30 december 2010

Laos

Laos, het land van 1 miljoen olifanten

Rust… Stilte… Geen chaos… Lachende mensen overal… Vientiane lijkt allesbehalve op alle andere hoofdsteden in Z-O Azie ! Hier geen getoeter, geen drukte en geen geroep ! In de plaats hiervan een manier van denken die ons erg bevalt : Teveel werk is slecht voor de hersenen. Mensen die teveel denken, leven ongezond ! Elke vorm van stress dient hier vermeden te worden. Indien een activiteit – of het nu werk of spel is- geen enkel element van plezier teweegbrengt, leidt het waarschijnlijk vroeg of laat tot stress en bijgevolg dient deze activiteit te worden gestaakt of abrupt afgebroken. WAW !!! Wat een nationaal motto ! En probeer ze maar eens ongelijk te geven : Ongelukkig worden ze er zeker niet van : ze lachen overal en altijd !

Het is niet voor niets dat ze ten tijde van de Franse kolonisatie het volgende gezegde hadden over de inwoners van Indochina : ’The Vietnamese plant rice, the Cambodians watch it grow and the Lao listen to it grow…' Haha, die Laotianen toch !

De eerste dagen in Laos hebben een helend effect op ons : we genieten vooral van de erg rustgevende sfeer en spelen vele kaartspelletjes met onze toffe vrienden die we in Vietnam leerden kennen: Brett en Nicola. Dit is DE perfecte plaats om te bekomen van onze hectische ervaringen in Vietnam. Het vergt enkele dagen om onze achterdochtige houding ten opzichte van de Vietnamezen te vervangen door een glimlach naar eenieder die op ons pad kruist. Het is werkelijk een openbaring voor ons… Vanaf het moment dat je op straat komt, wordt er zoveel positieve energie naar je ‘doorgeglimlacht’ dat het onmogelijk is hier met een ochtendhumeur de dag van start te gaan !

Bovendien hebben we het geluk om hier te mogen logeren bij een verre schoonzus van Michael : Cecile. Alhoewel Michael haar al een hele tijd niet meer zag, verwelkomen Cecile en en haar vriend Sebastien ons in hun huisje als eregasten. We voelen er ons onmiddellijk thuis ! En genieten er van het huiselijke : een filmpje kijken, een potje koken, een spelletje badminton… Het klinkt jullie allemaal waarschijnlijk erg vertrouwd in de oren, maar voor ons is het precies een eeuwigheid geleden en doet het ons erg veel deugd!


Samen in de traktorband gaan we door het hele land

Het eerstvolgende weekend trekken we naar Vang Vieng met Brett en Nicola, en Maya en Calum, een ander koppel dat we leerden kennen tijdens ons Halong Bay bijna-zink-avontuur. Hier is het waar zo vele backpackers hun t-shirt met « In the tubing » vandaan hebben. Wat wilt dat nu zeggen, vraag je je waarschijnlijk af ? Wel, hier komen backpackers van uit de hele wereld samen om op een opgeblazen tractorband de rivier af te varen. Dat klinkt toch niet zo speciaal ? Was het niet dat er zich vele bars bevinden langs de rivier !!! En aangezien we ons hier nu toevallig bevinden, moeten we dit concept toch eens uittesten he ! Dus met ons 6’en vertrekken we rond de middag op onze traktorband aan het startpunt van de rivierkroegentocht.

Het concept is superleuk: wie houdt er nu niet van om op een band de rivier af te varen met het zonnetje in je gezicht en een lekker drankje in de hand ?! Bovendien zijn vele bars uitgerust met allerlei attracties zoals reuzeslingers, glijbanen, een modder- volleybalveld, death ride, bodypainting... Alhoewel dit concept ons erg bevalt, voel ik me plots toch niet zo goed bij mijn luilekkergedrag als plots enkele meisjes van het dorp passeren met een draagmand op hun rug in traditionele kledij… Ik kijk rond me in de bar en zie enkel ‘rijke’ westerlingen in zwemkledij, al dan niet al in tipsy toestand… Ik voel me plots schuldig… Wat moeten die dorpsmeisjes nu niet van ons denken ? Zij maar werken voor een appel en een ei en wij maar geld verkwansen aan drank… Een van de vele spijtige gevolgen van toerisme… De komende uren probeer ik er niet aan te denken, maar echt op mn plaats voel ik me toch niet meer. Gelukkig bevinden we ons in superleuk gezelschap en wordt het een feestelijke namiddag! Achteraf komen we nog te weten dat een deel van opbrengst ten goede komt van de lokale bevolking, gelukkig.

De volgende dag maken we allemaal samen een ritje op de brommer richting de plaatselijke ‘Blue Lagoon’. Onze hoge verwachtingen worden spijtig genoeg al snel aan flarden geslagen als we bij aankomst opmerken dat het niet zoveel voorstelt als de naam doet vermoeden. De rit er naartoe maakt gelukkig veel goed!


Home sweet home and pancake time!

Die avond zeggen we vaarwel aan onze nieuwe vrienden, en de dag nadien keren we terug naar Vientiane voor wat meer huiselijk genot bij Cecile en Sebastien. Toeval wilt dat de Laotianen nu net het 450-jarig bestaan van Vientiane vieren, en daarenboven is het ook de feestdag van het nationale monument van Laos, That Luang. Dit alles wordt gedurende 7 dagen gevierd met allerhande feestelijkheden. Kortom, het perfecte moment om in Vientiane te vertoeven! De week wordt gestart met een massa-gebedsceremonie: zoals je op de foto’s kunt zien, is iedereen met elkaar verbonden door middel van een witte draad. Dit symboliseert dat we allemaal broers en zussen zijn van elkaar, en dat het hele universum één is. Een mooi gebaar vinden wij...

Verder is er ook een grote markt/volkskermis (voor hen HET evenement van het jaar), een miniscuul vuurwerkje (als je het al vuurwerk kunt noemen tenminste!), een parade met lokale bergstammen, een potje “old fashioned” hockey waarbij elke speler een zelfgemaakte hockey stick hanteert... en als slot een massale offerande aan de monniken. Bovendien hangt de hele stad vol lichtjes en leuke versieringen ! Het anders zo rustige Vientiane staat bijgevolg in rep en roer doordat mensen vanuit het hele land naar Vientiane afzakken voor de festiviteiten. En wij genieten tussen de feestelijkheden door nog steeds van de gezellige, huiselijk sfeer bij Cecile en Sebastien ! Michael geniet vooral van zijn pannenkoeken! :-)

Na een tiental dagen verlaten we met spijt in het hart Vientiane. We zijn in korte tijd erg gehecht geraakt aan deze rustige stad waar we alles per fiets kunnen doen, waar de mensen altijd lachen en waar we zoveel geluk hebben met zo’n lieve huisgenoten. Vaarwel Vientiane...

In Luang Prabang belanden we in een superleuke, kleine en gezellige guesthouse. En niet alleen onze guesthouse is gezellig, maar het hele stadje! De grote avondmarkt, de vele eetkraampjes en de mooie gebouwen en wats (=tempels) stralen allemaal gezelligheid uit! Weliswaar is het ook een toeristische trekpleister maar het bevalt ons enorm!


In bad met een olifant!


Na ons eerste dagje verkennen, trekken we er op uit richting een olifantenkamp. Volgens de brochure zouden ze hier goed zorg dragen voor de dieren en de begeleiders van de olifanten deftig opleiden om zorg te dragen voor dier en natuur...Eerst zien en dan geloven! Maar het lijkt alvast een veel betere ervaring te worden dan onze vorige en eerste ervaring in India die nogal triestig was. De dieren moeten daar de ganse dag een superklein parcours doen en worden daarbij constant geslagen... Hier in Laos lijkt het er gelukkig anders aan toe te gaan: ’s morgens doen we een toer op de olifant van anderhalf uur door de jungle waarbij Michael en ik afwisselend op een stoel en in de nek van de olifant zitten. We zijn nog maar net vertrokken of onze mahout (= begeleider van de olifant) merkt op dat onze olifant 5 poten heeft! Nja... Moeten we er een tekeningetje bij maken? Het is in ieder geval een gigantisch exemplaar!

We doen veel meer dan enkel en alleen een toertje op een olifant: we doen ’s middags ook een mahout training! ’ s Middags leren we hoe we olifanten kunnen leiden, welke woorden en tekens we moeten gebruiken voor rechts, links, vooruit, achteruit... En een uur later is het zover! We krijgen elke onze persoonlijke olifant aangeduid en in ons blauwe mahoutpakje klimmen we op hun nek. Ik ben erg blij als blijkt dat ik de grootste en tevens de leider van de troep mag berijden. Mijn olifant stapt traag en lomp door de jungle, vertrappelt op zijn pad een paar struiken en legt onderweg een paar gigantische drollen van wel 20 tot 40 kilo (!). Het is een ZALIGE ervaring! Vervolgens leiden we de rij olifanten achter ons naar de river. Nu komt het grote moment, het moment waarvoor we het allemaal gedaan hebben: we gaan in bad met de olifanten! Meneer de olifant stapt dieper en dieper in het water tot ik het water aan mijn tenen voel. Maar dat is buiten de olifant gerekend, want die gaat vervolgens volledig onder. “Boun Boun” roep ik, en de olifant spuit me volledig nat (Klik hier en roep heel hard “Boun Boun”) ! Wat een fantastisch gevoel! Dit is zeker een dag om nooit meer te vergeten...


Een oase van rust, Nong Kiau

We belanden op een hemels plaatsje: een klein dorpje, weeral veel lachende gezichten, een rivier, prachtige kalksteenrotsen en een hangmat met een zicht om U tegen te zeggen... Wat wilt een mens meer? Niet ziek worden misschien!? Ja inderdaad! Michael krijgt spijtig genoeg te kampen met een ooronsteking. Maar niet getreurd, hij heeft er maar 1 dag last van, en dat kan de pracht en praal van dit fantastische plaatsje zeker niet bederven!

Samen met een superleuk koppel, Tahnee en Tundi, en Ben, de hilarische Engelsman, doen we een fietstochtje en genieten we van de zaligheid die ons omringt... We hangen wat in onze hangmat, kaarten wat, lezen een boek, doen een wandelingeTJE en doen nog zo veel meer en niets... Wat hebben wij toch een leven...

Als laatste tussenstop in Laos doen we Luang Namtha aan, een stadje in het noord-westen van Laos. We arriveren er samen met Ben, die eigenlijk van plan was om naar het zuiden te reizen... Maar toen hij besefte dat hij de verkeerde bus had genomen, sloot hij maar lekker bij ons aan! Haha, dat is reizen zie! We hebben hier spijtig genoeg enkel de tijd voor een kort maar prachtig fietstochtje, en moeten de dag nadien richting Thailand vertrekken. Hier in Laos zouden we zeker langer kunnen blijven, maar Thailand roept ons want ons visum hier verplicht ons het land te verlaten...


Wist je dat :

- De grenzen van Laos pas sinds 1989 openstaan voor toeristen ? Dit maakt van Laos een van de laatste nieuwkomers op toeristisch gebied.

- Cecile, Michaels verre schoonzus, elke dag als lerares steevast begint met een potje babbelen ? Dit wordt van haar verwacht om zo de goede sfeer onder de leraars te onderhouden ! Wie wilt hier allemaal komen werken ? IK !!!!

- Altijd steevast veel ijsblokken in hun bier kappen om het zo koel te krijgen ? Bijgevolg is rap drinken de boodschap om geen flets bier te krijgen!

- Ze hier in Zuid-Oost Azie geloven dat het gelukt brengt om haren op puisten te laten staan ? JAK !

- Je in Laos kiekens (nationale munteenheid KIP) uit de muur haalt? :-)

- Laos communistisch is ? Maar het bizarre aan de Lao PDR, The Lao People's Democratic Republic, is dat staatsaangelegenheden en religie hand in hand gaan !!!

- Er in sommige kleine dorpjes nog steeds communistische omroepen gebeuren via luidsprekers ?

- Olifanten:
+ 3000 tot 5000 kilo wegen?
+ 200 tot 250 kilo per dag eten?
+ 30 tot 150 liter per dag drinken, en dit in hun lichaam stockeren tot ze dorst hebben? Dan spuiten ze dit in hun mond.

- Ze zich hier liever samen met mama, papa, broer, zus… lazarus drinken in plaats van op cafe te gaan? Ma, pa, zet de fles maar al klaar ! :-)


27 december 2010

Prettige feestdagen!

19 november 2010

Vietnam

* Border crossing & Hoi An, het kleermakersdorp

De grensovergang die wij nemen is absoluut niet toeristisch. Bijgevolg hebben we voor het eerst in lange tijd opnieuw het gevoel avontuurlijk te reizen, en dat bevalt ons! Eenmaal in Vietnam aangekomen halen we ook voor het eerst tijdens onze reis ons point-it boekje uit! Dit boekje bestaat uit tekeningen van alle verschillende transportmiddelen tot etenswaren, tot dieren... Erg praktisch als je op een plaats als deze bent waar ze zelfs het erg courante woord ‘noodles’ niet kennen! Bedankt Liesbet voor dit handige cadeau!

Onze eerste bestemming in Vietnam is Hoi An, ongeveer halverwege de kustlijn gelegen. Dit erg gezellige stadje is bekend om zijn Chinese, Japanese en Europese invloeden merkbaar in de architectuur en kunst, en ook vooral om zijn goedkope op maat gemaakte kledij. Natuurlijk kunnen wij deze lokroep niet weerstaan en laten we voor een appel en een ei enkele kleedjes, rokjes, winterjassen en een costuum maken. Toevallig lopen we hier ook onze Nederlandse vrienden Simone en Joris tegen het lijf! We spenderen samen met hen een leuk weekend waaronder een gezellige namiddag aan het strand.

