Na vier dagen reizen per boot, vliegtuig, trein en bus, bevinden we ons nu in het tegenovergestelde landschap van paradijselijke stranden op de Andaman Islands: de Himalayas, ofwel het dak van de wereld! We wagen ons aan het Annapurna Circuit, een 16-daagse trektocht die de Marsyangdi Khola rivier volgt langs de Annapurna Range met als hoogtepunt de Thorung-La pas, een beklimming van maar liefst 5416 meter hoog!
Hier staan we dan, aan de voet van het Himalaya gebergte, aan het begin van het Annapurna Circuit. Michael ziet het groots, want maar 5 à 6 uur per dag stappen, “dat is peanuts in vergelijking met de trektochten die we in Zwitserland deden”, denkt hij. Hij heeft een uitdaging nodig, dus we beslissen om “wat” (uhum) eten mee te doen, om zo wat te besparen op het dure eten in de bergen. Dus hier staan we dan, gepakt en gezakt met – hou je vast– 6kg muesli; 0,5 kg melkpoeder; 800gr snoep; 500gr koeken; 2 broden; 1 pot peanutbutter; 6 rollen wc-papier, 2 zakken notenmengeling; 2kg noodles; 0,5 kg ananas, en dat was het zowat wat betreft eten. Daarboven komt nog al ons toiletgerief, warme kledij, slaapzakken, een zakmes, leesboeken... Een uitdaging wordt het dus wel voor Michael, die met een zak van meer dan 20 kg vertrekt (!). Op dag 2 beseft hij maar al te goed wat voor een uitdaging het zal worden... Op zijn heupen komen na dag 2 namelijk een aantal schaafwonden te voorschijn! (En Michael die anders nooit blaren krijgt, kan er nu ook niet onderuit...). Hij beslist dan maar om met een handdoek in zijn broek te lopen om zo de druk op zijn heupen wat te verminderen... Ik kan een stiekeme glimlach niet onderdrukken...
De eerste dagen wandelen we door prachtige groene valleien die ons aan onze eigen Franse Alpen doen denken, maar met een compleet andere sfeer natuurlijk. De vele bruggen over de rivier zijn versierd met Tibetaanse vlaggetjes en hoe hoger we komen, hoe meer boeddhistische gompa’s we zien. Na een paar dagen stappen, kunnen we de eerste besneeuwde bergtoppen zien en krijgen we voor het eerst het gevoel dat we in het berglandschap komen dat je associeert met de Himalayas. Spijtig genoeg verandert het stralende weer van de 1e dagen nu in wat meer wind en bewolking en moeten we voor het eerst in maanden onze pull bovenhalen. De moed zakt ons wat in de schoenen, alhoewel we wisten dat dit het risico was van een trekking in de meimaand. Veel minder toeristen (in het hoogseizoen ong. 500 mensen per dag!), en dus bijgevolg niet het gevoel in een rij toeristen te lopen, maar wel meer kans op slecht weer... Bovendien willen onze voeten niet meer mee en krijgen we beiden te kampen met vele blaren. Toch blijft het landschap enorm fascinerend en verandert het na elke bocht.
Op dag 4 en 5 begint onze nieuwsgierigheid de bovenhand te krijgen bij het zien van stukken bergen, maar verstoppen wolken nog steeds het grootste deel van de pracht en praal. We wandelen langs erg impressionante rotsformaties, waaronder Pagunda Danda Rock face, een fantastisch resultaat van erosie door een gletsjer. We passeren ook vele mooie bergdorpjes, ontmoeten vele lieve Nepalezen en zwaar beladen porters. Het enige die ons tijdens die eerste dagen een beetje stoort, is het aanleggen van een baan, waardoor we soms niet echt het gevoel hebben op een bergpaadje te wandelen, maar eerder op een gravel road... Zoals overal ter wereld het spijtige gevolg van het opkomende toerisme... Maar gelukkig is er van dat alles na een paar dagen geen spoor meer te bekennen.
