.

We blijven dus langer dan verwacht in Bukit Lawang plakken, door de prachtige jungle, de toffe mensen die we leren kennen, de rust, de aapjes... Maar nu moeten we echt wel vertrekken, want de datum van ons vliegticket nadert.


+ Banda Aceh: Op doktersbezoek en de Tsunami

In de meest noordelijke stad van Sumatra, Banda Aceh, beginnen we onze internetschade van de laaste 2 maanden in te halen en gaan we op zoek naar een dokter voor Michaël zijn oor... Jaja, jullie hebben het begin van de historie al op de post van Michaël kunnen lezen, en 2 weken later (eind februari) is het nog altijd niet opgelost... Een tiental dagen terug gingen we al eens bij een specialist op bezoek, en die constateerde dat de ontsteking over is, maar dat mijn lieveke nu opgescheept zit met schimmel door de oordruppels... Nu gaan we dus terug naar een dokter voor een check-up, en hopen dat alles nu definitief in orde is. Na bijna 2 maanden zou dit wel mogen! De dokter kijkt in zijn oor, en op een schermpje zie ik dat het er allesbehalve genezen uitziet... Aiaiai... Hij spreekt van een oorontsteking en een allergie... Een allergie? Wel dat is weeral iets nieuws! Een oorontsteking en schimmel hebben we al gehad, maar een allergie? Dan begint hij een hele uitleg te geven over hoe hij nu druppels in zijn neus en in zijn mond moet doen... In zijn neus en in zijn mond!!!??? We beginnen beiden een naar gevoel te krijgen bij deze dokter. Hij lijkt precies erg te moeten nadenken, zevert een beetje te veel naar onze goesting en komt allesbehalve professioneel over. Ook zijn lichaamstaal begint hem te verraden en hoe langer we hem aanhoren, hoe minder we hem geloven... Als we dan uiteindelijk uitgelegd krijgen wat “fungus” betekent in het Engels, en we hem de voorschriften van de vorige dokter op tafel leggen. Dan verandert meneer de dokter gewoon zijn conclusie! Nu plots is het een oorontsteking en schimmel! De allergie is blijkbaar plots verdwenen!!! Ik moet mij inhouden om niet eens mijn gedacht tegen hem te zeggen, want amai.. Hij is het niet waardig om zich dokter te noemen!

Bijgevolg gaan we hierna naar een groot ziekenhuis, dat mede opgebouwd is door Duits sponsorgeld, en waar we dus meer vertrouwen in hebben. En jawel, de dokter komt heel wat professioneler over, gelukkig! Onder het toeziend oog van zijn studenten, toont hij ons op een scherm hoe het oor van Michaël er nu werkelijk uitziet. Dit is duidlijk een scherm van betere kwaliteit en nu zie ik pas hoe erg zijn oor aangetast is... En ik ben blijkbaar niet de enige die dat denk, want de studenten zeggen allemaal in koor “aaaaaaaah”.... Een onsteking aan zijn trommelvlies is deze keer het verdict! Hopelijk kan zijn oor nu echt beginnen genezen... Hierover later meer.

Vrijdag 25 maart bezoeken we een paar overblijfselen van de Tsunami een paar jaar terug, in 2004. Het is wel zot om te zien hoe ver deze schepen gestuwd zijn door de golf. En hoe groot de schepen wel niet zijn! We hebben moeite om ons voor te stellen hoe het gelopen is die dag... Kijk naar de foto’s om een beter zicht te krijgen op de gruweldaden van de zee. Ook zien we op verschillende plaatsen palen staan om de hoogte van het water aan te geven: ze komen hoog boven de huizen uit!

’s Middags stappen we het vliegtuig op die ons eerst naar Maleisië brengt en dan verder richting de Filippijnen...


+ Wist je dat:

- Michaël en zijn zonnebril al heel wat leed hebben doorstaan?
In India heeft hij er met de brommer (en dan nog de erg zware Royal Enfield) over gereden. Hij was een beetje scheef, maar het was nog corrigeerbaar. In Thailand is hij er wel 3 keer op gaan zitten in korte tijd. En de 3e keer was fataal! De montuur was deze keer niet meer corrigeerbaar, maar de glazen nog in orde. We beslissen dan een goedkope montuur te kopen die er erg op lijkt, en we steken de goede glazen vervolgens in een nieuw montuurtje! Zo goed als nieuw!
Was het niet dat er een maand later, in Cambodia, een neushoudertje (ik zou begot niet weten hoe ik dat anders moet noemen) van valt... Tja... De bril is voor het ongeluk geboren! Een poosje later, deze keer opnieuw in Thailand, laten we de neusdingetjes vernieuwen! Op een zekere dag in Myanmar zet hij zijn bril op, maar oogt het nogal grappig: Er zit nog slechts 1 glas in! Hij loopt er een uur al zoekend voor terug, maar zonder resultaat... Tja, dat voelden we al aankomen zeker?!
Maar wonder boven wonder, de dag nadien tijdens een pauze op onze trektocht, ligt het vermiste glas plots op het pad... Michaël is er de eerste 5 minuten van overtuigd dat het om een grap gaat. Maar nee hoor, hij was blijkbaar tussen de leuning van mijn rugzak gesukkeld.. En was er vantussen gevallen toen ik ging zitten. Als dat geen toeval is!
Sindsdien zijn er geen voorvallen meer... Maar voor hoe lang nog... Dat is de vraag!

- De Indonesiërs erg muzikaal zijn? Mensen spelen dikwijls gitaar op straat, op cafe... en zingen er op los! Zalig, toch?

- Mijn dierbare Panasonic Lumix camera het dan toch niet begeven had na de toch-niet-zo-fatale val in Myanmar? Niet een cameraspecialist, nee, maar Michaël zelve heeft de lens vermaakt! Als ik toch geen schat van een vriend heb he! Allemaal heel erg leuk, was het niet dat we er net een nieuwe hadden gekocht in Kuala Lumpur... Och ja, we zeulen graag wat extra gewicht met ons mee! NOT!

- Er tijdens de maand februari wel degelijk een boot gezonken is in Halong Bay in Vietnam? We vragen ons af of het niet onze boot was van een paar maand geleden... 12 mensen zijn verdronken! Wat hebben wij een geluk gehad zeg...


24 maart 2011

Michael alleen op stap in Sumatra

Nu ben ik wel verplicht om zelf een tekstje te schrijven voor de blog aangezien Isabel voor 2 weken in een meditatiecentrum heeft gezeten en ik alleen op pad ben gegaan. Alle ik zal mijn best doen om zo goed te schrijven als Isa alhoewel ik al weet dat dit toch onbegonnen werk is voor mij ma swat...


+ Zot zijn doet geen zeer

Dus voila Isa is net op de bus gestapt richting Kuantan en ik heb nog welgeteld 3 dagen over in Kuala Lumpur alvorens ik richting Padang, Sumatra vlieg. Via couchsurfing heb ik iemand gevonden waar ik de volgende 3 nachten mijn oogjes kan te slapen leggen. Wat is de planning? Wel, een gigantische ‘to do’-lijst staat mij te wachten, zeker 7 perkament rollen lang, en een super dringend bezoek aan een neus-keel-oor specialist. Aangezien ik nu al 3 weken sukkel met een oorontsteking (wegens valse medicatie uit Myanmar) wordt het nu wel tijd een deftige dokter te raadplegen. Hopelijk heb ik dan nog tijd voor wat sightseeing!