Alhoewel het stadje Hoi An gezellig oogt, voelt het tegelijkertijd erg ‘fake’ aan. Je krijgt al snel het gevoel dat dit absoluut niet het authentieke Vietnam is, zeker niet als de enige bootjes met oude vrouwtjes die je ziet om geld vragen als je een foto neemt… Alles lijkt in scene gezet te zijn, 1 groot film decor als het ware. Ook de mensen zijn veel minder vriendelijk dan in Cambodia: een glimlach is zeldzaam… En ook tijdens onze shoppingspree voelen we ons allesbehalve op ons gemak. Als je ook maar enige interesse durft te tonen in een bepaald kledingstuk zijn ze erg vriendelijk, maar van zodra je twijfel uit en er nog es over wilt nadenken begint het precies te donderen... O wee als je dan nog naar die winkel durft terug te keren, want dan krijg je nog stekken naar je hoofd gesmeten als: “ Je hebt zeker die jas ergens anders laten maken!” Sjiezes… Geef mij dan toch maar een westers shoppingcentrum!


* Halong Bay en de ongelooflijke boottrip!

Met gemengde gevoelens verlaten we Hoi An in de richting van de hoofdstad Hanoi. De stad is erg druk, en oversteken tussen de honderden brommers is hier een kunst! Dit wordt al snel bewezen als we tijdes onze eerste ochtend al 2 brommerongelukken zien! Samen met een tof koppel uit Nieuw-Zeeland, Brett en Nicola, die we tijdens onze trip naar Hanoi leerden kennen, boeken we een budget-toer naar Halong Bay, het zogezegde hoogtepunt in Vietnam. Maar al vanaf de eerste dag gaat het ongelooflijk fout… Je moet weten ze in Vietnam enorm opdringerig kunnen zijn: sommige hotels staan er op dat je transport etc. bij hen boekt. Dit is voor deze hotels eigenlijk hun voornaamste inkomstenbrom in plaats van de hotelkamers. Nuja, wij hebben ondertussen al zoveel verhalen gehoord over hotels die hun klanten oplichten dat we liever alles boeken bij een reisbureautje. Wat kan er dan foutlopen bijvoorbeeld? Iemand die via een hotel een visum voor Laos aanvraagt van 1 maand, maar die bij aankomst in Laos merkt dat het een transitvisum voor slechts 5 dagen is! Het hele grapje kost hem uiteindelijk 100 dollar in plaats van 30, en hij verliest veel tijd! Of je boekt een treinrit in 1e klasse bijvoorbeeld, maar je belandt in 3e klasse… Allerlei zo’n verhalen dus! Swat, waar wil ik nu naartoe? Wel, wij boeken dus zo goed als nooit iets in ons hotel, ook niet in Vietnam. Maar… dat was niet naar de zin van de receptionist van ons hotel en wat doet hij bij wijze van wraak? Hij saboteert dan maar onze Halong Bay trip en stuurt 4 andere toeristen mee in plaats van onze groep!!! In het begin denken we nog dat het om een vergissing moet gaan, maar achteraf wordt ons meegedeeld dat hij onze trip zonder twijfel gesaboteerd heeft! Goed begin ale… We moeten bijgevolg een dag wachten tot de volgende groep vertrekt, maar krijgen ter compensatie gelukkig wel een gratis nacht in een hotel. Niet getreurd dus, hier kunnen we wel tegen. Alleen zijn we wel gechoqueerd door de receptionist zijn gedrag...

De volgende dag worden we gelukkig wel opgepikt! Tijdens onze eerste dag blijkt wel al dat de volledige planning veranderd is, maar dat kan ons niet veel schelen. Zolang alle beloftes maar nagekomen worden, de volgorde doet er ons niet toe: zo denken we nog... De eerste namiddag brengen we door op de boot tussen de werelberoemde kalksteenrotsen. We hadden er wel meer van verwacht maarja, we zijn ondertussen natuurlijk al het een en het ander gewoon na een jaar.

De 2e dag echter, verloopt iets minder vlotjes... Alhoewel je “iets” dan wel een serieuze ‘understatement’ kunt noemen! Je kunt de dag eigenlijk kortweg beschrijven als een dag wachten: wachten op de bus, wachten op de boot, wachten op ons eten, wachten op nog een bus, wachten op een gids die nooit komt opdagen… Er wordt ons ook vanalles wijsgemaakt dat achteraf totaal niet wordt nageleefd: anderhalf uur kajakken wordt gereduceerd tot een half uur, zwemmen wordt afgeschaft, een namiddag op het strand wordt afgeschaft... En wat krijgen we in de plaats? Wachten op vanalles en nog wat, en natuurlijk worden we op plaatsen gedropt waar zij commissie krijgen op eten en drinken... Bovendien stoort ons nog het meeste de manier waarop ze ons behandelen: totaal respectloos… Een hond wordt nog beter behandeld! Stel je de gids een vraag, bijvoorbeeld, dan doet hij gewoon alsof hij je niet hoort. Of terwijl je voor een dubbele kamer betaald hebt, maken ze je wijs dat er helaas geen dubbele kamers zijn op de boot en dat we met 6 in 1 kamer zullen moeten slapen! Gelukkig houden wij voet bij stuk en krijgen we na een half uur discussieren dan toch een sleutel overhandigd van, jawel, een dubbele kamer!!! We zien hoe toeristen een pint van het vat bestellen, maar slechts een halve echte pint krijgen, aangevuld met het tapoverschot (= het bier dat normaal verloren gaat tijdens het tappen) Met ongelooflijke hoofdpijn als gevolg… Maar ben je Vietnamees, dan krijg je natuurlijk wel een volledige frisgetapte pint! En zo kunnen we nog tientallen andere voorbeelden aanhalen… Je kunt je dus al inbeelden dat de hele groep van ongeveer 20 man er stilletjes aan genoeg van begint te krijgen, maar we proberen ons te amuseren en het niet te veel aan ons hart te laten komen.

We hopen op een leuke afsluiter: een avond en een nacht op een boot. Maar dat is dan buiten de boot gerekend! Na een leuke avond op het dek van het schip, beslis ik rond 1u te gaan slapen. Nog geen half uur later, echter, wordt er bruusk op de deur gebonkt: “GET UP! THE SHIP IS SINKING!!!” Ik denk eerst dat het om een flauwe grap gaat, maar na een 2e waarschuwing raak ik in paniek! Daarom dat ik daarnet bij het poetsen van mijn tanden bijna mijn evenwicht verloor en dacht dat ik uit mijn bed zou rollen! Zenuwachtig trek ik vlug m’n kleren aan en smijt ik alles in onze trekzakken. Neem ik alles mee of niet? Allerlei voorschriften van vroegere brandoefeningen op school schieten door mijn hoofd! Zeiden ze toen niet dat je beter alles achterlaat??? Ik probeer dan toch maar alles mee te nemen, want wat moeten we zonder onze trekzakken? Die zijn als het ware ons huis! Ik rep me naar boven naar het dek, en wat zie ik tot m’n grote verbazing?!!! Michael en nog een paar andere jongens zijn doodleuk van de ene kant van de boot naar de andere kant aan het lopen om de boot opnieuw in evenwicht te brengen. En ze lijken het nog tof te vinden ook! Maar wanneer Michael mij op dat moment in paniek naar boven ziet stormen, en tegelijkertijd merkt dat de boot wel ongelooflijk hard aan het schommelen is, valt zo stilletjes aan zijn dong! (= de Vietnamese munteenheid) Nadat ik hem en de andere jongens nogmaals duidelijk maak dat het schip effectief aan het zinken is, zijn ze op slag “nuchter”!!! De bagage wordt naar het dek gebracht, en iedereen wordt verzameld. Er begint paniek te heersen, en er komt al snel een andere boot naast ons varen om ons te redden. Gelukkig! Er is slechts 1 probleem: de kapitein wilt onze paspoorten niet afgeven en zonder paspoorten zijn we niets... In de groep is ook een Belgisch koppel met baby mee, en de vrouw krijgt het serieus op haar zenuwen. Op datzelfde moment zien we de reddingsboot doodgewoon van ons wegvaren zonder enige uitleg! En als de gids dan ook tegen haar begint te roepen en blijft weigeren om de paspoorten af te geven, wordt het haar teveel: uit angst haar dochter en ongeboren kind te verliezen, geeft ze de man een mep in het gezicht! En wat doet de zogezegde gids dan maar? Die slaat moeder EN bay gewoon terug! Ondertussen stormt de echtgenoot naar voor, maar gelukkig kunnen enkele jongens nog net vermijden dat ook zij op de vuist gaan. En wonder boven wonder krijgen we dan na al dat gedoe toch nog te horen dat de pomp blijkbaar vermaakt is. Halleluja! Deze pomp zorgt er namelijk voor dat het water terug uit de boot wordt gepompt. Hoe onprofessioneel kun je als gids zijn zeg… En het toppunt van al: de volgende dag aan de ontbijttafel zitten 2 Indische meisjes bij ons die ons plots vragen: “Wat was al dat lawaai vannacht?”!!!!! Blijkbaar zijn ze niet gewekt en weten ze bijgevolg van niets... Was het schip gezonken, dan waren er toch zeker 2 mensen verdronken! De gemoederen zijn gelukkig wat bedaard, en we genieten we nog enkele uurtjes van wat zonneschijn op het dek, maar we kunnen vooral niet wachten om aan wal te gaan. We hebben er allemaal meer dan onze buik van vol!!!

Als iemand op het einde van de trip vraagt waarom we zo respectloos behandeld worden, krijgen we als antwoord dat we ‘maar’ backpackers zijn. Als we meer geld zouden uitgeven aan een duurdere toer, dan pas zouden ze ons met respect behandelen!!! Als we dan ook later ons beklag gaan doen bij de toeroperator, krijgen we nogmaals te horen: ”This country does not like backpackers!” Moraal van het verhaal: Hoe meer geld je spendeert, hoe beter ze je behandelen. Maar de vraag is dan natuurlijk of je wel je geld wilt spenderen in een land die zo denkt?


* De ‘korte’ busrit richting Laos

Verdere plannen in Vietnam worden bijgevolg afgeschaft en we willen zo snel mogelijk uit dit land weg! Maar ook hierbij wordt ons geduld op de proef gesteld als onze bus na amper 1 uur rijden in panne valt... 2 uur wachten wordt verlengd met nogmaals 2 uur wachten en nogmaals en nogmaals tot we uiteindelijk 24 uur in panne hebben gestaan! Je moet dan ook goed weten dat we ons op slechts 1 uur rijden van de hoofdstad bevinden en dus absoluut niet begrijpen waarom het zo lang kan duren... Swat, we kunnen er allemaal nog mee lachen, en ’s avonds komt er ons een andere bus ophalen. Maar weeral zijn we enorm ontgoocheld in het gedrag van de Vietnamezen... Er komen ons 3 bussen “redden”: 1 ‘sleeper bus’, en 2 normale bussen waarin je rechtop zit. Van de slaapbus krijgen we te horen dat hij vol zit en dat we dus niet anders kunnen dan naar de gewone bus te gaan. Maar wij zijn niet naief, en als we het buspersoneel dan vragen of we eens mogen kijken of er echt geen plaatsje vrij is, wordt de deur op een agressieve manier letterlijk gebarricadeerd! En eventjes later wordt al snel duidelijk waarom: de slaapplaatsen zijn “natuurlijk” gereserveerd voor de Vietnamezen, terwijl we allemaal dezelfde prijs betaald hebben (alhoewel wij waarschijnlijk zelfs meer, ‘skintax inlcusief’!). We hebben er nu echt wel genoeg van, zeker als we helemaal achterin de bus gedumpt worden waar onze zetels kaarsrecht staan en beenruimte zo goed als onbestaande is! Maar nog geen half uur later komt een man van onze vorige bus de bus opgestormd met de mededeling dat de bus dan toch vermaakt is!!! We verhuizen dus terug naar onze eerste bus... En al snel valt ook onze dong waarom ze zo blij zijn dat ze ons opnieuw kunnen vervoeren… Niet voor ons nee, maar voor al hun illegale goederen die ze de grens willen overkrijgen! De bus zit vol verstopte, illegale kledij, etenswaren en vanalles en nog wat! En met wat blanke toeristen op de bus ogen ze natuurlijk veel geloofwaardiger! Niet dat het hun lukt ‘by the way’, want we zien het nodige smeergeld al snel passeren… Na een 2e panne de volgende dag – van gelukkig slechts 2 uur zonder verlengingen– kun je je wel inbeelden hoe opgelucht we zijn wanneer we na 46uur gelukkig en wel toekomen in Vientiane, Laos! Vietnam, NOOIT meer!!!

Uit alle positieve verhalen die wij hoorden van Vietnam kunnen we concluderen dat deze mensen meer geld uitgaven dan de gemiddelde backpacker, maar zijn ze dan in contact gekomen met hoe Vietnamezen in de toeristische sector echt denken? In onze ogen hebben ze een vals beeld gekregen van hoe deze Vietnamezen denken. Over mensen buiten het toeristisch circuit kunnen we ons natuurlijk niet uitspreken. Dit klinkt waarschijnlijk hard en verbitterd in jullie ogen, maar dit is hoe wij het ervaren hebben. Natuurlijk kunnen we ons niet uitspreken over alle plaatsen waar we niet geweest zijn, maar voor ons is de mentaliteit van de mensen nu eenmaal veel belangrijker dan de omgeving.


Cambodia

* Angkor What?

Na Thailand trekken we vol nieuwsgierigheid naar het buurland Cambodia. Tijdens de grensovergang valt het verschil tussen Thailand en Cambodia onmiddellijk op: de banen zijn in een slechtere staat, er is veel minder verkeer… Het land is dus duidelijk veel minder welvarend dan zijn rijke buurland Thailand. Maar wat ons ook onmiddellijk opvalt is dat de mensen dan ook veel meer lachen! Nieuwsgierig reizen we verder naar onze eerste stop: Siem Reap. Hier genieten we van een paar ontspannen dagen samen met toffe reizigers die we tijdens onze busrit naar Cambodia leerden kennen: Simone en Joris, een tof Nederlands Koppel; 2 leuke Chilenen; Adrien de geheimzinnige Fransman; 2 Engelsen en een erg bizarre/zotte/zatte Israelier. Het is ook de verjaardag van Simone en dat moet op een gepaste manier gevierd worden: we luieren een namiddagje aan een zwembad en genieten ‘s avonds in dit jolige gezelschap van een lekkere pizza en een leuke avond poolen.