Op dag 5 staan we voor een dilemma: ofwel stoppen we in het dorpje Upper Pisang, ofwel stappen we nog 2 uur langer door tot in Gyaru. De steile klim van 2 uur is optioneel en enkel de moeite als het mooi weer is... en nu is het serieus bewolkt... Wat wordt het? Gaan we de zware klim aan met risico op geen zicht of gaan we positief denken en hopen op beter weer? Het wordt het laatste en 2 uur later komen we al puffend toe in het pittoreske, kleine dorpje Gyaru. De guesthouse is heel basic en het wordt een van de koudste douches ooit, maar we hebben er wel een erg grote kamer met een groot venster. Voldaan na onze lange en lastige wandeldag genieten we op het terras in onze warme slaapzak van een lekker noodlesoepje, een ‘milk tea’ en een ‘swiss rosti’ ( soort dikke pannenkoek met aardappelen). Zalig... En het wordt nog zaliger als het wat begint op te klaren en we de eerste, kleine stukjes van Annapurna II en III zien. We reppen ons vlug naar onze kamer en gapen met open mond naar het schouwspel van dansende wolken met hier en daar een stukje besneeuwde bergtop. Na 5 dagen stappen wordt onze nieuwsgierigheid nu echt wel groot en staan we te popelen om de eerste ‘giants’ van de Himalaya te mogen gadeslaan. Plots zien we – veel hoger dan we verwacht hadden – een piek opdoemen. En wat voor een piek! Zo hoog!!! We bevinden ons nu al op 3730 meter hoogte en de Annapurna II ( de 2e grootste van de Annapurna Range) is er wel 7937 meter! Als twee kleine kinderen stralen we van geluk en genieten we van elk klein stukje berg dat we nog meer te zien krijgen. De voldoening na de steile klim is groot...
We gaan de nacht in met een klein hartje, hopend dat God onze gebeden op mooi weer aanhoort... Door de spanning wordt Michael ’s nachts zelfs verschillende keren wakker om toch maar iets meer van de bergen te kunnen zien, maar helaas... de zon is nog niet van de partij. De ochtend nadien word ik om 5u door Michael bruusk wakker geschud, en waarom? Nadat ik de eerste zonnestralen op de pieken van de Annapurna Range zie, begrijp ik al snel de reden. Voor ons zien we een helderblauwe hemel, er is geen wolkje aan de lucht en amaaai... de bergen zijn nog veel mooier en impressionanter dan we het ons ook maar durfden voorstellen. Het wordt een onvergetelijke dag met prachtig weer en prachtige zichten de hele tocht door. Dit is het 5 dagen stappen echt wel waard... De hele dag door voelen we ons de grootste gelukzakken ter wereld: we wandelen op een van de mooiste plaatsen ter wereld en hebben stralend weer. En wat het nog zo veel leuker maakt, is dat we het pad volledig voor onszelf hebben en er geen 500 toeristen passeren (dit trouwens al vanaf dag 1)! Dit is het Nepal waar we zo lang naar verlangd hebben... ZALIG!
Na deze ongevetelijke wandeldag komen we toe in Manang, een dorpje op 3500 meter hoogte en de ideale plaats voor een rust- acclimatisatiedag. Vanaf 3000 meter hoogte heb je namelijk wat tijd nodig om te acclimatiseren aan de grote hoogte, om zo hoogteziekte te vermijden. Manang blijkt de ideale plaats voor die dag, want al snel lopen we een paar oude bekenden van de Andaman Islands tegen het lijf, waaronder Miika uit Finland! We kopen er een voorraad aan sporttape voor onze blaren en schaffen handschoenen en warme fleece aan voor onze grote klim richting Thorung La. De 2 volgende dagen worden opnieuw onvergetelijk: het weer blijft meezitten en we genieten van vele prachtige zichten. Kijk gewoon naar de fotos en je begrijpt onmiddellijk waarom. We hebben ook het geluk om een tiental erg grote vogels (soort van gieren) van heel dichtbij te zien. Een onbeschrijflijk gevoel... Ook vele zwaar beladen ezeltjes, kuddes berggeitjes en enkele yaks kruisen ons pad in dit prachtige stukje natuur.
Na 2 dagen geleidelijk aan klimmen om zo goed mogelijk te acclimatiseren aan de hoogte, komen we aan in Thorung Phedi. Phedi betekent ‘foot of the hill’ en daar is het ook, aan de voet van de 5416m hoge Thorung La. Nu begint het spannend te worden, want morgen is het DE dag, de dag waarop we 1 km moeten stijgen en 1,5 km moeten dalen. En op meer dan 4000m hoogte met veel minder zuurstof in de lucht is dat niet te onderschatten. De middag voor de grote klim genieten we nog van een zoveelste gezellige kaartnamiddag met Miika en Azeret, een toffe Mexicaanse. En het wordt echt wel gezellig als het bovendien nog begint te sneeuwen ook... Als dit nu maar geen sneeuwbui van verschillende dagen wordt, bidden we opnieuw tot God... Maar wanneer de volgende nacht de wekker om 3u30 afgaat (terwijl Michael eigenlijk alweer een uur wakker ligt van de spanning), springen we een gat in de lucht bij het zien van een heldere sterrenhemel! Om 5u ’s morgens vertrekken we vol goede moed richting de pas. En als je weet dat op zo’n grote hoogte heel traag stappen tijdens een steile klim net zo intensief is als lopen op zeeniveau, dan kun je wel begrijpen dat dit een heel erg intensieve dag wordt. Beetje per beetje gaan we hoger en hoger, en onze inspanningen worden dubbel en dik beloond met prachtige zichten op besneeuwde bergtoppen van de Himalaya! Na 5uur klimmen, samen 13 blaren en wat schaafwonden rijker, en enkele kilos aan eetwaren en twee teennagels lichter, komen we toe op het hoogste punt van het Annapurna Circuit: de Thorung-La op 5416m hoogte! Dat is een hoogteverschil van maar liefst 4000m in vergelijking met het startpunt van onze trektocht! Fier als we zijn trakteren we onszelf op een welverdiende mars- en toblerone bar en genieten we van onze overwinning! We did it!