Toeval wil dat mijn host van Couchsurfing toch wel een neus-keel-oor specialist is zeker, hij was dan ook zo vriendelijk om mij gratis en voor niets de nodige zorgen en medicatie te verschaffen.
Eens aangekomen in zijn appartement ben ik blijkbaar niet de enigste die bij hem mag blijven slapen, ik mag de vloer delen met 7 andere backpackers. Kwil toch nog even vermelden dat een van hen een meisje was uit Tsjechie die toch wel een paar vijzen los had. Tijdens een gesprek over het ‘einde van de wereld in 2012’ vertelde ze ons met een onwaarschijnlijke overtuigingskracht dat ze er rotsvast van overtuigd is dat de aliens naar onze planeet gaan komen om alle mensen te komen opeten. Hahahahaaa, man man... Het feit dat we nu werken en bezig zijn met van alles en nog wat is dus puur bezigheidstherapie die de aliens ons hebben opgelegd zodat we niet zouden door hebben dat we gewoon voer zijn... en dat was de reden waarom ze reisde, omdat werken nu eenmaal een afleidingsmanoeuvre was. Jah, zot zijn doet geen zeer zeker :-) ...

De dagen worden gevuld met specialiteiten proeven, internetten, de beroemde Petrona Towers eens gaan bewonderen, beetje shoppen, babbelen, ervaringen uitwisselen, genieten van het mooie zicht vanuit mijn nieuw appartementje en een nachtje op de luchthaven doorbrengen.


+ Wie is Benny?

Ik ben nog niet volledig wakker of mijn vliegtuig land in Padang, Sumatra. Wat is de planning? Wel euh...eerst uit het vliegtuig stappen zeker. Swat, totaal geen idee wat te doen of waar naar toe, en ik laat alles op mij afkomen. Eens toegekomen in het stadje Padang merk ik dat het stadje redelijk dood is op vlak van toerisme. Ik ben dan ook zowat de enige blanke die hier rondloopt. Iedereen spreekt mij aan met “hallo Sir” of “hallo friend”. Al snel kom ik aan de praat met een manneke die voor de stad de straten moet proper houden, Benny genaamd. Hij sorteert het karton, papier en plastiek die hij dan per kilo kan verkopen als extraatje. Hij nodigt mij uit bij zijn familie en het klikt al snel tussen ons. Doordat hij 10jaar in Bali heeft gewerkt als ‘woodcarver’ was zijn Engels meer dan goed en vroeg ik hem of hij voor mij gids wou spelen. Ik gaf hem volgende voorwaarden: Ik heb 1,5 weken de tijd, Ik eet alles, ik slaap overal, ik wil op avontuur in de jungle en het maakt niet uit waar we naartoe gaan zolang we niet naar toeristische plaatsen gaan... Hij keek me aan en zei “Hey, I’m jungle man, no problem!” en lachte.

We plaatsen onze hoofden bij elkaar en proberen iets ineen te puzzelen ivm wat we juist de komende dagen gaan uitspoken. Ons plan is om naar de nog steeds primitieve Mentawai eilanden te gaan om daar een grote jungletocht te doen. Ja inderdaad, daar waar de tsunami niet zo lang geleden heeft ingeslaan. We zouden dan bij de stammen overnachten die bekend staan voor hun volledig getatoeeerde lichamen en hun op een punt gevijlde tanden. Het beloofd een zware tocht te worden door modder en jungle waar beschaafdheid ver te zoeken is. Het enigste wat we nog moeten doen is bellen of er boten uitvaren... Na 1 belletje valt ons plan al volledig in het water wanneer we horen dat het er momenteel al verschillende dagen aan het stormen is en dat de boten niet uitvaren. Ik ben nog steeds aan het vloeken dat dit masterplan niet kon doorgaan... Oh ja volgende keer zeker!


+ Het stinkt hier naar vis...

Na een teleurstellende dag toont hij mij Padang vanop zijn fietsje. Zo toont hij mij de gevolgen van de aardbeving van 2009, enkele restaurantjes met hun specialiteiten, de lokale markt, enkele belangrijke gebouwen en eindigen we op het strand bij zonsondergang waar ze trouwens ook childpadden eieren verkopen (is in Sumatra nog steeds toegelaten). Aan de horizon zien we kleine lichtpuntjes. Dit zijn de visserboten die met hun lichten de nacht al vissend ingaan. Ik zei zo van “man het zou toch echt de max zijn om eens met zo’n vissersboot mee te kunnen...”, waarop hij repliceerde, “If you want, we can!”. Meteen begon hij aan mensen rond te vragen wanneer de vissers terug aan wal kwamen.

De volgende dag 6u ‘s morgens staan we in de vissersbaai en om 15u ‘s namiddags staan we op het strand klaar om samen met de kapitein en 3 van zijn hulpjes in een klein, bijna zinkend bootje in te stappen en zo tot aan de vissersboot varen. Eens aangekomen wordt de motor gestart en varen we de open zee in op zoek naar een goede ligplaats die ons hopelijk veel vis zal opleveren. Ondertussen wordt de koffie gezet, wordt er gevist, beginnen ze het avondeten klaar te maken, wordt gecontroleerd of alles nog werkt zoals het hoort en genieten we van de rust en stilte die de zonsondergang een extra dimensie geeft. De vis die voor het avondeten gevangen wordt, wordt direct de pan in gegooid. De vis die je erachter vangt mag je mee naar huis nemen.

Eens de zon zo goed als weg is worden de lichten van de boot aangestoken om de vissen naar de boot te lokken. Als de kapitein ziet dat er genoeg vis op de lichten afkomt wordt het groot net aan een kader rond de boot vastgemaakt om het dan vervolgens tot op de bodem van de zee (30m diep) te laten zakken. Dan is het wachten tot de maan volledig achter de horizon is verdwenen want zolang de maan aan de hemel staat, komen er nog niet te veel vissen naar de lampen. Eens de maan weg is, besluit de kapitein om de lampen 1 voor 1 uit te doen tot er nog maar 1 centrale lamp brand. Nu zitten alle vissen recht onder deze ene lamp die juist in het midden van de boot hangt. Het moment is aangebroken om het net zo snel mogelijk op te halen zodat deze vissen onder deze lamp in het net gevangen worden. Het net wordt dan terug in de boot gehijst om dan uiteindelijk de gevangen vis aan boord te halen. De vis wordt vervolgens gekuisd, gesorteerd en gekookt en het volledige process kan opnieuw beginnen.

Tijdens het wachten wordt er geslapen, nogmaals gevist, koffie gedronken en bewonderen we dankzij de krachtige lampen de mooie onderwaterwereld zoals kwallen, inktvissen,enz… die in hun kleurenpracht voorbij komen zwemmen. Nadat de eerste vis aan boord is gebracht, leg ik mij op het dak van de kajuit onder de blote sterrenhemel en laat ik mij stilletjes in slaap wiegen…
Na deze unieke ervaring keren we de volgende ochtend terug richting kust waar de hele familie aan wal nieuwsgierig staat te wachten op de vangst van vannacht. De kapitein en zijn crew hebben hard gewerkt en zijn moe en snellen zich naar huis om onder de wol, of zeg maar om naast de waaier in slaap te vallen. Benny en ik blijven nog even nagenieten op het strand waar ik al meteen wordt uitgenodigd door een andere visser die met een soort van harpoen op grotere vis jaagt. Hij vertelt mij hoe hij in de buurt van een prachtig eilandje tussen de koralen en vissen mij zou leren duiken en schieten met zijn harpoen. Hij zou me de knepen van het vak leren. Heb ik dan niet GEVLOEKT dat ik met een verdomde oorontsteking zit. Zowiezo kom ik hem terug opzoeken om samen met hem te gaan vissen... Oohhh daar heb ik nu echt spijt van eh...ma swat.


+ In de jungle... aahiaiaaaiaiaaaaa

We besluiten om richting Panti te trekken, net boven de evenaar. Aangezien we daar in het midden van de jungle zitten is het perfect om daar een jungletrek te doen. Het ligt nu wel een serieus eind van hier dus we besluiten om enkele tussenstops te nemen. Benny heeft namelijk familie en vrienden waar we bij mogen logeren. Onze eerste stop is dus bij de ouders van zijn vrouw om precies te zijn. Al liftend komen we eindelijk toe bij zijn familie. Ze verdienen hun brood door suikerriet te verbouwen. Voor de geinteresseerden: De suikerriet wordt in een pers, aangedreven door een buffel, geperst waarna het bekomen sap wordt gekookt en vervolgens afgekoeld. Wanneer het volledig opgesteven is heb je rietsuiker. De vader was dan ook zo fier als een gieter wanneer hij mij een stukje liet proeven.