En waarom komen er zoveel toeristen naar Siem Reap? Om het 8e wereldwonder oftewel de tempels van Angkor te komen bewonderen natuurlijk. Samen met Joris en Simone gaan we al ‘s morgens vroeg op verkenning in de wereldberoemde tempelruines. We starten de dag met het hoofdcomplex Angkor Wat tegen een prachtige rode ochtendgloed. Dit complex vinden we vooral mooi van de buitenkant, maar het zijn eerder de ruines van Angkor Thom en Ta Prohm die ons meer weten te bekoren. Angkor Thom is het gedeelte dat bekend staat om de gezichten die in steen zijn uitgehouwen, en die trouwens de koning uitbeelden die streng op zijn volk neerkijkt, en Ta Prohm is herkenbaar aan de gigantische wortels en bomen die de ruines overgroeien. Het is adembenemend! En Michael voelt zich direct in zijn element terwijl hij Indiana Jones probeert na te bootsen! (Films van Lara Croft en Indiana Jones zijn hier opgenomen nvdr.)


* Battambang cruise

Na een viertal dagen in Siem Reap vertoefd te hebben, boeken we een boottocht over het Tonle Sap meer richting Battambang. Het speciale aan deze boottocht is dat het meer dicht begroeid is en “bebouwd” is door vele drijvende dorpen. Het schouwspel is prachtig: onze boot baant zich een weg door de dichtbegroeide vegetatie terwijl we omringd worden door vele lachende kinderen die naar ons zwaaien en fier hun kunstjes in het water tonen. We genieten op het dek van de zon terwijl we drijvende restaurants, winkels, stadhuizen, kapsalons… zien passeren. Na dit dagje genieten slapen we een nacht in de stad Battambang om vervolgens de dag nadien richting hoofdstad Pnom Penh door te reizen.


* Pnom Penh en de gruweldaden van de Khmer Rouge

In Pnom Penh bezoeken we, nog steeds in het gezelschap van onze toffe Nederlandse vrienden Simone en Joris, de restanten van de gruwelijke overheersing door de Khmer Rouge. Toen de Khmer Rouge in 1975 aan de macht kwam, wilden ze terugkeren naar het jaar 0! Wat een idee! Dit hield in dat alle intellectuelen uitgeroeid moesten worden: dokters, leraren... kortweg iedereen die een of andere opleiding genoten had werd vermoord. Ook als je een andere taal kon spreken, of gewoon een bril droeg, was dit reden genoeg om je naar een van de vele ‘Killing Fields’ te sturen. Dit was een soort van concentratiekamp waar in totaal ongeveer 2 miljoen mensen omgebracht werden... (Bijgevolg heeft het land nu een erg jonge bevolking met een gemiddelde van 22jaar!) Hier werden geen gaskamers gebruikt zoals in Duitsland, maar om geen kogels te verspillen, bijvoorbeeld, werden kinderen simpelweg met hun hoofd tegen een boom geslagen. En om achterdocht in de buurt te vermijden en om het geroep en getier te overheersen, weergalmde muziek uit luidsprekers... We bezoeken ook het Tuol Sleng museum, een school die door de Khmer Rouge omgebouwd werd tot gevangenis. Het is zeer moeilijk om ons in te beelden dat deze gruwelijke feiten zich amper 40 jaar geleden afspeelden...

Net zoals op andere plaatsen in Azie, regent het gedurende ons verblijf in de hoofdstad abnormaal veel. Met als gevolg dat het stadscentrum volledig blank komt te staan... Gelukkig vormt dit hier geen groot probleem aangezien alle voetpaden erg hoog zijn en de huizen zo dus niet kunnen onderlopen. De kinderen hebben in ieder geval wel de tijd van hun leven, en wij ook!

We staan op het punt om de hoofdstad te verlaten, wanneer ik plots koorts krijg... We reppen ons naar de dokter om mijn bloed te laten onderzoeken, want koorts kan hier in Azie op verschillende serieuze ziektes zoals malaria wijzen... De volgende dag vernemen we gelukkig dat het niet om malaria gaat, maar om dengue. Voor diegene die dengue niet kennen: het is een ziekte die veel voorkomt in Z-O Azie en die overgedragen wordt door o.a. muggen. De symptomen varieren tussen enkele dagen koorts tot doodbloeden... Bij mij wordt gelukkig geen ernstige vorm vastgesteld en wordt me veel rust voorgeschreven. En dit wordt dan ook met plezier gevolgd want we hebben enkele filmzenders op de kamer en dit is ongetwijfeld een welkome afleiding! De dokter verwittigt me enkel onmiddellijk terug te komen als ik ergens een bloeding krijg. Maar geen nood, na enkele dagen ben ik al snel weer de oude en ben ik gespaard gebleven van een bloedtransfusie, OEF!


* Dolfijnen en kratermeren

Aangezien Cambodia en zijn erg vriendelijke bevolking ons erg bevalt, beslissen we niet de toeristische grensovergang naar Zuid-Vietnam te nemen, maar in de plaats daarvan naar het veel minder toeristische noord- oosten van Cambodia te reizen. In het rustige Kratie trekken we er een dagje op uit met de fiets. Het is een toffe rit tussen vele landelijke, kleine dorpjes met weeral veel lachende kinderen en vriendelijke mensen. Het doel van onze rit is de aanlegpier van de boten die de Mekong afvaren om de met uitsterven bedrijgde zoetwater Irrawaddy dolfijnen te spotten. Het wordt een ontspannend boottocht tussen een familie dolfijnen... leuk!

De volgende dag reizen we over een voornamelijk hobbelige zandweg naar Ban Lung, de erg rustige hoofdstad van de Ratanakiri provincie in het Noord-Oosten van Cambodia. De fietstochten bevallen ons, dus deze keer fietsen we richting het mooie blauwgroene kratermeer Boeng Yeak Laom omringd door Cambodiaanse jungle. (Spijtig genoeg begeeft ons fototoestel het hier en kunnen we je dus geen foto's tonen.) Verder genieten we van de rust en het niet- toeristische karakter van dit provinciestadje met onverharde, stoffige wegen en superlieve mensen die zo goed als geen woord Engels spreken... Hier leer je pas het echte Cambodia kennen!

Na een goeie 2 weken verlaten we Cambodia met een goed gevoel. Of we onze volgende bestemming ook met zo’n goed gevoel verlaten, lees je binnenkort in de volgende post...


3 oktober 2010

Zuid-Thailand

Onze 1e uren in Thailand voelen een beetje aan als thuiskomen. De luchthaven is hypermodern, de luxe (wat voor ons nu luxe is, maar een jaar terug nog normaal was!) is alomtegenwoordig en er zijn veeeel toeristen. Zo wordt het ons ook tijdens onze 1e rit van de luchthaven naar het centrum duidelijk dat het verkeer hier veel ordelijker verloopt: zo goed als geen getoeter, veel deftigere autos en een goede 3-vaksbaan zonder putten (lees: waar je 100 km/uur kunt rijden). Het is officieel gedaan met de Indische chaos!

Eenmaal aangekomen in onze guesthouse kan ik niet wachten om mijn Indische “tent”kleren in stukken te scheuren en triomfantelijk in de vuilbak te gooien! (Sommige stukken doen nu dienst als zakdoek trouwens hahaha.) EINDELIJK voel ik me opnieuw op en top vrouw: ik kan weer rokken en broeken dragen boven de knie en ik kan met blote schouders weer op straat komen zonder gestaar van het mannelijke geslacht! ZALIG! Probeer mij nu maar eens in een boerka te krijgen, NEVER!

Het contrast tussen India en Thailand is erg groot. Van een land waar zelfs oogcontact tussen een niet-getrouwde man en vrouw taboe is, komen we terecht op een plaats waar letterlijk alles kan en mag: het loopt hier vol van de hoertjes en de ladyboys (=travestieten, al dan niet omgebouwd), westerse mannen komen doodnormaal Thaise vrouwen kopen, vele massagesalons bieden een “uitgebreid” dienstenpakket aan, sex is legaal vanaf 15 jaar, er worden shows gegeven waarin meisjes ping pong balletjes schieten met hun intieme delen (JAWEL!!) en last but not least is hier het enige straatje ter wereld waar je live porno kunt gaan kijken!!! Thailand betekent dus niet voor niets ‘Land of Freedom’ in het Thais!

Zonder het goed en wel te beseffen komen we midden in Khao San, “de” backpackerstraat van Bangkok, terecht. Bijgevolg zouden we normaal gezien geen oog kunnen dichtdoen door al het lawaai van de vele bars en discotheken, was het niet dat we gelukkig over goede oordopjes beschikken! Bovendien hebben we beiden last van buikkrampen en misselijkheid, een laatste spijtige gevolg van de Indische keuken, en dat dan nog op Michaëls verjaardaag… dikke pech…


Bezoek mama Zita en papa Dirk

Na deze korte pitstop nemen we de trein naar Zuid-Thailand (weeral, wat een verschil met de treinen in India!) en vervolgens de boot naar het eiland Ko Phangan, om er daar mijn ouders te gaan vervoegen. En wat doet het deugd om elkaar na 9 maanden terug te zien! De 1e dagen wordt er vooral erg veel gekletst en gerust na de lange reis. Hierna gaan we richting Ko Tao voor wat snorkel- en duikplezier! We doen een leuke snorkeluitstap en verkennen het onderwaterleven op verschillende plekken rond het eiland. Een paar dagen later waagt mijn vader zich aan een “discovery dive” terwijl Michaël gaat duiken, en mama en ik nogmaals gaan snorkelen. Allen genieten we enorm van de prachtige onderwaterwereld en ook mama begint zich als een vis in het water te voelen! Ook op culinair niveau worden we erg in de watten gelegd: we beginnen elke dag met een lekker ontbijtbuffet op het strand, we wagen ons aan een Koreaanse bbq en veel lekkere Thaise gerechtjes, drinken overheerlijke sangria... We gaan shoppen, genieten van het zwembad met zicht op zee... En natuurlijk mag een traditionele, Thaise massage voor slechts 5euro niet ontbreken! De dagen zijn veel te kort en al veel te snel moet er al weer afscheid genomen worden. Dankje mama en papa voor de zalige week! We hebben erg genoten van ons samenzijn!


Duiken en feesten

Triest door hun vertrek, maar tegelijkertijd opgeladen door hun bezoek blijven we nog een paar dagjes in Ko Tao plakken waar Michaël een “advanced open water” cursus duiken volgt, en ik kan genieten van een mooi en gratis zwembad. Onze volgende stop: terug naar Ko Phangan, want hier vindt binnen een paar dagen de beroemde en beruchte Full Moon Party plaats! We genieten er van een weekje zon, zee en strand, veel films en afleveringen Friends die non-stop in bars en resto’s getoond worden en gaan graag eten bij ons vaste restaurant: “Fatman”. Hier heeft de sympathieke kok ook effectief een dikke, ronde buik en loopt hij dikwijls ongegeneerd in bloot bovenlijf rond. We voelen er ons al snel thuis! Natuurlijk volgen er ook een paar feestjes. We leren er al snel een toffe groep Parisiens kennen, waar we een paar onvergetelijke avonden mee beleven tot in de vroege uurtjes.

En ons eerste feestje was vast en zeker onvergetelijk, of moet ik zeggen de morgen nadien... Om 7u ’s ochtends schiet ik wakker en wat zie ik voor me??? Een kortgeschoren hoofd!!! Euh.. eventjes knipper ik met m’n ogen, want dit moet en zal een droom zijn! Michaël heeft toch zijn haar niet kortgeschoren? Maar na herhaaldelijk knipperen, haal ik er in paniek mijn bril bij. Want dan moet en zal er iets serieus mis zijn met mijn ogen! Ook met mijn bril op echter zie ik tot mijn grote verbazing nog steeds een kortgeschoren hoofd voor me!!! PANIEK!!! Er ligt een wildvreemde jongen in ons bed, tussen Michaël en ik, en dan nog rond Michaël geklampt! Nu gaat de alarmbel pas serieus aan het rinkelen en schiet ik me uit bed om Michaël te verwittigen. Die reageert precies alsof het iedere dag gebeurt (nee, ik stel me geen vragen, want hij heeft nu eenmaal lang in de Chiro gezeten...) en vraagt de jongeman koelweg om onze kamer te verlaten... Deze reageert doodgewoon dat het zijn kamer is, en wilt terug gaan slapen... Na wat herhalen dringt het dan uiteindelijk toch tot hem door! Echt diep slapen lukt erna toch niet meer zo goed... Michaël daarentegen slaapt als een roosje! De jongeman in kwestie schaamt zich de dag nadien verschrikkelijk! Hij sliep in de kamer naast ons, en had zich van kamer vergist nadat hij naar het toilet was geweest. Zat en stoned als hij was (champigons doen rare dingen met mensen...) had hij het verschil van kamer gewoon niet opgemerkt.

Op de dag van de Full Moon Party stappen we de teletijdsmachine in terug naar 9 augustus om de verjaardag van Michaël deftig te kunnen vieren. De dag wordt gestart met een lekker ontbijtbuffet, er volgen wat verrassingetjes en ’s avonds volgt een verjaardagsfeestje om U tegen te zeggen: samen met de Parisiens dansen, lachen, gieren en brullen we de ganse nacht. De nodige “buckets” (de wereldberoemde kleine emmertjes gevuld met allerhande cocktails, waaronder de meest typische: cola, red bull en sangsom whiskey) en spelen we als kleine kinderen met fluoriscerende verf tot de warme ochtendzon zodanig begint te branden dat we huiswaarts keren.


Bezoek uit Stekene

Na dit weekje op de meest beroemde fuifplek in heel Thailand gaan we naar Phuket, want hier verwachten we ons 2e bezoek: Dries en Enia! Voor de gelegenheid gaan we op zoek naar een mooie en gezellige kamer met tv en keukentje, waar we zelf zoooo van genieten. Ontbijt op bed is veel te lang geleden en zoooo hemels! We dwalen door het slechte weer wat door de straten en genieten er enorm van om in de Carrefour rond te slenteren! Dit is dan ook de 1e grote supermarkt die we op ons pad kruisen, en voor ons is het precies een pretpark .