Na een uur vertoefd te hebben op deze grote hoogte beginnen we beiden last te krijgen van hoofdpijn, 1 van de symptomen van AMS (hoogteziekte). Of hebben we te weinig gedronken en is het eigenlijk een symptoom van dehydratatie? We beslissen dus maar wijselijk om aan onze afdaling te beginnen. En maar goed ook, want de hoofdpijn belist om nog erger te worden en het wordt een helse afdaling voor ons alletwee! Gelukkig gaat de hoofdpijn 5uur later op 3710m hoogte weer weg. We genieten ’s avonds van een welverdiende ‘rasta tea’ (in ons Bob Marley hotel de naam voor thee met een “speciaal ingredient”) en yak sizzler. Deze specialiteit van de streek moeten we toch eens geproefd hebben he? Het is trouwens alweer een maand geleden dat we nog vlees aten! Michael spendeert de volgende nacht spijtig genoeg wel op het toilet door een voedselvergiftiging...
De volgende dag wordt onze 2e rustdag, aangezien Michael bijna niet geslapen heeft de voorbije nacht en de rust maar al te goed kan gebruiken. De plaats voor deze rustdag is het dorpje Muktinath dat in een speciale sfeer baadt. Niet alleen komen er van heinde en ver hindoeistische en boeddhistische pelgrims naar dit kleine bergdorpje aan de voet van de Thorung-La, maar bovendien bevindt het zich in een prachtig woestijnachtig landschap dat in schril contrast staat met de sneeuwtaferelen van de afgelopen dagen. Het is op zijn minst gezegd fascinerend...
Op dag 12 beginnen we aan de afdaling maar het slechte weer zorgt er al snel voor dat we halt houden in het middeleeuwse dorpje Kagbeni. Het wordt het begin van een zalig namiddagje kaarten (met warme kolen onder tafel om onze voeten warm te houden, gezellig...). De volgende dag beslissen we een kleine afwijking van het circuit te maken en de Golden Hill te beklimmen. De beschrijving op het bord deed ons namelijk al snel watertanden: “...a view up to the border of Tibet...”. En na een erg steile klim/klauterpartij van 2,5 uur valt onze mond gewoon open... De combinatie van een woestijnachtig landschap met besneeuwde toppen op de achtergrond en dit alles met zo goed als 360° zicht is –ja hier ben ik weer – onvergetelijk.... We slapen die nacht in Marpha, een dorpje dat bekend staat om z’n appels. We testen er meteen het hele assortiment uit (want fruit is bijna nergens verkrijgbaar tijdens de trektocht): appeltaart, appel brandy en appel cider... En wat een lekkere cider! We beslissen dan maar om 2 liter te kopen, want aja, onze voorraad aan muesli, noodles... begint serieus te slinken en Michael begint zich zo stilletjes aan een echte porter te voelen! Vanuit Marpha nemen we de bus richting Ghasa, want de winderige en stofferige Kali Gandaki vallei trekts ons niet echt aan. Bovendien is hier ook al een baan aangelegd, wat het zowieso al minder aantrekkelijk maakt. Maar avontuurlijk wordt de busrit wel! Zelfs onze tientallen busritten in Indie zijn niets in vergelijking met deze rit in een bus wannabe four wheel drive! We razen over de meest hobbelige wegen, nemen een shortcut door doodleuk in de rivierbedding te rijden, passeren ravijnen op luttele centimeters en rijden door watervallen om dan op een half uur van onze bestemming gedropt te worden in de ‘middle of nowhere’ omwille van een landverschuiving en de heraanleg van een brug. Wat een rit!