Het eten die we onderweg hadden gekocht wordt door de moeder klaargemaakt terwijl wij van ons theetje genieten. Plots komt de dochter die normaal al aan het slapen was al wenend uit haar kamer, ze heeft blijkbaar een nachtmerrie gehad. Ze had gedroomd dat haar neefje gestorven was... Om 4u ‘s morgens worden we bruusk gewekt door de moeder om te zeggen dat we allemaal naar de woonkamer moeten komen. Het neefje waar de dochter voordien over droomde zou vannacht rond 2u gestorven zijn. De volledige familie wordt in een volgend dorp verwacht om samen te beslissen waar ze het jongentje gaan begraven. Veel keus hebben we niet dus trekken we de bergen in naar het volgende dorpje waar ik in ieder geval veel bekijk heb. Benny houdt hem uit de discussie aangezien hij geen rechtstreekse familie is, maar onze aanwezigheid wordt wel op prijs gesteld.

Een oude vriend van Benny woont blijbaar aan de andere kant van de vallei dus trekken we daarheen om hem een bezoekje te brengen. We worden met open armen ontvangen. Blijkbaar baadt hij een restaurant uit en worden we verwend door een warme maaltijd. Het zicht over de vallei krijgen we er gratis bij. Later die avond komen er enkele vrienden over de vloer die ik het kaartspel ‘stronten’ aanleer. Het kaartspel valt blijkbaar serieus in de smaak als ik zie hoe ze hier aan het gieren zijn van het lachen. De volgende dag liften we door tot in Panti zelf. Ik kom te weten dat de jungle een beschermd natuurreservaat is en het dus verboden is om zonder permit en zonder begeleiding van de junglewacht (politie) de jungle in te gaan aangezien het veel te gevaarlijk is... Dus ja hier staan we dan, helemaal tot hier gekomen voor niets...of toch niet...

Beetje verder spreken we een groepje lokale jongeren aan die ons doorverwijzen naar hun Engelse leraar, Hasra genaamd. Hasra, een gastje van 23 jaar, nodigt ons uit bij hem thuis en profiteert van de gelegenheid om zijn studenten uit te nodigen die dan met mij hun engels moeten oefenen... We worden als koningen ontvangen, we krijgen eten, mogen blijven slapen en ik voel me dan ook direct thuis. Die avond komen er dan ook vele kinderen een kijkje nemen naar de blanke met zijn lange blonde krullen terwijl wij proberen om iets te regelen... Blijkbaar zijn die ‘junglewachters’ zatlappen en valt er niets mee aan te vangen. “Maar als jij echt een jungletocht wilt doen dan help ik jullie graag. Het is ten slotte mijn jungle!” zei Hasra.

We plannen alles een beetje op voorhand. Hij vertrekt ‘s morgens vroeg op pad op zoek naar iemand die de jungle kent, ik zorg voor de vis, de mama zorgt voor de rijst en samen bezoeken we maar liefst 7 verschillende huizen eer we de toestemming krijgen om de tent van de plaatselijke jeugdbeweging te mogen gebruiken. Uiteindelijk worden we uitgewuifd en trekken we met nog 2 studenten de jungle in. Het is warm, zeer warm maar ik geniet van elk moment. We frissen elkaars geheugen op door verhalen te vertellen over de gevaarlijke tijgers, hongerige beren, jaguars, de ontelbare bloedzuigers, de giftige scorpioenen, 1000 poten en slangen,... maar al snel worden we afgeleid door een groep apen die boven ons hoofd ‘den aap uithangen’. Het is mooier dan ik had verwacht, al die onbekende geluiden, die bloedmooie vlinders die voorbij fladderen, vogels die het beste van hunzelf geven, die intense groene kleuren, al die verschillende dieren... moeder natuur kan toch echt prachtig zijn!

Nadat we met onze machettes een weg hebben gebaand door de dichtbegroeide jungle komen we op een perfecte plaats terecht om de nacht door te brengen. De tent wordt opgezet, we nemen een frisse duik in de rivier, het kampvuur wordt aangestoken, de vis wordt gebarbequed en varens worden afgesneden om er een comfortabel bedje van te maken. Net voor de nacht valt, kijk ik naar de hemel en observeer ik de 10-tallen reuze vleermuizen (die hier trouwens ook worden opgegeten) die naar hun grotten terug keren, tot er plots net boven mijn hoofd een vliegende eekhoorn voorbijvliegt. Deze landt in een boom vlak naast mij die hij dan weer tot de top beklimt om dan weer naar een andere boom te vliegen. Indrukwekkend! Eens de zon ver achter de horizon zit wordt de jungle omgetoverd in een schouwspel van klank en licht. De ontelbare vuurvliegjes (die licht geven) brengt de jungle in een soort van ‘Alladin’ sfeer.

Het sausje die op de vis werd gesmeerd gaf de vis echt zo’n overheerlijke smaak dat je wel kunt verstaan dat er voor de mieren zo goed als niets over bleef. De rest van de avond spenderen we rond het kampvuur en worden de onderwerpen als vrouwen, ex-liefjes, enz... uitbundig besproken (Manneklap dus!). De inhoud hierover zal ik jullie spijtig genoeg moeten schuldig blijven...

Benny was zeker niet bang om in de jungle te slapen, daarom strooide hij eerst 1kg zout rond de tent (om insecten weg te houden) om dan snel zijn plekje in het midden van de tent in te palmen :-). Wat ik van die nacht niet ga vergeten, zijn de 14,3 liter zweet die ik heb uitgezweet en het feit dat Benny ons telkens wakker maakte omdat hij niet kon slapen... Gelukkig hebben de tijgers iemand anders opgegeten vannacht en kunnen we rustig terug naar huis keren.


+ Op pad naar Parapat

Doordat Isabel binnen enkele dagen toekomt, beslis ik om verder te liften aangezien ik nog een lange weg heb te gaan. Het enigste verschil is dat het vanaf nu zonder Benny zal zijn. Ik word meegenomen met een splinternieuwe truck komende van Jakarta, die gaan namelijk veel sneller dan die overbeladen trucks. De weg is prachtig! We doorkruisen de jungle met hier en daar kleine dorpjes. De rit duurt langer dan Benny had gezegd. In plaats van 4 uur ben ik nu al 13uur onderweg en moeten we in een wegrestaurantje (incl. hotspring) slapen aangezien we er vandaag niet meer zullen geraken... De volgende dag na nog een extra 3 uur rijden komen we uiteindelijk toe in Belige waar de chauffeur mij bij zijn familie uitnodigd. Zijn schoonzoon staat er op dat ik hem vergezel bij het ophalen van de kinderen aan de school om dan samen vogels te gaan schieten met zijn loodjes geweer. Zeer vriendelijke mensen maar nu moet ik echt wel door... Eindelijk kom ik toe in Parapat waar ik Isabel opwacht... Ik wacht zelfs zeer lang op Isabel!


+ Wist je dat:

- Vanaf het moment ik zonder Benny op pad was, het leven hier plots dubbel zo duur was :-)...?

- Mijn eerste nacht op Sumatra mijn enigste nacht was die ik in een hotel doorbracht?

- Ik in een dorp ben uitgenodigd om met een meisje te trouwen en om dan bij hen te komen wonen?

- Wanneer je de lokale drank Toeak drinkt het dus echt naar paardenstront smaakt? Kokhalzen is dan ook geen uitzondering wanneer je dit drankje uitprobeert...

- De mannen in hun vrije tijd enorm veel zingen en gitaar spelen? Het zijn zeker geen amateurs want mijn mond viel open toen ze enkele meerstemmige liederen zongen en het was allesbehalve kattegejank! Natuurlijk gaat dit gepaard met overvloedige consumptie van hun favorite drank: Toeak!