Tussen een hele groep taxichauffeurs en hotelproppers wachten we onze vrienden aan de luchthaven op met een spandoek van wel 2m lang! ‘s Avonds in het zwembad, dat we volledig voor onszelf hebben, worden alle nieuwe roddels in geuren en kleuren verteld. En dat met een Belgisch biertje in de hand! Perfect! Dankje Dries en Enia, de Kriek en Leffe hebben ons enorm gesmaakt! En natuurlijk ook de Kwakies van den Aldi tijdens het ontbijt op ons terras met zicht op zee! De eerste dag valt het weer spijtig genoeg wat tegen, waardoor we wat in het shoppingcomplex/pretpark rondhangen. De dagen nadien verkennen we per brommer de kustlijn, bezoeken we een groot Boeddhabeeld op een berg met mooi uitzicht en verkennen we Phuket-stad. Een zekere avond merkt Enia plots iets bizars op tussen haar voet en haar sandaal... Iets plakkerigs en groens... Een KIKKER! Nu doodgetrapt weliswaar.. De kleine kikker was gewoon tussen haar voet en sandaal gesprongen, vanwaar hij weliswaar in tijdsnood zat om verder te springen.. De sandaal wordt goed uitgeschraapt... Een volgend dierenfenomeen: Enia en ik beslissen om ons eens goed in de watten te laten leggen door naar Doctor Fish te gaan! Nu denk je waarschijnlijk: wat is dat nu voor rare naam? De volgende uitleg zal snel duidelijkheid brengen: je steekt je voeten in een bak vol visjes die je dode huid komen opeten! We vinden het alletwee spannend om onze voeten in het water te steken, maar eenmaal er tientallen visjes aan onze voeten hangen te bijten, valt het allemaal wel goed mee. Het voelt zelfs leuk aan! Goed wetende dat deze behandeling in Amerika veel geld kost, genieten wij maar al te graag van de luxebehandeling!

Vervolgens nemen we de boot richting de wereldberoemde Ko Phi Phi eilanden. Op een prachtig, afgelegen strand genieten we van wat rust op het strand, een spelletje dammen, lekker eten… En Dries geniet vooral van de “sweet ’n sour with “raist” (=rijst + rice) and chicken” in zijn favoriete restaurantje.. He Dries, krijg je alweer water in de mond? Hierna gaan we naar een levendiger strand aan de andere kant van het eiland, waar tevens ook al het feestgedruis plaatsvindt. En aangezien we vernemen dat Enia geslaagd is voor haar herexamen, vraagt dat om een feestje! We testen de “buckets” uit en bouwen we een leuk feestje op het strand. De dag nadien verkennen we, de ene al wat meer comfortabeler dan de andere, de nabijgelegen eilanden per boot. We snorkelen, bezoeken “monkey beach” (je raadt het al, een strand vol aapjes), het prachtige Bamboo Island en Maya Beach, waar de film “The Beach” met Leonardi Dicaprio opgenomen is. Op dit eiland spotten we ook Clownfish, oftewel Finding Nemootjes, leuk leuk leuk!

Krabi is onze volgende bestemming. Tijdens een wandeling langs het strand komen we op een plek terecht waar blijkbaar alle kinderen op schooluitstap worden gedropt. De giegelende en stoer wezende schoolkinderen begapen ons en staren ons langs alle kanten aan, en foto’s dat er van ons worden genomen!

We trekken er ook weer op uit met de scooter: we bezoeken een avondjemarktje en gaan op zoek naar de Tijgerrots. Na een uur rondcruisen en rondcruisen en rondcruisen.... geven we de hoop op en bezoeken we een lokale tempel. Een beetje later merken we echter tot onze grote verbazing op dat de Tijgerrots er zich gewoon vlak naast bevindt... Deze keer kunnen we echter niet tot aan het beeld geraken met de brommer, en moeten we een erg steile trap van wel 1272 treden beklimmen. De klim van een dik uur is zwaar en het is warm, erg warm… Eenmaal boven zijn we maar al te blij met het verfrissende water en het spectaculaire uitzicht op de kalksteenformaties en de eilanden in de verte. Als afsluiter bezoeken we een aquarium waar we schildpadden, zeepaardjes, clownfish, haaien en nog veel meer mooie vissen bewonderen.

Verder is het belangrijk om te vermelden dat we in Krabi toasten op het diploma van Dries EN op zijn allereerste borstharen! Nogmaals een dikke proficiat Dries! En waarmee heeft hij zichzelf getracteerd? Hij heeft zijn collectie t-shirts ver5voudigd: van 5 naar ongeveer 25! Want het is hier dan ook zo ”Cheap cheap cheap”!!!
De laatste dagen halen de jongens nog wat mopjes met elkaar uit, we genieten van nog veel leuke momenten in het zwembad en we eten nog veel lekkere hamburgers van de 7/11 (=supermarkt)...

Na hun vertrek begint voor ons een klein weekje plannen. De favoriete bestemmingen worden gekozen en de goedkoopste vliegtuigtickets geboekt... Waar we zullen belanden de komende maanden, blijft echter een verrassing...

Terug in Bangkok bezoeken we een paar bezienswaardigheden, waaronder het prachtige Koninklijk Paleis en Wat Pho, de beroemdste massageschool van Thailand. We verkennen ook de moderne binnenstad vol shoppingcentra en wolkenkrabbers, om vervolgens naar onze volgende bestemming te trekken: Cambodia.




7 augustus 2010

Goodbye India

Na 6 en een halve maand in India, trekken we naar andere oorden. Enerzijds staan we te popelen om nieuwe landen te ontdekken, maar anderzijds verlaten we het “Incredible India” (hoe India hier in de promocampagne genoemd wordt) ook met spijt in het hart.

We zullen nog dikwijls terugdenken aan onze eerste weken:
Hoe groen waren we toen toch niet dat we verwonderd waren over het hoge aantal homo’s omdat ze hand in hand liepen en elkaar een klets op de kont gaven (wat totaal zo niet is, maar de enige vorm van affectie is die in het openbaar getolereerd wordt!). Onze mond viel open van het chaotische en veel te drukke Mumbai, van de kleurenpracht aan sari’s, van het contrast tussen rijk en arm en bij het zien van een koe in het midden van de weg of een ganse familie die op 1 moto zit. Toen we de eerste keer op restaurant gingen, vroegen we ons beteuterd af waarom we enkel saus gekregen hadden? Wisten wij veel dat je er normaal gezien ook chapati of rijst moet bijbestellen! Toch leren we al snel dat een haat –liefde verhouding met het land nooit veraf is: We ergeren ons dood aan al het gestaar en de aantastelijkheden, en de vele mannen die doen alsof Isabel precies niet bestaat. Bovendien zijn we telkens opnieuw weer verwonderd over de corruptie die door iedereen als vanzelfsprekend aanvaard wordt.

Ondertussen zijn we gewoon geraakt aan een wereld die in alle opzichten totaal verschillend is van de onze: Als antwoord op een vraag doen we ondertussen al zelf de “head wiggle” (kijk naar het volgende filmpje als je wilt zien wat we bedoelen: klik hier), gaan wij nu ook spontaan in hurkzit zitten, eten we altijd met de rechterhand en geven we de nodige “baksheesh” om ons uit de nood te helpen. Er zijn te veel onvergetelijke momenten om op te noemen: de prachtige paleizen en forten in Rajasthan, de rust en lieve mensen op de boerderijen, onze meditatie/yoga-week in Rishikesh, de overgetelijke steden Varanasi en Bodh Gaya, de wondermooie reefs in de Andaman&Nicobar Islands, ons zotte moto-avontuur in Ladakh en natuurlijk het icoon van India: de Taj Mahal.

Maar wat ons nog het meeste zal bijblijven is hoe meer dan 1 biljoen Indiërs, met zoveel verschillende godsdiensten en 100en talen zo verdraagzaam kunnen samenleven in een veel te klein land. We vragen ons dan ook bedenkelijk af of wij, Europeanen, dat onder dezelfde omstandigheden ook zouden kunnen...

6 augustus 2010

Shimla > Ladakh

Op 14 juni nemen we de bus vanuit Kathmandu tot aan de westerlijke grens van Nepal. Vandaar denken we een 2e bus van een 10-tal uur te nemen. Maar na een paar uur rijden, hebben we door dat ook deze busrit 18 uur zal duren. Dus dit betekent: nog een nacht op de bus! En dit keer hebben we niet veel beenruimte en ook geen stoel die je kunt achteruit klappen... In de plaats daarvan hebben we amper genoeg plaats om met twee te zitten en stopt de bus op ieder uur van de nacht. Swat, we hebben al erger meegemaakt (en de ergste rit staat ons nog te wachten...)! Na 2 busritten van in totaal 36uur komen we –redelijk geradbraakt– toe in Shimla, waar we een welverdiende rustpauze houden. Shimla is zowat het vakantieoord voor rijke Indiërs, wat het voor mij de ideale verjaardagsplaats maakt! Er zijn vele goede restaurants, goede koffiebars en er is een internetconnectie... Ik geniet van een rustige verjaardag vol leuke verrassingen in een gezellige stad.

Onze volgende bestemming is het dorpje Gharoh, niet zo ver van Dharamsala, waar we opnieuw gaan wwoofen. We belanden in een erg leuk boerderijtje ver van de baan, en dus net zoals in Kollur (=onze eerste wwoofplaats in het zuiden van India) niet bereikbaar met de auto: zaaaalig! Na een wandeling door de velden en over een paar irrigatiekanalen, komen we uiteindelijk toe bij een leuk familietje met 2 kinderen, 2 hulpjes (1 voor de keuken en 1 voor de boerderij), de vrouw en de man des huizes natuurlijk en een paar koeien, honden en ganzen. Het domein is prachtig gelegen, met een mooi zicht op de lagergelegen vallei aan de ene kant en de besneeuwde toppen van de Himalayas aan de andere kant. Bovendien groeien ze allerhande gewassen: mango’s, bananen, appelsienen, peren, appelsienen, peren, appels, jackfruit, lichi’s, pompoenen, bonen, komkommer, courgette, aubergine, ladyfinger, ajuin, aardappelen, munt, koriander, rijst... Maar vooral: mango’s! Het is net het seizoen en we eten er dan ook letterlijk kilo’s van! We doen allerhande karweitjes op de boerderij: onkruid wieden, hout hakken, boter en botermelk maken, bonen van hun pel scheiden en in twee breken met een echt old school machien (zie foto’s), de koeien melken en hun dagelijkse bad geven en niet te vergeten: vanalles met mango’s maken, zoals een overheerlijke mango-saus en lekkere mango-ijsjes!

Bovendien hebben we het geluk om de bevalling van een stiertje mee te maken! De bevalling gebeurt over een tijdspanne van ongeveer 3 uur onder een paar mangobomen en is geweldig om te mogen aanschouwen. Het is prachtig om te zien hoe moeder natuur te werk gaat: van een onrustige koe naar een van geluk loeiende en haar jongste telg likkende moeder! “Michael Jackson”, genaamd naar Michael –wat een eer!–, is geboren! (Btw: als we ons voorstellen, zeggen we dikwijls Michael van Michael Jackson omdat het zo gemakkelijker te onthouden is voor hen.)

Verder gaan we ook op daguitstap naar Dharamsala, de thuisbasis van de Dalai Lama, en bezoeken er zijn klooster. We komen hier ook veel te weten over de geschiedenis van Tibet dankzij een choquerende film en een interessante tentoonstelling. Bovendien komen we er ook toevallig Azeret en haar man tegen, met wie we de Thorung La in Nepal beklommen hebben!

Ten slotte wil ik jullie nog het volgende grappige voorval vertellen: Het zigeunermeisje, die het keukenhulpje is, heeft de gewoonte om altijd te tellen hoeveel chapati’s (=soort van pannenkoeken maar niet zoet) elke persoon eet. Als we haar op een avond vragen wie het record in handen heeft, wijst ze doodleuk in de richting van Michael. Hij ontkent echter en blijft volhouden dat hij er “maar” 12 gegeten heeft, en niet 19 zoals zij beweert... Het wordt een hilarische situatie, des te meer omdat de vrouw des huizes “Not be shy”, oftewel “Je moet je niet schamen” tegen Michael zegt en Michaël maar blijft ontkennen. Zijn het er nu 12 of 19? Het zal een misterie blijven, maar het is wel een feit dat Michael verzot is op de kleine ronde “pannenkoeken” en tijdens de laatste weken in India verschillende keren vermeldt dat hij ze toch zo zal missen...

Met spijt in het hart trekken we na een week op de boerderij naar het noorden, in de richting van de bergen, want dit is uiteindelijk de reden waarom we naar India teruggekomen zijn. De meest noordelijke staat van India, nl. Jammu en Kashmir, is qua weersomstandigheden enkel van juni tot september aangenaam om te bezoeken. Daarenboven is de route van Manali tot in Leh, het hartje van Ladakh, enkel sneeuwvrij tijdens deze maanden. Ideaal dus voor ons om deze route nu te verkennen!

In Manali – na de meest verschrikkelijke en overvolle nachtbus ooit! Lees: geen been-en ademruimte– gaan we op zoek naar de perfecte Royal Enfield om ons op dit avontuur te vergezellen. Na een weekje plannen, prijzen vergelijken, inkopen doen... staan we gepakt en gezakt klaar om onze eerst hoge pas, de Rohtang pas (3978m), te veroveren.