Op dag 15 beginnen we aan het laatste deel van het circuit: Poonhill. Professionele trekkers als we nu zijn (uhum), doen we de klim van 2km nu slechts op 7uur, maar eenmaal de top bereikt, zien we spijtig genoeg niets anders dan wolken... We beslissen dan maar om een dagje te wachten en te hopen op beter weer. En dat krijgen we dan ook! Op 3200m hoogte krijgen we een mooi overzicht over een deel van de Annapurna Range en de 7e hoogste berg ter wereld: de Dhaulaugiri. Maar door de grote groep toeristen en een zicht dat bijlange niet kan tippen aan onze Golden Hill, zijn we niet echt overtuigd en krijgen we honger naar meer. Dus waarom dan niet aan een 2e trekking beginnen? Annapurna Sanctuary, we komen eraan! Deze trek sluit perfect aan op het circuit en gaat tot in het hart van de Annapurna Range. De drie daaropvolgende dagen wandelen we door prachtige bossen richting Annapurna Base Camp. En opnieuw is het landschap zo verschillend dan alle andere bossen die we voorheen gezien hebben: het is een heel erg vochtig en groen bos met veel mossen. Bovendien wandelen we in het begin ook door de wolken, wat het bos een spookachtig tintje geeft.
Op dag 20 rest er ons enkel nog een klim van 2uur. We beslissen om ’s morgens vroeg te vertrekken, om zo voor te zijn op de wolken. En dat blijkt een slimme beslissing, want 2uur na onze aankomt op Base Camp zit de hele vallei onder de wolken en hebben we dus gedurende de hele tocht naar boven een prachtig zicht: rondom ons bevinden er zich 3 gletsjers en vele hoge pieken. Ik zou het zelf niet beter kunnen verwoorden, dus daarom hier de beschrijving uit de Lonely Planet:“ This trek goes into the centre of the Annapurna Range, a magnificent amphitheatre on a staggering scale. Glaciers and soaring peaks and a mysterious atmosphere create an unparalleled mountain experience.”
Op de terugweg richting Pokhara maken we nog een leuke tussenstop in Jhinu en genieten er van een hotspring midden in de bossen. We hebben de hotspring volledig voor onszelf en samen met Björn en Eddy beleven we er een erg ontspannende welness namiddag! De ideale afsluiter!
Wist je dat:
- Yaks enkel boven de 3200meter leven?
- Ze zowel in Indie als Nepal zakjes water ophangen om zo vliegen weg te jagen?
- Michael in de Andaman Islands door een wilde hond gebeten is? Gelukkig gedraagt hij zich voorlopig nog niet zo dol als een hond...
- Bamboe zodanig stevig is dat ze het hier gebruiken om stellingen mee te maken?
- Porters tussen 100 en 150 kg op hun rug dragen? Geen wonder dat ze erg traag wandelen...
- Michael zijn eigen muts crocheerde...
- je hier moet klikken als je ook eens in de Annapurna Base Camp wilt zijn...
29 mei 2010
1 mei 2010
Rishikesh > Andaman Islands
Labels:
Noord-India
Eerst en vooral een dikke proficiat aan mijn allerliefste petekind Matisse met zijn 1ste communie! We vinden het zeer spijtig dat we er vandaag niet bij kunnen zijn maar via deze weg willen we tonen dat we zeker aan je denken! PROFICIAT!!!
Onze volgende bestemming bevindt zich op 8u rijden ten noorden van Delhi: Rishikesh, ook wel ‘The world capital of yoga’ genaamd. Maar vooraleer we ons verder verdiepen in de yogawereld, vertellen we jullie maar al te graag wat meer over een van onze meest speciale ervaringen in India: de “Kumbh Mela”. Kumbh Mela is een van ‘s werelds grootste religieuze festivals. Het festival duurt 4 maanden en vindt maar om de 4 jaar plaats, telkens op een plaats die volgens het hindoeisme heilig is. Wij kunnen dit speciale gebeuren gewoonweg niet missen! Dus hopsakee, op naar Haridwar, een pelgrimsoord niet ver van Rishikesh! Gedurende het festival zijn er een paar speciale ’Bathing days’, dagen waarop –je kunt het al raden- pelgrims van heinde en ver naar deze plaats komen om er een dipje in de heilige Ganges te nemen. Niettegenstaande het een hindoeistisch festival is, zijn alle religies welkom. Wijzelf genieten op deze dag van alle prachtige taferelen rondom ons: priesters doen allerhande puja’s (soort gebed met symbolen zoals een kaars...), mensen bidden en, last but not least, nemen 1000en pelgrims een dipje in de Ganges. In de voormiddag is er ook een stoet met gurus (=spirituele leraars) en hun nakomelingen, en met naga baba’s (=mannen die de verlichting willen bereiken door zich van de beschaving en al het materiele af te zetten, BELANGRIJK detail: ’al het materiele’ houdt ook in dat ze geen kleren dragen!!! Interessant :-) ). Na de stoet kuieren we wat door de immense tentenkampen die rond de stad opgebouwd zijn. Elke guru heeft hier zijn eigen kamp waar al zijn/haar volgelingen kunnen verblijven als ze naar de Kumbh Mela komen. Al snel worden we in zo’n kamp uitgenodigd om met hen mee te eten (ze geloven namelijk dat het hun karma verbetert door andere mensen een maaltijd te geven), en worden we door een naga baba uitgenodigd voor een babbel over een kopje chai en een goeie portie ganja (=hashish). Alhoewel, een babbel kun je het niet echt noemen want hij was zo stoned als een kieken en het enige zinnige dat uit zijn mond kwam was: ’no problem’. We sluiten deze mooie en speciale dag af op een hele toepasselijke manier: we nemen zelf een dipje in de Ganges!