- De truck chauffeurs graag toeristen meenemen omdat ze dan geen smeergeld aan de politie moeten geven? Ze zijn namelijk steeds overladen, en om een boete te vermijden, kopen ze de politie gewoon om. Wanneer er echter een toerist bijzit, dan durft de politie er niet meer om vragen.

- De sigaretten hier zodanig zoet en lekker zijn dat bijna iedereen rookt? Het is zelfs zo dat ik de truck chauffeurs en de kapitein van de boot in sigaretten betaalde.

- Er hier bijna niemand is die engels spreekt? Ik was enorm blij dat ik Benny mee had of ik zat nu nog de weg te vragen...




16 maart 2011

Vipassana

Na een helse 2 dagen reizen, kom ik moe en versleten toe in het Vipassana centrum niet ver van Kuantan, Maleisië.


+ Waarvoor ben ik hier?

Voor een 10-daagse meditatie cursus. De regels voor deze cursus zijn als volgt: 10 dagen stilte, 10 dagen niet lezen, schrijven of muziek beluisteren, 10 dagen geen eten meer na de lunch (gelukkig wel nog wat fruit en een glas melk rond 16u), 10 dagen strikte scheiding tussen mannen en vrouwen, 10 dagen geen lichamelijk contact en geen communicatie (geen gebaren, niet in elkaars ogen kijken...). Verder wordt er verwacht dat je een strak dagschema volgt die al om 4u ‘s morgens van start gaat en ‘s avonds om 21u afgesloten wordt. En natuurlijk nog het belangrijkste ingrediënt van al: 10,5 uren meditatie per dag!


+ Wat is in godsnaam de reden dat ik mij hiervoor vrijwillig opgeef?

Mijn eerste reactie was erg sceptisch en ik verklaarde iedereen zot die eraan deelnam. Jouw reactie ook zo? Maar... we zijn tijdens onze reis heel wat mensen tegengekomen die er erg positief over waren en die het ons aanraadden... Zo heb ik beetje per beetje mijn visie aangepast... En zo heeft de reis me beetje per beetje veranderd... Zodanig dat ik mij nu waag aan deze meditatie cursus.


+ Hoe heb ik het ervaren?


En nu, 10 dagen later, is het enorm interessant om te zien hoe de dingen waar ik het meeste mee inzat, mij eigenlijk niet veel gestoord hebben. Meer nog, hoe ik onverwachts van sommige dingen moeilijk afscheid kon nemen. De stilte, waarover ik al lachende nog zei dat ik er misschien wel zot zou van worden, heeft me erg veel deugd gedaan. Ik genoot er erg van. Alle energie die je anders verliest aan gesprekken, kun je nu steken in de natuur rondom jezelf: het fluiten van de vogels, een kikker plots op je pad, een regenworm voor mijn deur, de regen die op mijn dak klettert, de geur van een bloem, de textuur en de smaak van je eten … Alles biedt zoveel meer als het stil is... Ik genoot er zelfs zo van dat ik mijn eerste woorden na 10 dagen stilte zo lang mogelijk uitstelde. Bovendien stoorden de eerste woorden die ik hoorde me erg.

Niet meer eten ‘s avonds stoorde me totaal onverwachts ook niet erg: je beseft en je merkt dat je lichaam dat eten gewoon niet echt nodig heeft (ook natuurlijk omdat je tijdens zo’n 10-daagse niet veel lichaamsbeweging hebt).

De meditatietechniek zelf was ook zo veel meer dan ik verwacht had: het is moeilijk, ontzettend moeilijk, het vraagt veel uithoudingsvermogen, het is soms saai, het is soms erg pijnlijk... Maar het is tegelijkertijd ontzettend leerrijk en zot...

Ik ben er ongetwijfeld als persoon enorm door gegroeid en het is ongetwijfeld iets die me de rest van mijn leven zal bijblijven en helpen. Het is moelijk om hier uit te leggen hoe juist, en de techniek is ook te diepgaand om hier uit te leggen, maar wie geïnteresseerd is, spreek er me gerust over aan. En Michaël ook binnenkort, want hij is ook van plan de uitdaging aan te gaan. We geven met plezier meer uitleg aan de nieuwsgierigen onder jullie!

7 maart 2011

Myanmar

ENTERING MYANMAR IS LIKE STEPPING BACK IN TIME

Aangezien er veel vraag is naar een nieuwe update. Hier hebben jullie een ‘korte’ update.. En nu, alles lezen he! :-)


+ YANGON: geld wisselen was nog nooit zo’n avontuur!

Onze eerste momenten in Myanmar zijn er vooral van slaap inhalen na een paar hectische dagen in Bangkok, weinig slaap en wegens een jetlag. Eens goed uitslapen en een lekker ontbijtbuffet op het dak van ons hotel doen gelukkig wonderen. En zo slagen we er dan toch in om ons de eerste dag buiten ons hotel te wagen en op verkenning te gaan. Een verkenning met een belangrijk doel, en bij deze ook een uitdaging, staan vandaag op het programma: we moeten onze dollars omwisselen naar de lokale munt: Kyat. Eventjes ter verduidelijking: In Myanmar bestaan geen geldautomaten (inderdaad, dat heb je goed gelezen!), en bijgevolg moet je als toerist het land binnenkomen met voldoende Amerikaanse dollars. En niet zomaar dollars nee, die moeten dan ook nog eens in perfecte staat zijn: eigenlijk zo goed als nieuw, want er mogen geen scheuren in zijn, er mag niet op geschreven of op gestempeld zijn (wat hier in Azie totaal niet zo vanzelfsprekend is als bij ons), en nee er mag zelfs geen kreukje in zijn!

En eens je dan eindelijk die perfecte dollars in handen hebt, moet je dus een deel omwisselen in Kyat. Dat lijkt op zich ook niet zo ingewikkeld, nee, was het niet dat de officiele wisselkoers veel te laag is. Bijgevolg ga je dus best op de zwarte markt op zoek naar een betere wisselkoers. En dat is nu net de uitdaging! We worden onmiddellijk gewaarschuwd: Pas op met de mannen die je op straat aanspreken, want ze halen allerlei trucjes met je uit om je te bedotten. En alhoewel we die waarschuwing wel geloven, willen we zelf toch eens de proef op de som nemen.. aja natuurlijk! En ja hoor, ze geven je een betere koers dan mogelijk is, waardoor natuurlijk iedereen geinteresseerd is. Maar eens je het aantal biljetten zelf wilt natellen, en nadien ook zo slim bent om ze hen de getelde biljetten niet meer terug te geven, dan slaan ze plots in paniek... Dan komt er ‘toevallig’ een andere man bijstaan om hem te hulp te snellen... En wat is hun laatste geniepige poging dan? Wel, dan proberen ze je te doen geloven dat het dollarbiljet van jou niet het goede serienummer heeft... “Voor dit serienummer kunnen we niet anders dan je een lagere koers geven.” Die snoodaards toch! Maar dat is dan mooi buiten Michaël en Isabel gerekend! Hihi! We trappen er dus lekker niet in, en wisselen ons geld even later om aan een eerlijke rate in een klein winkeltje. Goal accomplished!

Na een paar dagjes op het gemak, voelen we ons alletwee klaar om de rest van Myanmar te verkennen. Meer bepaald, we staan te popelen! We hebben tot nu toe immers al een erg positief beeld van de bevolking: zo hulpvaardig, altijd zo vriendelijk en altijd maar lachen. Dat belooft...



+ BAGAN: stupas, huifkarren en lieve, lieve mensen...