1. Pech onderweg ( Manali => Leh)
( 5 – 10 .07.10)

Na een klim van ongeveer 2 uur komen we echter tot de vaststelling dat onze bagage precies wat beweeglijker geworden... En jawel, een van de meest essentiële moeren van het bagagerek is nergens meer te bespeuren! Uit angst dat het rek het nu ook op andere plaatsen zal begeven, beslissen we dan maar wijselijk om huiswaarts te keren... De dag nadien staan we opnieuw klaar om aan onze roadtrip te beginnen, deze keer wel met minder bagage. We beseffen dat we ons misschien net ietsje te veel hebben laten gaan tijdens onze “shopping spree” en laten o.a. de 7 kg (!) aan kokosnoten wijselijk thuis. 2 trekzakken worden uiteindelijk gereduceerd tot 1, met als voornaamste reden dat we tijdens onze “testdag” amper de berg opraakten in 1e versnelling... Men leert uit je fouten, zegt men dan...

Onze 1e dag wordt er alvast een om niet snel te vergeten... Het regent de ganse dag door, waardoor we zo goed als geen zicht hebben op de bergen. Bovendien krijgen we het na een paar uur rijden allebei erg koud: Michael heeft geen gevoel meer in zijn voeten en vingers (ondanks dat hij handschoenen draagt die volgens de verkoper “wind- and waterproof” zijn... “Ja, da zal!”: roept Michael het hier naast me al uit!). Dit maakt het rijden met de moto op zijn minst gezegd wat moeilijker... Om dan nog maar van de banen te zwijgen. Als je het nog banen kunt noemen tenminste! De kleine riviertjes die over de banen stromen, zijn door de serieuze regenval van de laatste 5 dagen omgetoverd tot veel grotere. Dit maakt een zwempartij op ieder ogenblik mogelijk! Bovendien is het overgrote deel niet geasfalteerd, wat in heuse modderstromen resulteert! We ploeteren ons een weg door de modder, de rivieren en de vele stenen... Een beetje verder blijkt ook nog eens dat we een ommeweg moeten maken door een landverschuiving waardoor we de grootste modderbaan/poel in de ogen kijken! Een avontuur is het allesinds, en de adrenaline giert door onze aderen! (Leuk detail: In de 4 jaar dat Michael en ik samen zijn, heb ik nog nooit zo dikwijls weten plaspauzes houden...haha)

Kort na de middag vallen we dan ook nog eens zonder voorrem... Voorzichtig rijden is de boodschap! Gelukkig komen we zonder problemen toe in een klein dorpje MET mechanieker! We laden al de bagage van het bagagerek en wat zien we? Het rek is maar liefst op 3 verschillende plaatsen gebroken EN we hebben 2 moeren en bouten verloren achteraan het rek! De lokale mechanieker last ons rek weer tot 1 geheel (voor de remmen moeten we wachten tot in Keylong, de 1e en enige ‘stad’ tussen Manali en Leh). Ah ja, dan zijn we nog vergeten vermelden dat we ook nog eens de helft benzine van 1 van onze reserve-bidons onderweg verloren zijn... Door een miniscuul gaatje onderaan is zowat 2 liter geniepig weggesijpeld. We kunnen onze vreugde niet onderdrukken als we ’s avonds in een warme kamer met warme douche arriveren. Alles is kleddernat, dus de volledige kamer wordt al snel tot ‘droogkamer’ ingericht. We zijn allebei steendood en slapen bijgevolg als rozekes...

De volgende dag is echter al weer onmiddellijk “back to reality” als de mechanieker ons nu ook nog eens meldt dat ons tandwiel achteraan dringend aan vervanging toe is... Aangezien we volgens hem anders niet tot in onze eindbestemming zouden kunnen raken, vervangt mechanieker 2 het tandwiel en ook de remmen. Na een dag rust en acclimatisatie aan de hoogte kunnen we er weer tegenaan! De zon is ondertussen ook weer van de partij en we genieten met volle teugen van de prachtige omgeving en de gezonde berglucht.

Tijdens de 3e dag rijden we over een erg picturesque, prachtige, machtige pas: de Baracha La (4880m). We cruisen doorheen metershoge muren van sneeuw en zijn omgeven door een prachtig sneeuwlandschap. Eenmaal de pas overgestoken, staan we oog in oog met een prachtig maanlandschap. Elke 50 meter verandert het landschap compleet en kunnen we de vele “oooh’s” niet onderdrukken. We zoeken ons een prachtig kampeerplekje en voelen ons koning en koningin te rijk! Spijtig genoeg komen we al snel tot de constatie dat er opnieuw een moer van het bagagerek spoorloos is... Maar gelukkig kan Michaël dit snel herstellen door een moer van een reservestuk te gebruiken. Als dan ook nog eens blijkt dat het rek nogmaals gebroken is op een andere plaats, wordt er al snel een touw rond gebonden om het rek te verstevigen en de schade tot een minimum te beperken! We zitten hier in Sarchu namelijk in de “middle of nowhere”, en een lasser is hier zeker niet te bespeuren!

Die namiddag wordt onze tent plots omsingeld door honderden geitjes. Het is een prachtig schouwspel! Ook komen we in contact met de 2 herders van dienst. Ze tonen ons fier hun allerkleinste geitjes en krijgen maar niet genoeg van de fotoshoot. Het is een leuke aflsuiter van de dag, die spijtig genoeg ’s nachts gevolgd wordt door een verschrikkelijke hoofdpijn door de hoogte...

De volgende dag rijden we door prachtige landschappen die met geen woorden te beschrijven vallen. De dag verloopt heel goed, maar geen nood, ons ongeluk wordt al snel op peil gehouden: mijn schoenen zijn we onderweg door de “bouncy bouncy” wegen verloren en als kersje op de taart hebben we ook nog eens platte band op de 2e hoogste, berijdbare pas ter wereld (5328m): de Tanglang La. Geen nood, hiervoor hebben we een zak gereedschap meegkregen die de klus zou moeten klaren. En let op m’n woorden: “zou moeten klaren”. Want wat merken we tot onze grote verbazing op? Dat sleutel nummer 24, DE sleutel om een band te vervangen, ontbreekt! Hier staan we dan, met de handen in het haar, op meer dan 5000 meter hoogte en hoofdpijn die bijlange nog niet over is. Wat nu? Gelukkig zien we in de verte plots 2 motards, met sleutel nummer 24, rijden. Ze helpen ons de band vervangen en wij zijn hen erg dankbaar! Nog net voor het vallen van de avond volgt er een zware afdaling, maar al snel kunnen we ons tentje opzetten op lagere hoogte – zodat mijn hoofdpijn kan stoppen– en kruipen we snel onder de wol.

De laatste dag hebben we nog enkel een paar uur rijden voor de boeg, maar wordt het ook zo gemakkelijk als het klinkt? Wat denk je? Natuurlijk niet! Dit deeltje noemt niet voor niets “Pech onderweg”! En hoe kunnen we nu een paar uur rijden als de moto simpelweg niet wilt starten?! Ja, je leest het goed: de batterij is volledig plat! Maar natuurlijk is er geen mechanieker te bespeuren in een straal van 100 km! Gelukkig helpen een paar mensen van het dorp en een paar moniken ons maar al te graag en kunnen we na 2 uur terug op pad. Nu denk je waarschijnlijk te zullen lezen dat we na 5 lastige dagen gelukkig en wel in Leh toekomen? Mispoes! Na amper een half uur rijden, hebben we toch niet alweer platte band zeker?! Gelukkig passeren er opnieuw een paar behulpzame Indiërs die, wonder boven wonder, maar 1 enkel gereedschap bijheeft en dat is toch wel niet sleutel nummer 24 zeker! Dan nog net voor Leh een (hopelijk) laastste en 3e (!) stop bij de mechanieker om onze bandspanning te controleren en dan EINDELIJK verdiende rust in Leh. Eenmaal daar aangekomen, rept Michaël zich vlug naar mechanieker nummer 4, nog net voor ik de kans heb om de moto in de ravijn te gooien!


2. Lamayoehoe! (Leh => Lamayuru => Leh)
(13 – 15.07.10)

We plannen deze keer een veel minder gewaagde rit vanuit Leh op een baan die goed onderhouden wordt door het leger richting het bekende klooster Lamayuru. Na onze pech van de laatste week willen we immers wel eens ervaren hoe het ook anders kan verlopen!

Tijdens onze eerste dag verkennen we –ondertussen trouwens met nieuwe batterij– wat kloosters onderweg en maken we ’s middags een tussenstop in het picturesque dorpje Alchi. Hier bezoeken we het oude Dharma Chakra Monastery, waarna we verder rijden tot op ongeveer 50km van Lamayuru gompa. Het is spijtig genoeg wel een rit met veel wind en zon in de ogen, maar uiteindelijk vinden we toch een goede plaats om ons tentje op te slaan.

Op dag 2 bezoeken we het prachtige klooster te Lamayuru. Eigenlijk is het niet zozeer het klooster zelf dat onze harten verovert, maar eerder de dramatische vallei waarin het klooster gelegen is. De laatste 30km voor de gompa hebben we namelijk een prachtig zicht op de meest spectaculaire “moonscapes” in Ladakh. Klik hier als je even wilt meerijden. We ontmoeten er trouwens ook een groepje boedhisten die een foto meer dan waard zijn.

Tijdens de laatste dag maken we nog een tussenstop in het mooie klooster te Likir en keren we terug richting onze thuisbasis Leh. Gelukkig en wel nu wel onder goede weersomstandigheden. En wat zijn we toch zoooooooooo blij eenmaal terug in Leh, want we hebben nu eens NIETS, maar dan ook NIETS van pech gehad! Ons geluk lijkt gekeerd te zijn!


3. Paradise on 4420m hoogte (Leh => Thiksey => Pangong Tso => Thakthok)
(17 – 21.07.10)

Na een dag rust in Leh vertrekken we richting het klooster van Thiksey. Hier vindt ’s morgens om 6u een bidceremonie plaats die we zeker niet willen missen. Het is de moeite om eens te zien hoe het er aan toe gaat, maar spijtig genoeg is het een toeristisch circus geworden. Het klooster is wel echt de moeite en we zien er o.a. een prachtig, gouden Boeddha-beeld dat wel 15m hoog is. ’s Middags ontmoeten we er 2 BI’s (Bekende Indiërs) die er opnames aan het maken zijn. We hebben er leuke gesprekken mee en lunchen samen. Het is eens wat anders hé, een lunch met Indische beroemdheden! Die avond gaan we naar een lokaal festivalletje waar ze de ganse dag een competitie houden met speer en boog. Er zijn amper toeristen en we zijn blij om eens van de echte Ladakhi sfeer te mogen proeven.

De volgende dag rijden we naar Pangong Lake (4420m). De route is weeral fenomenaal en als extraatje krijgen we ook nog wilde yaks, wilde paarden en marmotten te zien. Maar eenmaal aangekomen bij het meer, valt onze mond pas echt open! Voor ons is het een van de mooiste plaatsen die we tot nu toe gezien hebben, en we beslissen er dan ook nog 2 dagen te kamperen om er door en door van te kunnen genieten, En dat doen we dan ook (ook al vliegt onze tent de eerste nacht bijna weg door een hevige zandstorm!): potje koken, boek lezen, de blog schrijven... en genieten, genieten, genieten en veeel foto’s nemen van de prachtige kleurschakeringen die constant veranderen!
Klik hier wie een kijkje ter plaate wil nemen!

Na 2 dagen luieren, trekken we opnieuw verder, deze keer naar Thakthok, waar een boeddhistisch festival plaats vindt. De hele dag door dansen de monniken in prachtige costuums. Deze costuums, en vooral de maskers, zijn leuk om te zien, maar ze hebben toch nog serieus wat werk aan de choreografie van de ‘dansverhalen’. Een beetje ontgoocheld zoeken we – vroeger dan verwacht– een kampeerplaats met een prachtig zicht over de vallei. Michaël kijkt al serieus uit om de middag met een boek in de hand door te brengen op zijn ‘tot favoriet gedoopte steen’, maar... wordt het niet tijd dat er nog eens iets verkeerd gaat, denk je nu? Want zo wordt ons reisverhaal misschien wat saai? Geen nood, want bij het controleren van ons bagagerek blijkt het OPNIEUW op 4 (!) plaatsen gebroken te zijn! En dat nadat het onderweg naar Pangong Lake ook al eens gebroken was... Zo kunnen we onmogelijk de volgende pas over, want het risico dat het rek dan volledig breekt is te groot. Bijgevolg moet Michaël zijn ‘steenmoment’ opgeven en rijdt hij met spijt in het hart helemaal terug naar Leh op zoek naar een lasser... Eind goed, al goed, en de volgende dag kunnen we er weer tegenaan.


4. Hell of a day! (Thakthok => Sumur)
(22.07.10)

We gaan onze 5e pas over, de Wari La, en genieten we –of wat dacht je– opnieuw van prachtige landschappen. Spijtig genoeg komen we echter al snel tot de constatatie dat de baan bijlange niet in een goede staat is, en zeker NIET 1 jaar oud, zoals ze ons hadden wijsgemaakt! Swat, we zijn er ondertussen wel gewoon aan geraakt om iedere dag een serieuze behandeling op de trilplaat te krijgen, maar de rivieren die we op deze weg doormoeten... die zijn niet niets! Vooraleer we echter de kans krijgen om door de eerste rivier te rijden, beslist meneer de (nieuwe!) batterij om nogmaals te staken! ...ZUCHT... hier staan we dan: achter ons een hoge pas en voor ons een brede rivier, met een godve***mse (sorry voor mijn taalgebruik) moto die weeral voor problemen zorgt... ********... Gelukkig blijkt na wat gepruts dat het enkel een slecht contact aan de batterij en een gesprongen zekering is. Niets dat niet gerepareerd kan worden, GELUKKIG!

Tijd nu om ons aan onze 1e rivier van de dag te wagen! Gelukkig is Michaël ondertussen een pro in het motorijden geworden en geraken we door 3 moeilijke riveren zonder natte bagage! Zo gaan we telkens te werk: Michaël verandert van schoeisel en doet zijn teva sandalen aan. Ik draag botten en en ga op verkenning naar de minst diepe plaatsen. Vervolgens: fingers crossed en GAS GEVEN!
Klik hier voor een droge oversteek!