Na een paar dagen rust in Rishikesh, een leuk stadje aan de voet van de Himalaya, begeven we ons naar Phool Chatti Ashram. Gedurende 7 dagen worden we te midden een prachtig stukje natuur naast de Ganges geinitieerd in Hatha en Ashtanga yoga en verschillende vormen van meditatie. Bovendien doen we dagelijks een ’nose cleaning’ met een ’netty pot ’(zie fotos om te zien hoe dat juist in zijn werk gaat). De eerste keer is het wel een raar gevoel maar na een paar dagen voel je merkelijk een verschil! Bovendien hebben we iedere dag een discussiemoment over de verschillende aspecten van yoga en doen we iedere dag een ’mindful walk’ in de prachtige natuur rond de ashram. Tijdens deze week wordt ook, naast de yoga en meditatie, de nadruk gelegd op het ’in het nu leven’. We krijgen namelijk dagelijks de opdracht om onze gedachten zo weinig mogelijk te laten afdwalen en zoveel mogelijk in het nu te leven, dit vooral tijdens de ’mindful walks’ en de maaltijden. Echt niet simpel hoor, want onze ’monkey brain’, zoals Lalita Ji het zo mooi noemt, is moeilijk onder bedwang te houden! Met een ’monkey brain’ bedoelt ze een constante gedachtengang: je denkt aan een leuke dag met een vriend aan het strand, dan verspringen je gedachten naar het kapsel van die vriend, dan weer naar ’ik zal straks een afspraak maken bij de kapper’... Het is dan ook een heuse uitdaging voor ons om te leren mediteren, maar oefening baart kunst zeggen ze. Om zoveel mogelijk in het nu te leven, wordt er ’s morgens niet gepraat en wordt er ook tijdens de maaltijden gevraagd om te zwijgen. De stilte die mij eerst afschrikt, blijkt achteraf enorm rustgevend en een ideaal hulpmiddel om meer bewust te worden van het ’nu’.
Na een week rust en stilte volgen we de Ganges in zuidelijke richting naar de stad waar deze rivier een heel erg speciale betekenis heeft: Varanasi, de stad waar de meest intieme rituelen van leven en dood in het openbaar plaatsvinden aan de oevers van de ”Mother Ganges”.
Het contrast met de rust en stilte van de ahram is groot, maar al snel maakt Varanasi een erg diepe indruk. Op een boottochtje zien we hoe het leven zich langs de oevers van de Ganges afspeelt: mensen doen er hun was en plas, kinderen spelen waterspelletjes, priesters doen er hun puja’s, ’s avonds stroomt het vol voor de dagelijkse ’arti’ (=soort puja met vuur) en pelgrims komen van heinde en ver voor hun ’dipje’ in de heilige rivier. Sommigen komen ook voor een ’drankje’... En we zien dit alles terwijl we de riolen doodleuk in de ganges zien uitmonden, en terwijl we weten dat het water zodanig vervuild is dat de aanwezigheid van uitwerpselen op sommige plaatsen 250 duizend (!) keer hoger ligt dan de norm die de Wereldgezondheidsorganisatie hanteert.
Hetgeen ons het meeste zal bijblijven van Varanasi is ongetwijfeld de ’Burning Ghats’, de crematieplaatsen. We kijken tegelijk gruwend en genietend toe hoe lichamen op een brandstapel gelegd worden, het is een onbeschrijflijk gevoel... De hele symboliek achter het ritueel ontroert ons. Want het houdt veel meer in dan we eerst dachten: zo moet de oudste zoon van de gestorvene zich eerst wassen in de Ganges, zijn haar afscheren en zich in witte kledij hullen alvorens hij de brandstapel met het eeuwig vuur ontsteekt, dat de hele famillie niet mag wenen maar blij en opgewekt moeten zijn tijdens de crematie om de dode positieve energie mee te geven enz ...