Onvergetelijk mooie fietstochten

Onze eerste bestemming is Bagan, waar zich 4000 stupas bevinden te midden een prachtig gebied (41km²), omgeven door bergen en een rivier. Rust en natuur is wat we hier zoeken. En alhoewel Bagan de meest toeristische plaats is in heel Myanmar, is het ook exact die rust en natuur die we hier vinden. Dagen aan een stuk huren we een fiets en verkennen we het gebied. Het gaat ons niet om de stupas op zich, maar om de uitgestrekte zichten met ontelbaar veel torentjes en het prachtige kleurenspel die er telkens mee gepaard gaat, zeker bij zonsopgang en -ondergang. We leren al snel de toeristische hotspots te mijden en in de verlaten delen op zoek te gaan naar net die ene half vervallen ingang, net die ene verstopte, miniscuule trap, die ons naar boven leidt en ons een nog een zoveelste betoverde landschap aanbiedt... Ik mag daarbij wel niet vergeten vermelden dat de eerste dag op de fiets niet bepaald onze geluksdag was: ik laat binnen het eerste uur mijn fototoestel per ongeluk vallen... Ja, no surprise there, hoor ik jullie al denken :-) Maar natuurlijk is er op dat moment geen zandweg te bespeuren, nee, zelfs geen ieniemieniebeetje stof om de val te breken... niets... rien... nada... En valt hij dan ook nog rechtstreeks op de lens. Bij deze denk ik dus afscheid te mogen nemen van mijn dierbare vriend de panasonic lumix... Sorry mams&paps!

Gelukkig heeft Michaël net zelf een nieuwe camera gekocht, en kunnen we de situatie dus nog redden. Gelukkig zei ik? Wel, dan toch niet vandaag, want enkele minuten later valt zijn camera doodleuk uit.. Batterij leeg... En om de dag compleet te maken hebben we een half uur later dan nog es platte band ook! Natuurlijk is er geen mens te bespeuren.. of wacht.. wat blijkt... die man die samen met zijn familie voor de tempel zorgt, blijkt wat van platte banden te weten en helpt ons zo snel weer op pad! En zo komen we in contact met een leuk familietje. De man leert Michaël erg fier hoe hij katapult moet schieten: hij plaatst een plastiek fles op een cactus, en BAM, hij raakt de fles van ver! Michaël daarentegen, wel euh... laat ons zeggen dat het veel moeilijker is dan het eruitziet! Geen paniek hoor Boelietje, “Practice makes perfect.” :-)

Wat een pracht van een volk, maar wat een verschrikkelijk corrupte regering...

Al snel worden we verliefd op het erg behulpzame, lieve en charmante volk van Myanmar... Om zo maar enkele voorbeelden te geven: telkens we ergens binnenkomen en we spreken een meisje aan, komen er onmiddellijk een paar andere bijstaan om ons zeker goed en snel te kunnen helpen. Ze beginnen al snel te giechelen, en behelpen zich met gebrekkig Engels. Al snel ontstaat zo een charmant, giechelend gesprek met woorden, maar meestal vooral met gebaren. Ook een leuk iets waar we telkens weer van opkijken is hoe ze hier, bijvoorbeeld, de ober roepen: ze maken hetzelfde geluid dat wij maken om een dier te lokken! Een Belg die we hier leren kennen, ergert er zich zelfs zodanig aan dat zijn middenvinger spontaan begint te trillen als ze hem zo roepen! Wij vinden het best wel grappig eigenlijk.

Bagan zelf vinden we fantastisch: niet te druk, nog veel onverharde wegen, superlieve mensen en vooral een prachtige omgeving. Het belangrijkste van dit alles is, nogmaals, het volk! Zo raak ik voor het eerst tijdens onze reis geëmotioneerd... De tranen wellen spontaan in me op tijdens een stil moment... Waarom? De mensen worden zodanig onderdrukt door het militaire regime dat ze er onderling niet durven over praten, uit angst om verklikt te worden. Met als gevolg: ze praten er des te gemakkelijker over met toeristen. En dat gebeurt dan ook een paar keer: de eerste keer dat iemand zijn hart lucht aan ons is in een restaurant. Het is laat (wat hier betekent dat het slechts 21u30 ‘s avonds is), er is niet veel leven meer op straat en wij zijn nog de enige klanten. Het ideale moment voor hem om eens eerlijk te kunnen uitdrukken wat er op zijn lever ligt: hij wilt weg uit Myanmar, maar hij is enig kind, en hij kan zijn moeder niet alleen achterlaten. Hij vertelt ons dat hij het beu is om te wachten en te hopen op verbetering, want hij doet dat al 30 jaar... Maar wat ons vooral altijd zal bijblijven, zijn de volgende gedachten die hij emotioneel en met tranen in de ogen aan ons blootstelt: “No human life, but ANIMAL life”.

Dat gesprek, en ook een later gesprek met een gids, samen met het feit dat de mensen hier zo ongeloofelijk lief zijn, maar tegelijkertijd zo vreselijk onderdukt worden door de Generaal leidt voor het eerst tijdens de reis tot een traan... Een moment stilte na een drukke dag vol prachtige, lieve mensen en een belangrijke, mooie gouden pagode zorgen hiervoor... We beginnen echt wel een zwak te krijgen voor dit land, of beter gezegd, voor zijn mensen...

Meisjes, boeddhistische monniken, komen hier net voorbij: ze zingen terwijl ze de straat aflopen en vragen zo om offerandes. Leven van wat je krijgt, zo moeten ze zien rond te komen. Er zitten zoveel jonge meisjes bij, het is mooi maar triest tegelijk. Goed wetende dat velen monnik of non moeten worden van de familie, omdat ze simpelweg niet genoeg geld hebben om het kind te onderhouden.

Als figuranten in een westernfilm

Wat een derde dag sightseeing moet worden, verandert plots als we Chocho leren kennen. Tijdens onze lunch slaat hij een gesprekje met ons. Onze eerste reactie is wat geïrriteerd, want hij is niet de eerste en we willen op ons gemak eten zonder iemand die ons iets probeert te verkopen. Maar snel ontdekken we achter de verkoper een lieve, simpele jongen die veel meer in zijn mars heeft dan enkel een verkoper. Hij drinkt niet, rookt niet, en wilt ook niet met de ‘coole’ kinderen optrekken. Bovendien gelooft hij ook steevast in het Boeddhistische principe dat alles terugkomt: doe je iets negatiefs, dan zal je ook later iets negatiefs overkomen.

We verlaten het restaurantje eventjes later om op verkenning te gaan tussen alle huifkarren. Binnen een week is hier een groot religieus festival, en hiervoor komen mensen van heinde en ver met hun huifkar. De vele huifkarren zijn prachtig. We bevinden ons nu temidden een huifkarren-dorp: huifkarren die tegelijkertijd dienst doen als slaapkamer, woonkamer, schuilkamer voor de zon... , koeien (die de karren voortrekken) staan te grazen, kinderen die spelen... Het dient dan ook niet gezegd worden dat het hele schouwspel betoverend mooi is... We bevinden ons precies midden in een westernfilm. Van tussen de vele huifkarren komen mensen nieuwsgierig kijken naar ons, de blanken. Vele foto’s worden genomen en getoond. Gevolgd door veel gegiechel, een enthousiaste kreet hier en een beschaamde glimlach daar... Het duurt dan ook niet lang of we worden gevolgd door een groep kinderen. Ondertussen heeft Chocho ons ook vergezeld en is hij gids/vertaler van dienst. Zo kunnen we toch wat met hen communiceren. Maar wat ons vooral bijblijft is dat ze ons met grote ogen aanstaren, en beschaamd lachen en giechelen. Eentje voelt zelfs aan Michaël zijn krullen, zijn haar op zijn armen en... zijn okselhaar! Haha! Hier hebben ze namelijk geen haar op de armen of benen, onder de oksels, en ook geen baardgroei! En zijn ze al zeker niet blond! Wat een onvergetelijke namiddag tussen al deze lieve mensen! Mmmmmmwah! Ik wou dat ik ze kon kussen!