Terwijl we een beetje verder staan te wachten tot een landverschuiving geruimd is, komt een dorpeling ons vertellen dat er ons – zo fier als een pauw en nagenietend van onze 3 overwinningen – nog een “very dangerous river” te wachten staat. We geven niet al te veel aandacht aan zijn waarschuwing en gaan ervan uit dat het wel weer verkeerde informatie zal zijn... Tot we op 10km voor onze eindbestemming op een gigantische rivier botsen... De rivier is minimum 20m breed en de stroming is te sterk om met de moto door te gaan. Shit, hier kunnen we echt wel niet door... Voor de 2e keer vandaag zitten we met de handen in het haar! Maar nu zo erg dat we echt geen enkele uitweg zien. Een beetje verder zien we een jeep, en we vragen hen of er geen andere weg is. De chauffeur deelt ons echter mee dat de enige terugweg de weg naar Leh is, en dat het onmogelijk is om door de rivier te rijden, zelfs met een jeep lukt het niet. De volledige weg terugrijden??? Dat betekent dat we opnieuw door de 3 rivieren moeten, over de landverschuiving en over de pas naar Leh moeten terugrijden. Een rit – en wat voor een rit!– van 12u staat ons voor de boeg. Tot overmaat van ramp hebben we –voor het eerst sinds ons vertrek uit Manali– eens niets van voedsel mee en is er over de ganse weg geen enkele winkel of restaurant te bespeuren... We zouden, figuurlijk natuurlijk, de nek kunnen omwringen van de Indiërs die ons wijsmaakten dat de weg pas 1 jaar oud is en van de soldaten (die de wegen hier in Ladakh ZOUDEN moeten onderhouden) die ons garandeerden dat de ingestorte brug vermaakt zou zijn en dat we zeker konden vertrekken! De dorpeling van daarnet had dus toch gelijk... Godver***me zeg! Maar wacht eens...had die man nu niet gezegd dat hij ons kon helpen met zijn traktor? Zou... zou dat onze redding kunnen zijn? Plots krijgen we weer een klein beetje hoop. Onze woorden zijn nog niet koud of we horen geroep en gefluit. Zou dat? ... Jawel, een beetje verder zien we de traktor vol fluitende en roepende toeristen die onze aandacht proberen te trekken! We kunnen onze ogen niet geloven! De dorpeling is bereid om de moto op de traktor te heisen en zo kunnen we dan toch over de rivier raken! Hadden we hier een paar uur vroeger of later gestaan, dan zouden we onherroepelijk de tocht van 12u terug moeten doen. Maar gelukkig zijn we hier op het goede moment, en hebben deze toeristen speciaal een traktor ingehuurd om over de rivier te raken. Voor het eerst sinds ons vertrek hebben we het gevoel dat we de grootste gelukzakken ter wereld zijn! Met 4 man heisen ze de zware moto van meer dan 200 kg op de traktor en bereiken we, wonder boven wonder, de overkant van de rivier! Nubra Valley, geloof het of niet, maar we komen er dan uiteindelijk toch aan!


5. Great Ocean of Wisdom (Sumur => Diskit => Leh)
(23 – 25.07.10)

Nubra Valley betekent groene vallei en dat is het ook. Het is merkelijk groener dan de rest van Ladakh, maar in het algemeen ontgoochelt de vallei ons toch een beetje. Enkel het klooster van Sumur en de woestijn weten ons te bekoren. Het is een speciaal zicht om een woestijn met kamelen te zien omringd door een maanlandschap. Maar de reden waarvoor we speciaal naar deze vallei komen is niemand minder dan de Great Ocean of Wisdom himself oftewel de Dalai Lama. Hier hebben we het geluk om hem een nieuw standbeeld te zien inwijden. De man die uit zijn eigen land is moeten vluchten door de bezetting van China en nu Tibet terug probeert op te bouwen in en rond Dharamsala weet alle harten te bekoren en heeft, zoals verwacht, ongelooflijk veel charisma. Als afsluiter rijden we over de hoogste, berijdbare pas ter wereld: de Khardung La (5600m). Onvergetelijk!


6. Het geluk lacht ons toe (Leh => Manali)
(27 – 31.07.10)

We ervaren de rit terug naar Manali op een volledig andere manier dan tijdens de heenreis. Deze keer kunnen we volop genieten van de prachtige natuur die ons omringd zonder kopzorgen over de moto. Onze pech wordt beperkt tot de volgende onbenulligheden: we hebben regen tijdens de eerste dag, de 2e dag kunnen we nog net voor het vallen van de eerste regendruppels onze tent opzetten en we worden opgehouden door een landverschuiving. Maar voor de rest lijken alle andere chauffeurs pech te hebben en wij eens NIET! We kunnen een immense file voorbij steken die ontstaan is door een landverschuiving. Bovendien moeten we nog een uur wachten omdat het leger een camion, die in de ravijn gestort is, ‘probeert’ weg te takelen en passeren we ook nog een jeep en een 2e vrachtwagen die in de ravijn gestort zijn. Vervolgens hebben veel bestuurders een platte band en passeren we nog een landverschuiving en een omgekantelde vrachtwagen. Maar het meeste medelijden hebben we dan toch met mensen die hun moto noodgedwongen moeten achterlaten en met de 2 jongens die hun Royal Enfield niet meer kunnen starten en de helft van hun bagagerek simpelweg verloren zijn! Zeiden we nu net dat we medelijden hadden? Hmmm... stiekem zijn we toch vooral blij dat wij deze keer gespaard blijven van dit alles! Het geluk lacht ons eindelijk toe!



Wist je dat?

- Onze moto telkens door het asfalt zakte als we hem op zijn pikkel zetten?

- Onze Royal Enfield telkens omsingeld werd door een groepje Indiërs die graag deden alsof de moto van hen was door er stoer op te gaan zitten of ernaast te gaan staan?

- Gelijk welk voertuig heel wat moeilijker start op grote hoogte door de ijle lucht?

- De Indiërs in Ladakh veel vriendelijker en oprechter overkwamen dan in de rest van India?

- We pas 3 weken na onze eerste dag op de moto opnieuw een normaal gevoel in onze vingertoppen terugkregen?


Pokhara & Kathmandu

Na onze trektocht verdienen we wel wat ontspanning vinden we, dus we blijven een weekje in Pokhara samen met onze vriend Eddy: pizza gaan eten, een dagje cruisen op de moto, lang slapen, nog veel meer lekker eten, een paar pintjes drinken (laaaaang geleden!)...

Vervolgens trekken we richting hoofdstad Kathmandu. Hier is het een leuk terugzien met onze vriend uit het Genste: Stijn! Hij woont er al 6 maanden en is dus de ideale persoon om ons alle leuke plekjes van de stad te leren kennen, zoals bijvoorbeeld waar je de lekkerste lassi (= soort yoghurtdrank) kunt vinden.. mmmmmmmm.... We vieren ook een paar leuke afscheidsfeestjes van hem mee, want hij gaat -met spijt in het hart- terug naar ons Belgenlandje. Het doet echt deugd om eens een oude bekende terug te zien!

Tijdens onze laatste week Nepal doen we op 4 uur rijden uit Kathmandu een erg leuke daguitstap: raften! Michael wilt een uitdaging, maar ik zou liever voor een rafting van middelmatig niveau opteren. Hij weet me echter te overtuigen en we boeken een raftuitstap met rapids niveau 5 (niveau 1 is het minst en vanaf ongeveer niveau 6 is het enkel mogelijk voor professionele rafters! We kiezen dus voor het moeilijkste niveau.. aiaiaia... een ‘traumatische’ schooluitstap met de kano op de Ourthe uit mijn kinderjaren komt me stiekem een beetje ongerust maken... Als daar maar geen drenkel-Inge’s van komen! ;-) ) Net nadat we toegekomen zijn, slagen 2 gidsen er al in om weg te drijven in een boot ZONDER roeispanen! Dat terwijl de 3e gids nog druk bezig een pas leeggelopen boot opnieuw op te pompen! Afgezien van het feit dat er wel 3 kano’s mee zijn uit veiligheidsoverwegingen, belooft deze dag alvast heel erg professioneel (?!) te verlopen!

Met een klein hartje stap ik de boot in, maar ik voel me wonder boven wonder al snel op m’n gemak. We lachen, gieren en brullen en maken elkaar kleddernat. Bovendien is onze gids een echte grap! Terwijl de andere boten nog een grondige uitleg krijgen over wat ze moeten doen als de boot kapseist bijvoorbeeld, ligt ons bootje al lang wat rond te dobberen en is onze gids al een tijdje stilgevallen... Het is daarbij uitermate belangrijk om je onze gids als volgt voor te stellen: zijn helm – met enorme barst nvdr- valt als eerste op met de volgende tekst: “ Puta Madre” oftewel “jouw moeder is een hoer”. Vervolgens zie je onmiddellijk zijn pretoogjes en zijn bolle, rode kaken. En tot slot schuilt er een heuse bierbuik achter zijn reddingsvest. Onze groep begint zich ondertussen al wat te vervelen als in de ander boten hun uitleg afgerond wordt. En “Here we go!”. De rivier heeft geen enkel rustig stuk, en we worden van de ene rapid in de andere gestuurd. We amuseren ons kostelijk en worden volledig nat. Na een half uur raften, komt er een heel wat moeilijker stuk aan en wordt ons duidelijk hoe (on-)professioneel onze gids eigenlijk is... We varen richting een stuk met rapids niveau 4 en hoe zeer onze gids ook “left, paddle forward”, “right, paddle backwards” roept, varen we regelrecht op een rots af, waar we ook blijven vastzitten... Zo zitten we op een half uur tijd wel 4 (!) keer vast! Maar de 3e “halte” zal me toch het meeste bijblijven: Midden in een stuk met ongelooflijke golven en een sterke stroming zitten we plots vast op een grote steen. Om beweging in onze boot te krijgen, roept onze gids “FRONT”. Dan gaan we met z’n allen naar de voorkant van de boot, maar de boot beweegt geen milimeter! Dan maar iets anders proberen, denkt onze “Puta Madre”: “Back”...”Front”... “Back”... “ Left”... “Right”... “Left”... “Right”... Na al onze pogingen is er nog steeds geen beweging en begint onze boot zo stilletjes aan een zwembad te worden! Het komt zelfs tot het punt dat iedereeen denkt dat we gaan kapseizen! En met een grote rots van 1 meter hoog pal onder mij vind ik dat niet bepaald een geruststellende gedachte! Michael, daarentegen, amuseert zich te pletter en doet al het mogelijke om wel degelijk te kapseizen (grrrrrr)! Gelukkig komt het niet zo ver en kunnen we na ongeveer 10 minuten weer verder. Natuurlijk is het maar voor eventjes, want elke rots waar we kunnen tegen varen of waar we op vast kunnen varen, raken we dan ook!

We sluiten af met een enorm leuk stuk: we raften tussen grote rotsen (en nee, dit keer niet ertegen J ) en onze gids moedigt ons aan om snel te blijven peddelen. We gaan op en neer en de golven nemen ons mee op een overgetelijke rit. Op het einde van de rapids roept onze “Puta Madre” overwachts –maar net iets te laat– “Hold”. We houden ons allemaal goed vast en de raft duikt plots een stuk naar beneden. Eenmaal weer in het water, kijk ik om me en wat zie ik? Het meisje die op de laatste plaats zit aan de overkant van de boot vliegt van haar plaats naar de plaats naast mij!!! Pas nadien valt mijn roepie dat mijn buurvrouw verdwenen is! En als ik de bolle kaakjes volg, zie ik hem al glunderend het meisje uit het water vissen! Haar lippen zijn dan wel blauw maar ze kan er gelukkig wel mee lachen!

Op het einde van de dag krijgen we een lekker buffet voorgeschoteld, waardoor we de volgende nacht spijtig genoeg wel alletwee op het toilet doorbrengen (ja weeral) ...


Als afluiter van Nepal besluiten we nog een 2-daagse te doen met de moto doorheen de Kathmandu-vallei! De eerste stop is Boudhanath, waar we een van ’s werelds grootste stupa’s mogen bewonderen: wauw! Vervolgens rijden we naar Bhaktapur, een stad waar de typisch Nepalese bouwkunst bewaard is gebleven. Zonder het goed te beseffen, rijden we een van de mooiste pleinen op zonder de inkom van 10 euro te betalen! We genieten van de mooie gebouwen en de leuke sfeer, maar wanneer we plots –zonder het te weten– buiten het gebied gaan waarvoor inkomgeld moet betaald worden, en opnieuw naar binnen willen om onze moto te halen, beseffen we dat we nu misschien wel inkom zullen moeten betalen... En we hebben nu al alles gezien! We gaan dan maar op zoek naar andere sluipwegen: 1e poging => gesnapt! 2e poging => met succes!

Op naar onze overnachtingsplaats nu: Pathankot. Het is een plaats met een mooi zicht op de Himalayas maar de aankomende monsoonwolken verderven spijtig genoeg de pret. Geen probleem, dan maar naar het volgende: de stadjes ontgoochelen ons, maar na een hobbelige rit en een steile klim bereiken we een prachtige, boeddhistische gemeenschap op de top van een berg. De tempel is gloednieuw en ongelooflijk mooi. De moniken zijn zelfs nog de binnenmuren aan het beschilderen met prachtige en enorm kleurrijke taferelen. Onderweg cruisen we door prachtige landschappen, zoals bijvoorbeeld vrouwen die de rijst aan het planten zijn tegen de achtergrond van mooie groene heuvels, tot we de volgende stad naast de rivier bereiken met een dodenverbranding op de voorgrond. Het is buitengewoon mooi! Als afsluiter van de 2-daagse drinken we een lekkere “chai” (=thee met melk en veel suiker) op een terras met zicht op “Durbar Square” (= zoals een marktplein bij ons) van Patan. Als leuke anekdote mag ik zeker niet vergeten vermelden dat Michael zich ziek koopt aan Nepalese goodies: dikke wollen truien, zakken in mooie Nepalese stofjes... Deze keer is het niet de vrouw die koopziek verklaard wordt!

2 juni 2010

extra filmpjes van onze trektocht

Diegenen die wel eens enkele gieren aan het werk willen zien van dichtbij, klik hier.
Wie er geen genoeg van kan krijgen, kan hier nog een 2de filmpje zien.