Na de voorbije maanden constant ondergedompeld geweest te zijn in het hindoeisme, beslissen we ons nu richting Bodh Gaya te begeven, een van de belangrijkste boeddhistische pelgrimsoorden. Siddharta gautama bereikte hier namelijk de verlichting onder de ’Bodhi Tree’. De tempel rond de beroemde Bodhi tree is leuk om te zien, maar de sfeer is des te impressionanter. Er hangt een rustgevende sfeer, wat een welgekomen afwisseling is na de superdrukke hindoeistische tempels. Rondom de Bodhi Tree zijn boeddhistische tempels van China, Thailand, Nepal... gebouwd. En hierdoor baadt het stadje in een total andere sfeer dan we gewoon zijn.
En nu, na 4 maanden reizen in het drukke Indie, hebben we nood aan ontspanning, nood aan rust… nood aan een vakantie buiten Indie maar tegelijkertijd toch ook een beetje in Indie… En welke plaats is daar beter geschikt voor dan ‘The Andaman and Nicobar Islands’. Dit nog redelijk ongerepte paradijs bevindt zich eigenlijk zo goed als in Thailand, maar behoort nog tot Indisch landgebied. Als twee kleine kinderen staan we beiden te popelen om het vliegtuig op te stappen in Calcutta. En de bewondering is dan ook groot als we boven de prachtige eilanden vliegen. Langzamerhand komen we dichter en kunnen we de prachtige reefs en koraalwitte stranden zien omringd door vele palmbomen... WAUW! We gaan een prachtige 3 weken tegemoet! Dat denken we dan toch.. want de enkele minuten nadat we de landing gestart hebben, bevinden we ons plots weer boven de wolken... Een 2e landingspoging mag ook niet baten, want er hangt een zichtversperrende wolk in onze weg! En wat meldt onze piloot ons 10 minuten later doodleuk? Dat we niet genoeg benzine hebben om nog een 3e landingspoging te ondernemen, waardoor we dus terug naar Calcutta moeten! Dan maar een nachtje in de luchthaven doorbrengen alvorens we de volgende dag een nieuwe poging ondernemen, en jawel, de verdomde wolk heeft onze gebeden aanhoord: we kunnen landen!
We plannen om ons eerst richting ’Havelock Island’ te begeven, maar doordat we nog steeds als 2 kleine kinderen staan te popelen om aan land te gaan, mislukt onze poging … We zijn zodanig onder de indruk van de prachtige stranden en reefs dat we onmiddellijk van de boot stappen, terwijl we eigenlijk nog een uurtje langer hadden moeten varen... Nadat we een paar kaartjes van resorts bekijken, valt onze euro: we zijn precies niet op ‘Havelock’ he? Nee, we zijn op ‘Neil Island’. Maar ja, wat maakt het ook uit, het is een prachtig klein eilandje van 8 km lang en we kunnen het nu maar beter verkennen! Een paar dagen worden een week, en uiteindelijk 2 weken... van veel lezen, snorkelen, duiken en uit eten gaan in ons lokaal restaurantje. Het snorkelen en duiken is gewoonweg onbeschrijfelijk: we zien 100en vissen in alle kleuren van de regenboog, prachtige koralen, een schildpad die doodleuk naast je komt zwemmen... Spijtig dat we geen fotos hebben, maar denk gewoon aan de vele prachtige documentaires op televisie, en je kunt het je al voorstellen... Een klein detail is wel dat onze eerste snorkeluitstap uitdraaide op een paar dagen afzien. We waren nl. zo rood als een kreeft (ja mama we weten het...). Zonnen op het strand gaat hier spijtig genoeg niet altijd, want als er geen wind is, zitten er irritante mini-vliegjes (sandflies) die zorgen voor hevige jeukaanvallen! Van zodra je begint te krabben, ben je gezien, want in no time ontsteken de wondjes en mag je antibiotica slikken. Dus afblijven is de boodschap! Gelukkig hebben we genoeg discipline om eraf te bijven. Zo zie je maar, het is niet allemaal rozegeur en maneschijn op een paradijselijk eiland... Voor de rest doet Michael zijn Padi duikcursus en overwin ik mijn angsten door mij aan een ’Discovery dive’ te wagen. Een onvergetelijke ervaring voor ons beiden...