+ HSIPAW: op naar het Zwitserland van Myanmar

Na Bagan trekken we verder richting het noorden. We passeren Mandalay, en we maken een korte tussenstop in Pyin U Lwin. Hier merken we al snel heel veel groene legeruniformen en hebben we niet direct een waw-gevoel, dus we reizen snel verder naar een noordelijker gelegen stadje Hsipaw genaamd. Hsipaw bevalt ons wel onmiddellijk: het is duidelijk veel minder toeristisch dan Bagan, de sfeer is relaxed, mensen zijn ook hier weer vriendelijk en lachen veel... Na 2 dagen, een kloosterbezoek, een sunset vanop een nabije berg, en verder niet erg veel actiefs meer, beslissen we de trekking van Namsa naar Hispaw aan te gaan.

De volgende dag nemen we een lokale jeep richting Namsa, ook wel het Zwitserland van Myanmar genaamd, dus dat beloofd! De jeep zou ons om 10u oppikken, maar wat een verrassing (uhum), 10u wordt al snel 11u en om 11u30 komt dan toch een krakkemikkige jeep opdagen. Als enige toeristen tussen de locals gaan we de stoffige en hobbelige weg tegemoet... “You have a scarf?” vraagt de kerel van het hotel ons nog... En ja, die hebben we nodig want het belooft een stoffige rit op een harde stoel en vooral een... KOUDE rit te worden! Doordat de jeep volledig open is, en we enkele uren moeten wachten omdat ze aan de baan aan het werken zijn als de zon spijtig genoeg al achter de bergen verdwenen is.. heb ik het koud, erg koud! Gelukkig hebben de lokale mensen ook hier iets op gevonden: gewoon een vuurtje stoken telkens we ergens moeten wachten en voila!

Tijdens de rit zijn een dametje en haar moeder enorm vriendelijk, ze bieden ons een drankje aan... en even later nodigen ze ons uit om bij hen thuis te komen logeren! Waarom niet, denken we, zo zien we echt eens hoe ze hier leven! We stappen uit en een man uit de jeep waarschuwt ons dat er geen luxe is in hun dorp... Dat zal ons een worst wezen! Maar ondertussen gaat de familie er al vandoor... raar... We kunnen nu toch moeilijk achter hen aan lopen? Misschien hebben ze zich bedacht, maar durven ze het niet zeggen? Of... Of... Of... Culturele verschillen zeker? Een beetje ontgoocheld stappen we opnieuw in de jeep, maar achteraf gezien zijn we toch blij. Blijkbaar bevond het dorp zich toch nog een 20-tal km van onze eindbestemming. Nja, we wisten niet meer juist hoe we die “miles” moesten omrekenen...

In Namsa, het startpunt van de trektocht, ontmoeten we de gids Santi. Het klikt onmiddellijk met deze joviale, grappige 59-jarige en de dag nadien vertrekken we samen te voet richting Hsipaw. Eerst twijfelen we nog of we wel een gids willen nemen, maar al snel blijkt dat we de goede beslissing genomen hebben. Hij kent niet alleen alle shortcuts, maar, vooral, dankzij hem is ook communicatie met de dorpelingen mogelijk!

Dag 1: whiskey, naked movies en een geheime tv-zender

Na een gezellig ontbijt samen met een toffe Israëliër en een leuk koppel uit Zwitserland, trekken we er op uit. Michaël met een grote trekzak en ik met een klein rugzakje: IDEAAL :-) De 1e dag is echt super: we passeren vele kleine dorpjes vol lachende en zwaaiende mensen, we lopen door mooie groene valleien vol theeplantages, tussen kleine riviertjes en watervallen... Rond 11u nemen we onze eerste theepauze bij een oud mannetje thuis, een vriend van onze gids Santi. Hij biedt ons een lekkere zelfgebrouwd mengsel aan en toont ons apetrots een cadeau die hij enkele jaren terug cadeau kreeg: een instrument om water te zuiveren. “Je kunt er zuiver water mee drinken uit een modderplas!” zegt hij zo fier als een pauw. De man woont in een erg simpel huis, met zo goed als geen meubels, en het instrument is precies zijn kostbaarste bezit, zo trots is hij. Michaël heeft bijgevolg het hart niet om hem te zeggen dat het hoogstwaarschijnlijk niet meer werkt...

‘s Middags lunchen we bij een superlief gezinnetje omringd door vele kinderen. De maaltijd is simpel, maar je voelt dat ze echt hun best doen om ons te verwennen. Als we de mama achteraf wat geld willen geven voor de maaltijd, weigert ze... Na wat aandringen neemt ze het uiteindelijk toch aan als we haar zeggen dat het voor de kinderen is... Om haar dankbaarheid te tonen belooft ze voor ons te bidden.

Enkele leuke dorpjes later komen we bij onze slaapplaats aan: een klooster. Het valt ons onmiddellijk op dat de monniken roken... Waarop Santi zegt: “As you wish!” Na het avondmaal voelt Michaël zich wat gegeneerd om de whiskey boven te halen, we bevinden ons immers tussen monniken. Maar op vraag van Santi, durft hij ook niet goed te weigeren. We leggen onze weerhoudende houding uit, waarop Santi opnieuw zegt:“As you wish!” Michaël verstopt de fles toch maar wat onder de tafel... Uit een later gesprek blijkt dat de monniken volgens onze gids “ook maar mensen zijn”. “The only difference is the clothes.” Hij spreekt uit ervaring, want zelf is hij ook nog monnik geweest (3 maanden toen hij 18 was en 9 maanden rond zijn 40e):” Ze roken en drinken ook, ze kijken ook naar naked movies...” Volgens hem worden velen ook monnik omdat ze te lui zijn om te werken en een gemakkelijk leven verkiezen. “And have you ever seen a monk that is rich? Never!” Daar wordt de illusie toch wel mooi aan flarden geslagen!

Al snel blijkt ook waarom hij zo graag in dit klooster wou blijven slapen: hij kan er in het geheim naar de enige democratische tv-zender kijken! (Alles wordt in Noorwegen opgenomen door ontsnapte Birmezen en via satelliet stroomt het de huiskamers binnen. Wat de overheid natuurlijk probeert te voorkomen, maar gelukkig niet lukt!) Hoe grappig om te zien hoe ze op tv uitleggen hoe je zelf een antenne kunt maken om ontvangst te hebben! Ook wel zalig om te zien dat er toch tenminste 1 tv-zender en 1 radiozender bestaat die de waarheid kunnen spreken, zonder de invloed van de overheid.

Tijdens die 1e dag hebben we ook een goed gesprek over de overheid met onze gids: hier in de bossen, ver van alles en iedereen kan de waarheid gesproken worden. Zonder de kans dat hij verklikt wordt door een spion van de overheid. Hij vertelt ons hoe Namsa zich een tijd geleden heeft moeten overgeven aan het militaire regime, omdat ze ermee dreigden de rijstaanvoer te blokkeren. En zonder rijst, hier geen leven... Nu is elke dorpschef verantwoordelijk om mensen naar de overheid door te sturen, als een spion iets ‘onaanvaardbaars’ heeft opgemerkt. Zo durven ze bijna nooit over het regime spreken uit angst om te ‘verdwijnen’ (= naar de gevangenis of als ‘kanonvoer’ gebruikt worden... (=mensen worden verplicht om de amunitie van het leger te dragen tijdens gevechten, worden geketend het gevechtsterrein ingestuurd om zo te testen of er geen mijnen liggen...)) Maar volgens de “General” doen ze dat natuurlijk ‘vrijwillig’... We leren dus al snel dat de Birmezen misschien wel altijd lachen, maar dat er achter die lach erg veel angst en verdriet schuilgaat...