Wie vanuit zijn/haar luie zetel het zicht wil zien vanop de Golden hill, klik hier.

Veel kijkplezier!

29 mei 2010

Annapurna Circuit & Base Camp trek

Na vier dagen reizen per boot, vliegtuig, trein en bus, bevinden we ons nu in het tegenovergestelde landschap van paradijselijke stranden op de Andaman Islands: de Himalayas, ofwel het dak van de wereld! We wagen ons aan het Annapurna Circuit, een 16-daagse trektocht die de Marsyangdi Khola rivier volgt langs de Annapurna Range met als hoogtepunt de Thorung-La pas, een beklimming van maar liefst 5416 meter hoog!

Hier staan we dan, aan de voet van het Himalaya gebergte, aan het begin van het Annapurna Circuit. Michael ziet het groots, want maar 5 à 6 uur per dag stappen, “dat is peanuts in vergelijking met de trektochten die we in Zwitserland deden”, denkt hij. Hij heeft een uitdaging nodig, dus we beslissen om “wat” (uhum) eten mee te doen, om zo wat te besparen op het dure eten in de bergen. Dus hier staan we dan, gepakt en gezakt met – hou je vast– 6kg muesli; 0,5 kg melkpoeder; 800gr snoep; 500gr koeken; 2 broden; 1 pot peanutbutter; 6 rollen wc-papier, 2 zakken notenmengeling; 2kg noodles; 0,5 kg ananas, en dat was het zowat wat betreft eten. Daarboven komt nog al ons toiletgerief, warme kledij, slaapzakken, een zakmes, leesboeken... Een uitdaging wordt het dus wel voor Michael, die met een zak van meer dan 20 kg vertrekt (!). Op dag 2 beseft hij maar al te goed wat voor een uitdaging het zal worden... Op zijn heupen komen na dag 2 namelijk een aantal schaafwonden te voorschijn! (En Michael die anders nooit blaren krijgt, kan er nu ook niet onderuit...). Hij beslist dan maar om met een handdoek in zijn broek te lopen om zo de druk op zijn heupen wat te verminderen... Ik kan een stiekeme glimlach niet onderdrukken...

De eerste dagen wandelen we door prachtige groene valleien die ons aan onze eigen Franse Alpen doen denken, maar met een compleet andere sfeer natuurlijk. De vele bruggen over de rivier zijn versierd met Tibetaanse vlaggetjes en hoe hoger we komen, hoe meer boeddhistische gompa’s we zien. Na een paar dagen stappen, kunnen we de eerste besneeuwde bergtoppen zien en krijgen we voor het eerst het gevoel dat we in het berglandschap komen dat je associeert met de Himalayas. Spijtig genoeg verandert het stralende weer van de 1e dagen nu in wat meer wind en bewolking en moeten we voor het eerst in maanden onze pull bovenhalen. De moed zakt ons wat in de schoenen, alhoewel we wisten dat dit het risico was van een trekking in de meimaand. Veel minder toeristen (in het hoogseizoen ong. 500 mensen per dag!), en dus bijgevolg niet het gevoel in een rij toeristen te lopen, maar wel meer kans op slecht weer... Bovendien willen onze voeten niet meer mee en krijgen we beiden te kampen met vele blaren. Toch blijft het landschap enorm fascinerend en verandert het na elke bocht.

Op dag 4 en 5 begint onze nieuwsgierigheid de bovenhand te krijgen bij het zien van stukken bergen, maar verstoppen wolken nog steeds het grootste deel van de pracht en praal. We wandelen langs erg impressionante rotsformaties, waaronder Pagunda Danda Rock face, een fantastisch resultaat van erosie door een gletsjer. We passeren ook vele mooie bergdorpjes, ontmoeten vele lieve Nepalezen en zwaar beladen porters. Het enige die ons tijdens die eerste dagen een beetje stoort, is het aanleggen van een baan, waardoor we soms niet echt het gevoel hebben op een bergpaadje te wandelen, maar eerder op een gravel road... Zoals overal ter wereld het spijtige gevolg van het opkomende toerisme... Maar gelukkig is er van dat alles na een paar dagen geen spoor meer te bekennen.

Op dag 5 staan we voor een dilemma: ofwel stoppen we in het dorpje Upper Pisang, ofwel stappen we nog 2 uur langer door tot in Gyaru. De steile klim van 2 uur is optioneel en enkel de moeite als het mooi weer is... en nu is het serieus bewolkt... Wat wordt het? Gaan we de zware klim aan met risico op geen zicht of gaan we positief denken en hopen op beter weer? Het wordt het laatste en 2 uur later komen we al puffend toe in het pittoreske, kleine dorpje Gyaru. De guesthouse is heel basic en het wordt een van de koudste douches ooit, maar we hebben er wel een erg grote kamer met een groot venster. Voldaan na onze lange en lastige wandeldag genieten we op het terras in onze warme slaapzak van een lekker noodlesoepje, een ‘milk tea’ en een ‘swiss rosti’ ( soort dikke pannenkoek met aardappelen). Zalig... En het wordt nog zaliger als het wat begint op te klaren en we de eerste, kleine stukjes van Annapurna II en III zien. We reppen ons vlug naar onze kamer en gapen met open mond naar het schouwspel van dansende wolken met hier en daar een stukje besneeuwde bergtop. Na 5 dagen stappen wordt onze nieuwsgierigheid nu echt wel groot en staan we te popelen om de eerste ‘giants’ van de Himalaya te mogen gadeslaan. Plots zien we – veel hoger dan we verwacht hadden – een piek opdoemen. En wat voor een piek! Zo hoog!!! We bevinden ons nu al op 3730 meter hoogte en de Annapurna II ( de 2e grootste van de Annapurna Range) is er wel 7937 meter! Als twee kleine kinderen stralen we van geluk en genieten we van elk klein stukje berg dat we nog meer te zien krijgen. De voldoening na de steile klim is groot...

We gaan de nacht in met een klein hartje, hopend dat God onze gebeden op mooi weer aanhoort... Door de spanning wordt Michael ’s nachts zelfs verschillende keren wakker om toch maar iets meer van de bergen te kunnen zien, maar helaas... de zon is nog niet van de partij. De ochtend nadien word ik om 5u door Michael bruusk wakker geschud, en waarom? Nadat ik de eerste zonnestralen op de pieken van de Annapurna Range zie, begrijp ik al snel de reden. Voor ons zien we een helderblauwe hemel, er is geen wolkje aan de lucht en amaaai... de bergen zijn nog veel mooier en impressionanter dan we het ons ook maar durfden voorstellen. Het wordt een onvergetelijke dag met prachtig weer en prachtige zichten de hele tocht door. Dit is het 5 dagen stappen echt wel waard... De hele dag door voelen we ons de grootste gelukzakken ter wereld: we wandelen op een van de mooiste plaatsen ter wereld en hebben stralend weer. En wat het nog zo veel leuker maakt, is dat we het pad volledig voor onszelf hebben en er geen 500 toeristen passeren (dit trouwens al vanaf dag 1)! Dit is het Nepal waar we zo lang naar verlangd hebben... ZALIG!

Na deze ongevetelijke wandeldag komen we toe in Manang, een dorpje op 3500 meter hoogte en de ideale plaats voor een rust- acclimatisatiedag. Vanaf 3000 meter hoogte heb je namelijk wat tijd nodig om te acclimatiseren aan de grote hoogte, om zo hoogteziekte te vermijden. Manang blijkt de ideale plaats voor die dag, want al snel lopen we een paar oude bekenden van de Andaman Islands tegen het lijf, waaronder Miika uit Finland! We kopen er een voorraad aan sporttape voor onze blaren en schaffen handschoenen en warme fleece aan voor onze grote klim richting Thorung La. De 2 volgende dagen worden opnieuw onvergetelijk: het weer blijft meezitten en we genieten van vele prachtige zichten. Kijk gewoon naar de fotos en je begrijpt onmiddellijk waarom. We hebben ook het geluk om een tiental erg grote vogels (soort van gieren) van heel dichtbij te zien. Een onbeschrijflijk gevoel... Ook vele zwaar beladen ezeltjes, kuddes berggeitjes en enkele yaks kruisen ons pad in dit prachtige stukje natuur.

Na 2 dagen geleidelijk aan klimmen om zo goed mogelijk te acclimatiseren aan de hoogte, komen we aan in Thorung Phedi. Phedi betekent ‘foot of the hill’ en daar is het ook, aan de voet van de 5416m hoge Thorung La. Nu begint het spannend te worden, want morgen is het DE dag, de dag waarop we 1 km moeten stijgen en 1,5 km moeten dalen. En op meer dan 4000m hoogte met veel minder zuurstof in de lucht is dat niet te onderschatten. De middag voor de grote klim genieten we nog van een zoveelste gezellige kaartnamiddag met Miika en Azeret, een toffe Mexicaanse. En het wordt echt wel gezellig als het bovendien nog begint te sneeuwen ook... Als dit nu maar geen sneeuwbui van verschillende dagen wordt, bidden we opnieuw tot God... Maar wanneer de volgende nacht de wekker om 3u30 afgaat (terwijl Michael eigenlijk alweer een uur wakker ligt van de spanning), springen we een gat in de lucht bij het zien van een heldere sterrenhemel! Om 5u ’s morgens vertrekken we vol goede moed richting de pas. En als je weet dat op zo’n grote hoogte heel traag stappen tijdens een steile klim net zo intensief is als lopen op zeeniveau, dan kun je wel begrijpen dat dit een heel erg intensieve dag wordt. Beetje per beetje gaan we hoger en hoger, en onze inspanningen worden dubbel en dik beloond met prachtige zichten op besneeuwde bergtoppen van de Himalaya! Na 5uur klimmen, samen 13 blaren en wat schaafwonden rijker, en enkele kilos aan eetwaren en twee teennagels lichter, komen we toe op het hoogste punt van het Annapurna Circuit: de Thorung-La op 5416m hoogte! Dat is een hoogteverschil van maar liefst 4000m in vergelijking met het startpunt van onze trektocht! Fier als we zijn trakteren we onszelf op een welverdiende mars- en toblerone bar en genieten we van onze overwinning! We did it!

Na een uur vertoefd te hebben op deze grote hoogte beginnen we beiden last te krijgen van hoofdpijn, 1 van de symptomen van AMS (hoogteziekte). Of hebben we te weinig gedronken en is het eigenlijk een symptoom van dehydratatie? We beslissen dus maar wijselijk om aan onze afdaling te beginnen. En maar goed ook, want de hoofdpijn belist om nog erger te worden en het wordt een helse afdaling voor ons alletwee! Gelukkig gaat de hoofdpijn 5uur later op 3710m hoogte weer weg. We genieten ’s avonds van een welverdiende ‘rasta tea’ (in ons Bob Marley hotel de naam voor thee met een “speciaal ingredient”) en yak sizzler. Deze specialiteit van de streek moeten we toch eens geproefd hebben he? Het is trouwens alweer een maand geleden dat we nog vlees aten! Michael spendeert de volgende nacht spijtig genoeg wel op het toilet door een voedselvergiftiging...

De volgende dag wordt onze 2e rustdag, aangezien Michael bijna niet geslapen heeft de voorbije nacht en de rust maar al te goed kan gebruiken. De plaats voor deze rustdag is het dorpje Muktinath dat in een speciale sfeer baadt. Niet alleen komen er van heinde en ver hindoeistische en boeddhistische pelgrims naar dit kleine bergdorpje aan de voet van de Thorung-La, maar bovendien bevindt het zich in een prachtig woestijnachtig landschap dat in schril contrast staat met de sneeuwtaferelen van de afgelopen dagen. Het is op zijn minst gezegd fascinerend...

Op dag 12 beginnen we aan de afdaling maar het slechte weer zorgt er al snel voor dat we halt houden in het middeleeuwse dorpje Kagbeni. Het wordt het begin van een zalig namiddagje kaarten (met warme kolen onder tafel om onze voeten warm te houden, gezellig...). De volgende dag beslissen we een kleine afwijking van het circuit te maken en de Golden Hill te beklimmen. De beschrijving op het bord deed ons namelijk al snel watertanden: “...a view up to the border of Tibet...”. En na een erg steile klim/klauterpartij van 2,5 uur valt onze mond gewoon open... De combinatie van een woestijnachtig landschap met besneeuwde toppen op de achtergrond en dit alles met zo goed als 360° zicht is –ja hier ben ik weer – onvergetelijk.... We slapen die nacht in Marpha, een dorpje dat bekend staat om z’n appels. We testen er meteen het hele assortiment uit (want fruit is bijna nergens verkrijgbaar tijdens de trektocht): appeltaart, appel brandy en appel cider... En wat een lekkere cider! We beslissen dan maar om 2 liter te kopen, want aja, onze voorraad aan muesli, noodles... begint serieus te slinken en Michael begint zich zo stilletjes aan een echte porter te voelen! Vanuit Marpha nemen we de bus richting Ghasa, want de winderige en stofferige Kali Gandaki vallei trekts ons niet echt aan. Bovendien is hier ook al een baan aangelegd, wat het zowieso al minder aantrekkelijk maakt. Maar avontuurlijk wordt de busrit wel! Zelfs onze tientallen busritten in Indie zijn niets in vergelijking met deze rit in een bus wannabe four wheel drive! We razen over de meest hobbelige wegen, nemen een shortcut door doodleuk in de rivierbedding te rijden, passeren ravijnen op luttele centimeters en rijden door watervallen om dan op een half uur van onze bestemming gedropt te worden in de ‘middle of nowhere’ omwille van een landverschuiving en de heraanleg van een brug. Wat een rit!