Nadat we tot het besef komen dat we nog maar een week overhebben op deze droomeilanden, beslissen we om nog een 2e eiland te verkennen: Havelock. Dit eiland is het meest toeristisch waardoor onze verwachtingen niet zo hoog liggen. Maar we leren al snel toffe mensen kennen waarmee we leuke uitstapjes maken, een onvergetelijke bbq op het strand organiseren (zonder sandflies), leuke feestjes mee bouwen... Als afsluiter van de Andaman Islands gaan we op daguitstap naar het eilandje South Button. Dit eiland staat bekend om zijn prachtige koralen, en amaaai, we kunnen dit alleen maar bevestigen. Het is een onbeschrijflijk gevoel om zo’n prachtige onderwaterwereld te mogen aanschouwen...
Met spijt in het hart stappen we opnieuw het vliegtuig in richting het vasteland, maar andere avonturen staan ons te wachten! Nu kunnen we er weer tegenaan, nu zullen we in Nepal met gemak de bergen opkunnen!
Onze volgende bestemming bevindt zich op 8u rijden ten noorden van Delhi: Rishikesh, ook wel ‘The world capital of yoga’ genaamd. Maar vooraleer we ons verder verdiepen in de yogawereld, vertellen we jullie maar al te graag wat meer over een van onze meest speciale ervaringen in India: de “Kumbh Mela”. Kumbh Mela is een van ‘s werelds grootste religieuze festivals. Het festival duurt 4 maanden en vindt maar om de 4 jaar plaats, telkens op een plaats die volgens het hindoeisme heilig is. Wij kunnen dit speciale gebeuren gewoonweg niet missen! Dus hopsakee, op naar Haridwar, een pelgrimsoord niet ver van Rishikesh! Gedurende het festival zijn er een paar speciale ’Bathing days’, dagen waarop –je kunt het al raden- pelgrims van heinde en ver naar deze plaats komen om er een dipje in de heilige Ganges te nemen. Niettegenstaande het een hindoeistisch festival is, zijn alle religies welkom. Wijzelf genieten op deze dag van alle prachtige taferelen rondom ons: priesters doen allerhande puja’s (soort gebed met symbolen zoals een kaars...), mensen bidden en, last but not least, nemen 1000en pelgrims een dipje in de Ganges. In de voormiddag is er ook een stoet met gurus (=spirituele leraars) en hun nakomelingen, en met naga baba’s (=mannen die de verlichting willen bereiken door zich van de beschaving en al het materiele af te zetten, BELANGRIJK detail: ’al het materiele’ houdt ook in dat ze geen kleren dragen!!! Interessant :-) ). Na de stoet kuieren we wat door de immense tentenkampen die rond de stad opgebouwd zijn. Elke guru heeft hier zijn eigen kamp waar al zijn/haar volgelingen kunnen verblijven als ze naar de Kumbh Mela komen. Al snel worden we in zo’n kamp uitgenodigd om met hen mee te eten (ze geloven namelijk dat het hun karma verbetert door andere mensen een maaltijd te geven), en worden we door een naga baba uitgenodigd voor een babbel over een kopje chai en een goeie portie ganja (=hashish). Alhoewel, een babbel kun je het niet echt noemen want hij was zo stoned als een kieken en het enige zinnige dat uit zijn mond kwam was: ’no problem’. We sluiten deze mooie en speciale dag af op een hele toepasselijke manier: we nemen zelf een dipje in de Ganges!
Na een paar dagen rust in Rishikesh, een leuk stadje aan de voet van de Himalaya, begeven we ons naar Phool Chatti Ashram. Gedurende 7 dagen worden we te midden een prachtig stukje natuur naast de Ganges geinitieerd in Hatha en Ashtanga yoga en verschillende vormen van meditatie. Bovendien doen we dagelijks een ’nose cleaning’ met een ’netty pot ’(zie fotos om te zien hoe dat juist in zijn werk gaat). De eerste keer is het wel een raar gevoel maar na een paar dagen voel je merkelijk een verschil! Bovendien hebben we iedere dag een discussiemoment over de verschillende aspecten van yoga en doen we iedere dag een ’mindful walk’ in de prachtige natuur rond de ashram. Tijdens deze week wordt ook, naast de yoga en meditatie, de nadruk gelegd op het ’in het nu leven’. We krijgen namelijk dagelijks de opdracht om onze gedachten zo weinig mogelijk te laten afdwalen en zoveel mogelijk in het nu te leven, dit vooral tijdens de ’mindful walks’ en de maaltijden. Echt niet simpel hoor, want onze ’monkey brain’, zoals Lalita Ji het zo mooi noemt, is moeilijk onder bedwang te houden! Met een ’monkey brain’ bedoelt ze een constante gedachtengang: je denkt aan een leuke dag met een vriend aan het strand, dan verspringen je gedachten naar het kapsel van die vriend, dan weer naar ’ik zal straks een afspraak maken bij de kapper’... Het is dan ook een heuse uitdaging voor ons om te leren mediteren, maar oefening baart kunst zeggen ze. Om zoveel mogelijk in het nu te leven, wordt er ’s morgens niet gepraat en wordt er ook tijdens de maaltijden gevraagd om te zwijgen. De stilte die mij eerst afschrikt, blijkt achteraf enorm rustgevend en een ideaal hulpmiddel om meer bewust te worden van het ’nu’.