Verder kan ik hier nog uren doorgaan over alle verschrikkelijke dingen die het regime begaan heeft en nog steeds begaat, maar daarvoor bestaat Google he. Toch wil ik nog een verhaal met jullie delen, het verhaal van de jademijnen in het noorden van het land. Als toerist mag je slechts bepaalde delen van het land betreden, dus je kunt al raden dat ze in die verboden delen hoogstwaarschijnlijk iets te verbergen hebben. Zo ook in de meest noordelijkste staat, waar de jade-mijnen zich bevinden. Santi is daar zelf ook gaan kijken, omdat hij het met zijn eigen ogen wou zien en weten. En wat hij ons vertelt is verschrikkelijk, en het klopt met wat ik las: 1000en mensen worden er uitgebuit, en een deel van hun loon wordt in heroïne uitbetaald. Bijgevolg is er erg veel verslaving. Zelf beschrijft Santi het als “precies een klaslokaal: rijen, rijen en rijen banken staan opgesteld om te snuiven...”. En alsof dat niet genoeg is, tiert ook de prostitutie welig en wordt dit alles gesponsord door Chinees maffiageld. De plak wordt er gezwaaid door legerofficieren die daar als beloning na goede dienst de mensen mogen gaan uitbuiten. Asjeblief!

De nonnetjes en monniken verzorgen ons voor de rest goed, maar als ze om 4 u ‘s morgens al opstaan om te bidden, te koken... En vooral te bidden en zingen op 3m van mijn bed! Dan was ik stiekem aan het bidden of ik niet stiekem in een hotelkamer verder kon gaan slapen.

Dag 2: Waarom wij wit zijn en zij bruin

We zitten vandaag wat achter op schema, dus er wordt wat meer gestapt en minder gethee-pauzeert dan gisteren. Na een lekker ontbijt bij de nonnekes (nee, alle, toch weer geen rijst zeker? Ale, ge meent het?), stappen we 1,5uur tot een mooi uitzichtpunt. Daar krijgen we natuurlijk weer een theetje aangeboden. Ik speel er met een superkoddig puppietje en we leren er een weeskindje kennen die er nu woont samen met een familielid die haar onderhoudt.

Onze lunch eten we nogmaals bij een nonnetje. Alhoewel, ik vraag me of non wel de correcte benaming is want, naast het feit dat ze dezelfde kledij draagt en ook mee bidt, doet ze enkel dienst als meid en kokkin... Het meisje is non geworden omdat haar ouders gestorven waren op jonge leeftijd. Ze is gelukkig, vertelt ze ons, dat ze enkel het huishouden en koken als taak heeft. En niet, zoals sommige andere nonnen het harde labeur aan de baan... “Waarom gaan nonnen in godsnaam werken?”, vragen we ons naïef af. “Zijn die niet de ganse dag bezig met hun geloof en de taken in en rondom hun klooster?” “Ze gaan werken enkel en alleen om hun karma te verbeteren, want geld verdienen ze er immers niet mee”, krijgen we als antwoord...

Vervolgens toont ze ons apetrots een tijdschrift vol lokale en internationale beroemdheden. Ze verstaat er niets van want ze kan immers niet lezen of schrijven, maar ze kijkt wel erg aandachtig naar de prentjes. Dan vraagt ze ons simpelweg: “Welke make-up gebruiken jullie? Ik zou graag zo wit zijn als jullie.” !!! Haar mond valt bijna open als ze hoort dat wij helemaal niets van make-up gebruiken om wit te zijn, en dat wij nu eenmaal zo wit zijn. Om nog iemand te ontmoeten die zo weinig van de wereld afweet, amaai... Dit meisje is echt wel wereldvreemd...

Na de lunch stappen we verder richting slaapplaats. De wandeling is alvast veel lastiger dan gisteren maar gelukkig zijn er af en toe nog leuke dorpjes met kindertjes die lief naar ons lachen en zwaaien... Ooooh... Wat zijn ze toch allemaal lief en grappig en koddig en... Ik zou er onmiddellijk eentje kunnen adopteren! Nee mama, we hebben het spijtig genoeg niet gedaan. Je zult nog eventjes moeten wachten op je eerste kleinkind! :-)

‘s Avonds arriveren we, net voor het vallen van de avond, bij een lieve familie temidden een gezellig en erg simpel dorpje. Ook de familie heeft het allesbehalve breed: hun huis is erg simpel: op palen en van hout gemaakt, bijna geen meubels (enkel een laag tafeltje en wat kussens, een kastje en een vuurpit dat tegelijk dienst doet als fornuis en als chauffage). En dat met 6 kinderen! De kamer (= hun enige kamer, naast nog 2 kleine kotjes die dienst doen als slaapkamer) hangt vol rook als we binnenkomen, met als gevolg dat we de volgende ochtend wakker worden met prikkende ogen en Michaël ook met keelpijn. Dit is echt wel een “homestay”! En hoe lief is het niet om te zien dat ze ons in de watten willen leggen, ook al hebben ze zo weinig... Ze maken het zo goed mogelijk naar onze zin qua eten en drank, en als ik het zoontje na zijn avondeten een een stukje koek aanbiedt, weigert hij steevast. Ik dring wat aan, en uiteindelijk neemt hij het toch aan maar dat is dan buiten de vader gerekend, want de jongen begint te wenen na zijn preek. Nja, misschien was het toch niet zo’n goed idee, nu ondermijnen we precies het gezag van de vader... Om de situatie te redden bieden we de ganse familie een dessertje aan. En Michaël geeft persoonlijk een stuk aan de vader. En dat blijkt de goede oplossing te zijn. Nu zit iedereen blij te smekken. De lekkernij is een groot succes! En dat doet ons deugd! Dit is toch een van de manieren waarop wij onze dankbaarheid kunnen uitdrukken.

Na het avondmaal tonen we hen foto’s van familie en vrienden, en dat vindt de ganse familie fantastisch! Hierna tonen we hen ook ons Point-it boekje (= een boekje vol prentjes die je kan aanwijzen om zo te kunnen communiceren. Bv: je toont noodles, als je in een restaurantje graag noodles zou eten.) En amai, wat doorbladeren ze het boekje aandachtig! Dingen die voor ons zo vanzelfsprekend zijn, leggen we aan we hen uit en wat zijn ze geïntrigeerd... Ten slotte is er nog een iets dat ook veel aandacht krijgt: mijn contactlenzen. Als ik voor het slapengaan mijn lenzen uitneem, zit de ganse familie geïnteresseerd mee te kijken! Voor ons gaat de meeste verwondering uit naar het toilet: een hutje op 30m van het huis zonder deur en gewoon wat planken met een gat ertussen. Het doet me denken aan die ene keer in India in een busstation waar de wc gewoon uit een goot bestond met muren vol gaten... We verlaten de familie met een goed gevoel: waw, dit was echt wel een Homestay! Dit is pas couchsurfen!

Dag 3: Miss blauwnagel en Mister mankepoot!

De 3e dag is ongetwijfeld de zwaarste wandeldag: we wandelen in totaal 10 uur en theestops of dergelijke zijn vandaag onbestaande. Amai, mijn voeten... Ook qua landschap vinden we het minder impressionant dan de vorige dagen, en er zijn ook veel minder dorpjes. Maar er zijn wel mooie velden en waterbuffels (Knoddig!!!) die in de velden werken en als pauze gezellig een modderbadje nemen. Tegen dat we terug in Hsipaw aankomen, zijn we alletwee doodop! Michaël mankt zowat en ik heb overal pijn aan m’n voeten... En JAWEL, hoe kan het ook anders: ik heb natuurlijk weeral 10 blaren en 2 blauwe teennagels als beloning! (Zouden ze opnieuw uitvallen of niet? hmmm...)

Verwondert het je dat we de volgende dag echt nood hadden aan een dag rust? Moe maar voldaan gaan we een welverdiende nachtrust tegemoet...