Op dag 15 beginnen we aan het laatste deel van het circuit: Poonhill. Professionele trekkers als we nu zijn (uhum), doen we de klim van 2km nu slechts op 7uur, maar eenmaal de top bereikt, zien we spijtig genoeg niets anders dan wolken... We beslissen dan maar om een dagje te wachten en te hopen op beter weer. En dat krijgen we dan ook! Op 3200m hoogte krijgen we een mooi overzicht over een deel van de Annapurna Range en de 7e hoogste berg ter wereld: de Dhaulaugiri. Maar door de grote groep toeristen en een zicht dat bijlange niet kan tippen aan onze Golden Hill, zijn we niet echt overtuigd en krijgen we honger naar meer. Dus waarom dan niet aan een 2e trekking beginnen? Annapurna Sanctuary, we komen eraan! Deze trek sluit perfect aan op het circuit en gaat tot in het hart van de Annapurna Range. De drie daaropvolgende dagen wandelen we door prachtige bossen richting Annapurna Base Camp. En opnieuw is het landschap zo verschillend dan alle andere bossen die we voorheen gezien hebben: het is een heel erg vochtig en groen bos met veel mossen. Bovendien wandelen we in het begin ook door de wolken, wat het bos een spookachtig tintje geeft.

Op dag 20 rest er ons enkel nog een klim van 2uur. We beslissen om ’s morgens vroeg te vertrekken, om zo voor te zijn op de wolken. En dat blijkt een slimme beslissing, want 2uur na onze aankomt op Base Camp zit de hele vallei onder de wolken en hebben we dus gedurende de hele tocht naar boven een prachtig zicht: rondom ons bevinden er zich 3 gletsjers en vele hoge pieken. Ik zou het zelf niet beter kunnen verwoorden, dus daarom hier de beschrijving uit de Lonely Planet:“ This trek goes into the centre of the Annapurna Range, a magnificent amphitheatre on a staggering scale. Glaciers and soaring peaks and a mysterious atmosphere create an unparalleled mountain experience.”

Op de terugweg richting Pokhara maken we nog een leuke tussenstop in Jhinu en genieten er van een hotspring midden in de bossen. We hebben de hotspring volledig voor onszelf en samen met Björn en Eddy beleven we er een erg ontspannende welness namiddag! De ideale afsluiter!


Wist je dat:

- Yaks enkel boven de 3200meter leven?
- Ze zowel in Indie als Nepal zakjes water ophangen om zo vliegen weg te jagen?
- Michael in de Andaman Islands door een wilde hond gebeten is? Gelukkig gedraagt hij zich voorlopig nog niet zo dol als een hond...
- Bamboe zodanig stevig is dat ze het hier gebruiken om stellingen mee te maken?
- Porters tussen 100 en 150 kg op hun rug dragen? Geen wonder dat ze erg traag wandelen...
- Michael zijn eigen muts crocheerde...
- je hier moet klikken als je ook eens in de Annapurna Base Camp wilt zijn...


1 mei 2010

Rishikesh > Andaman Islands

Eerst en vooral een dikke proficiat aan mijn allerliefste petekind Matisse met zijn 1ste communie! We vinden het zeer spijtig dat we er vandaag niet bij kunnen zijn maar via deze weg willen we tonen dat we zeker aan je denken! PROFICIAT!!!

Onze volgende bestemming bevindt zich op 8u rijden ten noorden van Delhi: Rishikesh, ook wel ‘The world capital of yoga’ genaamd. Maar vooraleer we ons verder verdiepen in de yogawereld, vertellen we jullie maar al te graag wat meer over een van onze meest speciale ervaringen in India: de “Kumbh Mela”. Kumbh Mela is een van ‘s werelds grootste religieuze festivals. Het festival duurt 4 maanden en vindt maar om de 4 jaar plaats, telkens op een plaats die volgens het hindoeisme heilig is. Wij kunnen dit speciale gebeuren gewoonweg niet missen! Dus hopsakee, op naar Haridwar, een pelgrimsoord niet ver van Rishikesh! Gedurende het festival zijn er een paar speciale ’Bathing days’, dagen waarop –je kunt het al raden- pelgrims van heinde en ver naar deze plaats komen om er een dipje in de heilige Ganges te nemen. Niettegenstaande het een hindoeistisch festival is, zijn alle religies welkom. Wijzelf genieten op deze dag van alle prachtige taferelen rondom ons: priesters doen allerhande puja’s (soort gebed met symbolen zoals een kaars...), mensen bidden en, last but not least, nemen 1000en pelgrims een dipje in de Ganges. In de voormiddag is er ook een stoet met gurus (=spirituele leraars) en hun nakomelingen, en met naga baba’s (=mannen die de verlichting willen bereiken door zich van de beschaving en al het materiele af te zetten, BELANGRIJK detail: ’al het materiele’ houdt ook in dat ze geen kleren dragen!!! Interessant :-) ). Na de stoet kuieren we wat door de immense tentenkampen die rond de stad opgebouwd zijn. Elke guru heeft hier zijn eigen kamp waar al zijn/haar volgelingen kunnen verblijven als ze naar de Kumbh Mela komen. Al snel worden we in zo’n kamp uitgenodigd om met hen mee te eten (ze geloven namelijk dat het hun karma verbetert door andere mensen een maaltijd te geven), en worden we door een naga baba uitgenodigd voor een babbel over een kopje chai en een goeie portie ganja (=hashish). Alhoewel, een babbel kun je het niet echt noemen want hij was zo stoned als een kieken en het enige zinnige dat uit zijn mond kwam was: ’no problem’. We sluiten deze mooie en speciale dag af op een hele toepasselijke manier: we nemen zelf een dipje in de Ganges!

Na een paar dagen rust in Rishikesh, een leuk stadje aan de voet van de Himalaya, begeven we ons naar Phool Chatti Ashram. Gedurende 7 dagen worden we te midden een prachtig stukje natuur naast de Ganges geinitieerd in Hatha en Ashtanga yoga en verschillende vormen van meditatie. Bovendien doen we dagelijks een ’nose cleaning’ met een ’netty pot ’(zie fotos om te zien hoe dat juist in zijn werk gaat). De eerste keer is het wel een raar gevoel maar na een paar dagen voel je merkelijk een verschil! Bovendien hebben we iedere dag een discussiemoment over de verschillende aspecten van yoga en doen we iedere dag een ’mindful walk’ in de prachtige natuur rond de ashram. Tijdens deze week wordt ook, naast de yoga en meditatie, de nadruk gelegd op het ’in het nu leven’. We krijgen namelijk dagelijks de opdracht om onze gedachten zo weinig mogelijk te laten afdwalen en zoveel mogelijk in het nu te leven, dit vooral tijdens de ’mindful walks’ en de maaltijden. Echt niet simpel hoor, want onze ’monkey brain’, zoals Lalita Ji het zo mooi noemt, is moeilijk onder bedwang te houden! Met een ’monkey brain’ bedoelt ze een constante gedachtengang: je denkt aan een leuke dag met een vriend aan het strand, dan verspringen je gedachten naar het kapsel van die vriend, dan weer naar ’ik zal straks een afspraak maken bij de kapper’... Het is dan ook een heuse uitdaging voor ons om te leren mediteren, maar oefening baart kunst zeggen ze. Om zoveel mogelijk in het nu te leven, wordt er ’s morgens niet gepraat en wordt er ook tijdens de maaltijden gevraagd om te zwijgen. De stilte die mij eerst afschrikt, blijkt achteraf enorm rustgevend en een ideaal hulpmiddel om meer bewust te worden van het ’nu’.

Na een week rust en stilte volgen we de Ganges in zuidelijke richting naar de stad waar deze rivier een heel erg speciale betekenis heeft: Varanasi, de stad waar de meest intieme rituelen van leven en dood in het openbaar plaatsvinden aan de oevers van de ”Mother Ganges”.

Het contrast met de rust en stilte van de ahram is groot, maar al snel maakt Varanasi een erg diepe indruk. Op een boottochtje zien we hoe het leven zich langs de oevers van de Ganges afspeelt: mensen doen er hun was en plas, kinderen spelen waterspelletjes, priesters doen er hun puja’s, ’s avonds stroomt het vol voor de dagelijkse ’arti’ (=soort puja met vuur) en pelgrims komen van heinde en ver voor hun ’dipje’ in de heilige rivier. Sommigen komen ook voor een ’drankje’... En we zien dit alles terwijl we de riolen doodleuk in de ganges zien uitmonden, en terwijl we weten dat het water zodanig vervuild is dat de aanwezigheid van uitwerpselen op sommige plaatsen 250 duizend (!) keer hoger ligt dan de norm die de Wereldgezondheidsorganisatie hanteert.

Hetgeen ons het meeste zal bijblijven van Varanasi is ongetwijfeld de ’Burning Ghats’, de crematieplaatsen. We kijken tegelijk gruwend en genietend toe hoe lichamen op een brandstapel gelegd worden, het is een onbeschrijflijk gevoel... De hele symboliek achter het ritueel ontroert ons. Want het houdt veel meer in dan we eerst dachten: zo moet de oudste zoon van de gestorvene zich eerst wassen in de Ganges, zijn haar afscheren en zich in witte kledij hullen alvorens hij de brandstapel met het eeuwig vuur ontsteekt, dat de hele famillie niet mag wenen maar blij en opgewekt moeten zijn tijdens de crematie om de dode positieve energie mee te geven enz ...

Na de voorbije maanden constant ondergedompeld geweest te zijn in het hindoeisme, beslissen we ons nu richting Bodh Gaya te begeven, een van de belangrijkste boeddhistische pelgrimsoorden. Siddharta gautama bereikte hier namelijk de verlichting onder de ’Bodhi Tree’. De tempel rond de beroemde Bodhi tree is leuk om te zien, maar de sfeer is des te impressionanter. Er hangt een rustgevende sfeer, wat een welgekomen afwisseling is na de superdrukke hindoeistische tempels. Rondom de Bodhi Tree zijn boeddhistische tempels van China, Thailand, Nepal... gebouwd. En hierdoor baadt het stadje in een total andere sfeer dan we gewoon zijn.

En nu, na 4 maanden reizen in het drukke Indie, hebben we nood aan ontspanning, nood aan rust… nood aan een vakantie buiten Indie maar tegelijkertijd toch ook een beetje in Indie… En welke plaats is daar beter geschikt voor dan ‘The Andaman and Nicobar Islands’. Dit nog redelijk ongerepte paradijs bevindt zich eigenlijk zo goed als in Thailand, maar behoort nog tot Indisch landgebied. Als twee kleine kinderen staan we beiden te popelen om het vliegtuig op te stappen in Calcutta. En de bewondering is dan ook groot als we boven de prachtige eilanden vliegen. Langzamerhand komen we dichter en kunnen we de prachtige reefs en koraalwitte stranden zien omringd door vele palmbomen... WAUW! We gaan een prachtige 3 weken tegemoet! Dat denken we dan toch.. want de enkele minuten nadat we de landing gestart hebben, bevinden we ons plots weer boven de wolken... Een 2e landingspoging mag ook niet baten, want er hangt een zichtversperrende wolk in onze weg! En wat meldt onze piloot ons 10 minuten later doodleuk? Dat we niet genoeg benzine hebben om nog een 3e landingspoging te ondernemen, waardoor we dus terug naar Calcutta moeten! Dan maar een nachtje in de luchthaven doorbrengen alvorens we de volgende dag een nieuwe poging ondernemen, en jawel, de verdomde wolk heeft onze gebeden aanhoord: we kunnen landen!

We plannen om ons eerst richting ’Havelock Island’ te begeven, maar doordat we nog steeds als 2 kleine kinderen staan te popelen om aan land te gaan, mislukt onze poging … We zijn zodanig onder de indruk van de prachtige stranden en reefs dat we onmiddellijk van de boot stappen, terwijl we eigenlijk nog een uurtje langer hadden moeten varen... Nadat we een paar kaartjes van resorts bekijken, valt onze euro: we zijn precies niet op ‘Havelock’ he? Nee, we zijn op ‘Neil Island’. Maar ja, wat maakt het ook uit, het is een prachtig klein eilandje van 8 km lang en we kunnen het nu maar beter verkennen! Een paar dagen worden een week, en uiteindelijk 2 weken... van veel lezen, snorkelen, duiken en uit eten gaan in ons lokaal restaurantje. Het snorkelen en duiken is gewoonweg onbeschrijfelijk: we zien 100en vissen in alle kleuren van de regenboog, prachtige koralen, een schildpad die doodleuk naast je komt zwemmen... Spijtig dat we geen fotos hebben, maar denk gewoon aan de vele prachtige documentaires op televisie, en je kunt het je al voorstellen... Een klein detail is wel dat onze eerste snorkeluitstap uitdraaide op een paar dagen afzien. We waren nl. zo rood als een kreeft (ja mama we weten het...). Zonnen op het strand gaat hier spijtig genoeg niet altijd, want als er geen wind is, zitten er irritante mini-vliegjes (sandflies) die zorgen voor hevige jeukaanvallen! Van zodra je begint te krabben, ben je gezien, want in no time ontsteken de wondjes en mag je antibiotica slikken. Dus afblijven is de boodschap! Gelukkig hebben we genoeg discipline om eraf te bijven. Zo zie je maar, het is niet allemaal rozegeur en maneschijn op een paradijselijk eiland... Voor de rest doet Michael zijn Padi duikcursus en overwin ik mijn angsten door mij aan een ’Discovery dive’ te wagen. Een onvergetelijke ervaring voor ons beiden...

Nadat we tot het besef komen dat we nog maar een week overhebben op deze droomeilanden, beslissen we om nog een 2e eiland te verkennen: Havelock. Dit eiland is het meest toeristisch waardoor onze verwachtingen niet zo hoog liggen. Maar we leren al snel toffe mensen kennen waarmee we leuke uitstapjes maken, een onvergetelijke bbq op het strand organiseren (zonder sandflies), leuke feestjes mee bouwen... Als afsluiter van de Andaman Islands gaan we op daguitstap naar het eilandje South Button. Dit eiland staat bekend om zijn prachtige koralen, en amaaai, we kunnen dit alleen maar bevestigen. Het is een onbeschrijflijk gevoel om zo’n prachtige onderwaterwereld te mogen aanschouwen...

Met spijt in het hart stappen we opnieuw het vliegtuig in richting het vasteland, maar andere avonturen staan ons te wachten! Nu kunnen we er weer tegenaan, nu zullen we in Nepal met gemak de bergen opkunnen!