+ INLE LAKE: hoe een tuin kan drijven

Na een lange dag reizen, komen we toe in de Shan State, aan het grote Inle Lake. Vele guest houses zitten vol, maar we komen gelukkig in een goed hotel terecht, MET lekker ontbijt! Een pannenkoek, koffie of thee, vers fruit, vers geperst fruitsap, toast en een eitje. En dat mag wel, want na 3 weken zijn we helemaal niet meer “egg”-cited over het ontbijt van de meeste hotels hier in Myanmar: koffie of thee, een stuk fruit als je geluk hebt en toast met een ei (en of je nu “scrambled”, “fried”, of een omelet vraagt, het ziet er allemaal exact hetzelfde uit!). In het begin van de reis is dit nog ok, maar na een paar weken wordt het toch behoorlijk saai! Gelukkig kunnen we alvast beginnen uitkijken naar het zalige ontbijtbuffet van onze guesthouse in Yangon... mmmm...

Inle Lake bevalt ons wel. Onverwachts beslissen we om een boottocht te doen met twee andere Duitse meisjes en worden we een hele dag op het meer rondgevoerd. Natuurlijk worden de nodige toeristische stops gemaakt: een zilversmid met winkel, een plaats waar ze de typische sigaretten maken (met o.a. honing en banaan!) met winkel, en ten slotte nog een winkel waar “Long-necks” of “Padaung Hill Tribe” aan het werk zijn. Iederen kent het volk vanwege hun erg herkenbare ringen rond de nek. Hierna gaan we ook naar een weverij van katoen, gewone zijde en zijde gemaakt van waterlelies (!). Een heel erg dure stof trouwens, nog veel duurder dan gewone zijde. Ten slotte brengen we een bezoekje aan de mega-super-fantastische afsluiter van de dag: *trommelgerof* *trommelgerof*... “The Jumping Cat Monastery”!!! Hier hebben monniken katten door een hoepeltje leren springen! Zo ridicuul, naar zo grappig tegelijkertijd! Al die toeristen die naar springende katten staan te kijken, hilarisch toch?! Misschien moet ik dat de katten van ons thuis ook eens leren? Daar valt geld mee te verdienen! Neenee, die van ons blijven lekker rustig doorslapen...

De boottrip is mooier dan verwacht, zeker ook omdat het meer omringd is door een gebergte. Vooral de “floating gardens” maken indruk op ons: hele tomatenplantages drijven gewoon op het water en worden op hun plek gehouden door stokken. Echt leuk om te zien: Michaël loopt er eventjes op en zakt er amper lichtjes door, het is steviger dan verwacht! Cool is hier ook de manier waarop ze traditioneel roeien: met een voet op het uiteinde van de boot, en de andere voet rond de roeispaan... Het is mij een raadsel hoe ze hun evenwicht bewaren! Verder genieten we van een ontspannen dag samen met de twee toffe Berlijnse meisjes. Als leuke afsluiter van de dag gaan we ‘s avonds nog met een groepje gezellig uit eten.

De laatste dag gaan we per fiets naar een wijngaard. Jaja, een wijngaard hier in Myanmar! We proeven er hun verschillende wijnen op een zalig terras met prachtig uitzicht over de vallei en het meer... Dit is genieten! Erna gaan we nog naar een mooie zonsondergang kijken vanop een heuvel wat verder in de vallei.



+ YANGON: Diamonds are a girl’s best friend

Tijd om verder te gaan nu, meer bepaald om terug te keren naar Yangon, van waar we verder vliegen naar Kuala Lumpur, Maleisië. Eenmaal aangkomen in Yangon bezoeken we de prachtige “Shwedagon Pagode”, volledig in bladgoud bedenkt en gigantisch groot! Wel 98m hoog! Naast enorm veel bladgoud, werden er ook 2000 edelstenen gebruikt en een diamant van 76 karaat die zo groot is als een vuist! Het is adembenemend mooi! Of zoals ik het ergens las: “The Shwedagon Pagoda exudes a beauteous serenity.”

Het is nu ook Chinees Nieuwjaar, dus we zien wat drakendansen op straat, wat kermiskraampjes waar je kunt gokken, op ballonnetjes kunt mikken, allerlei lekkers kunt eten...

Spijtig genoeg moeten we nu Myanmar verlaten, en gaan we nu naar KL (=Kuala Lumpur), waar ik binnenkort mijn 10-daagse vipassana meditatie cursus zal volgen... 10 dagen stilte, niet lezen of schrijven, niet naar muziek luisteren, niet eten na de lunch en vooral... bijna 11u per dag mediteren! En Michaël trekt er 2 weken alleen op uit, om eens alles te doen dat hij met mij niet kan doen! Ik ben alvast erg benieuwd hoe we dit alles zullen ervaren... Jullie ook? Binnenkort meer hierover op de blog.



+ Enkele schoonheidstips uit Myanmar:

- Vele meisjes en vrouwen, en ook sommige jongens, smeren hier “thanaka” op hun gezicht. Dit oogt in het begin grappig, vooral omdat de meesten het precies in een rapte op hun gezicht gesmeerd hebben, en het dus optisch niet echt mooi oogt. Zij gebruiken de “thanaka”, gemaakt van boomschors, als make-up, maar ook als gezichtscrème en als bescherming tegen de zon.

- Vrouwen steken hun haar hier dikwijls op een erg simpele manier op: Gewoon een kam erin en hopsakee! Haar is opgestoken met kam en al erbij!



+ Wist je dat:

- De mensen hier zodanig hulpvaardig zijn dat de kuisvrouw van de wc’s op de luchthaven je na het wassen van de handen spontaan wat wc-papier aangeeft om je handen te drogen?

- Er hier erg veel zingende nonnetjes rondkomen voor offerandes? Hier nog veel meer dan in Laos, bijvoorbeeld.

- Je in Bangkok best geen etenswaren in je trekzak bewaard? En best ook geen zeep laat rondslingeren? Vlak voor we naar Myanmar vliegen, knabbelen de ratten ‘s nachts in onze hotelkamer aan onze zeep en hebben ze ook erg veel zin in muesli! Zo veel zin dat ze er zelfs de moeite voor doen om een gat in Michaël zijn trekzak te bijten! Bangkok is dus echt wel een propere stad!

- De vrouwen hier 20 jaar geleden een zo plat mogelijke voorkant wilden hebben?

- Er op de postzegel van Myanmar 2 nationale vlaggen staan? Die van Myanmar en rararara, die van China... De invloed van China is echt overal in zuid-oost Azië te merken, maar hier toch wel het meest.

- Vele Birmezen dan ook gewoon zeggen dat ze beseffen dat ze binnen 100 jaar waarschijnlijk aan China zullen toebehoren?!

- Mannen hier erg fier zijn op enkele sprietjes haar op hun kin? Aangezien de mannen hier geen baardgroei hebben, zijn ze enorm trots op elk sprietje omdat dit hun mannelijkheid beaccentueert.

- Het nationalisme hier, na Thailand, hier ook erg aanwezig is? Alleen is het dan wel op een onderdrukkende manier natuurlijk. Toen we bijvoorbeeld naar de cinema gingen, kwam net voor de film begon, het volgende opschrift op het scherm: “All citizens pay respect to their national flag”. Hierna komt de nationale vlag, wapperend in de wind, op het scherm en wordt het nationale volkslied afgespeeld. Het valt ons op dat de meesten maar heel erg kort rechtstaan... Totaal anders dus dan in Thailand, waar werkelijk iedereen in het station, op de avondmarkt... rechtstond gedurende de volledige duur van het volkslied!

- Voor ons de goedkoopste cinema ooit was? 1 dollar per persoon!

- De aanstekers hangen in theehuizen en restaurants met een touwtje aan het plafond bevestigd! Gemakkelijk bereikbaar en minder kans op verlies!

- Monniken getraind worden om nooit in de ogen van een vrouw te kijken? Zo ondervinden ze zo weinig mogelijk verleiding. Ik heb dit ook enkele keren ondervonden. Bij de “As you wish” monniken toch wel iets minder...

- Ze hier soms spuugbakken voorzien om hun “betelnut”-restanten in uit te spuugen? Ziet er trouwens uit alsof ze bloed spuugen... “Through browned teeth, men chew betelnuts, spitting dollops of blood red juice onto the earthen ground.” Net zoals in India trouwens, maar het is toch iets dat moeilijk went!