Na een week rust en stilte volgen we de Ganges in zuidelijke richting naar de stad waar deze rivier een heel erg speciale betekenis heeft: Varanasi, de stad waar de meest intieme rituelen van leven en dood in het openbaar plaatsvinden aan de oevers van de ”Mother Ganges”.
Het contrast met de rust en stilte van de ahram is groot, maar al snel maakt Varanasi een erg diepe indruk. Op een boottochtje zien we hoe het leven zich langs de oevers van de Ganges afspeelt: mensen doen er hun was en plas, kinderen spelen waterspelletjes, priesters doen er hun puja’s, ’s avonds stroomt het vol voor de dagelijkse ’arti’ (=soort puja met vuur) en pelgrims komen van heinde en ver voor hun ’dipje’ in de heilige rivier. Sommigen komen ook voor een ’drankje’... En we zien dit alles terwijl we de riolen doodleuk in de ganges zien uitmonden, en terwijl we weten dat het water zodanig vervuild is dat de aanwezigheid van uitwerpselen op sommige plaatsen 250 duizend (!) keer hoger ligt dan de norm die de Wereldgezondheidsorganisatie hanteert.
Hetgeen ons het meeste zal bijblijven van Varanasi is ongetwijfeld de ’Burning Ghats’, de crematieplaatsen. We kijken tegelijk gruwend en genietend toe hoe lichamen op een brandstapel gelegd worden, het is een onbeschrijflijk gevoel... De hele symboliek achter het ritueel ontroert ons. Want het houdt veel meer in dan we eerst dachten: zo moet de oudste zoon van de gestorvene zich eerst wassen in de Ganges, zijn haar afscheren en zich in witte kledij hullen alvorens hij de brandstapel met het eeuwig vuur ontsteekt, dat de hele famillie niet mag wenen maar blij en opgewekt moeten zijn tijdens de crematie om de dode positieve energie mee te geven enz ...
Na de voorbije maanden constant ondergedompeld geweest te zijn in het hindoeisme, beslissen we ons nu richting Bodh Gaya te begeven, een van de belangrijkste boeddhistische pelgrimsoorden. Siddharta gautama bereikte hier namelijk de verlichting onder de ’Bodhi Tree’. De tempel rond de beroemde Bodhi tree is leuk om te zien, maar de sfeer is des te impressionanter. Er hangt een rustgevende sfeer, wat een welgekomen afwisseling is na de superdrukke hindoeistische tempels. Rondom de Bodhi Tree zijn boeddhistische tempels van China, Thailand, Nepal... gebouwd. En hierdoor baadt het stadje in een total andere sfeer dan we gewoon zijn.
En nu, na 4 maanden reizen in het drukke Indie, hebben we nood aan ontspanning, nood aan rust… nood aan een vakantie buiten Indie maar tegelijkertijd toch ook een beetje in Indie… En welke plaats is daar beter geschikt voor dan ‘The Andaman and Nicobar Islands’. Dit nog redelijk ongerepte paradijs bevindt zich eigenlijk zo goed als in Thailand, maar behoort nog tot Indisch landgebied. Als twee kleine kinderen staan we beiden te popelen om het vliegtuig op te stappen in Calcutta. En de bewondering is dan ook groot als we boven de prachtige eilanden vliegen. Langzamerhand komen we dichter en kunnen we de prachtige reefs en koraalwitte stranden zien omringd door vele palmbomen... WAUW! We gaan een prachtige 3 weken tegemoet! Dat denken we dan toch.. want de enkele minuten nadat we de landing gestart hebben, bevinden we ons plots weer boven de wolken... Een 2e landingspoging mag ook niet baten, want er hangt een zichtversperrende wolk in onze weg! En wat meldt onze piloot ons 10 minuten later doodleuk? Dat we niet genoeg benzine hebben om nog een 3e landingspoging te ondernemen, waardoor we dus terug naar Calcutta moeten! Dan maar een nachtje in de luchthaven doorbrengen alvorens we de volgende dag een nieuwe poging ondernemen, en jawel, de verdomde wolk heeft onze gebeden aanhoord: we kunnen landen!
We plannen om ons eerst richting ’Havelock Island’ te begeven, maar doordat we nog steeds als 2 kleine kinderen staan te popelen om aan land te gaan, mislukt onze poging … We zijn zodanig onder de indruk van de prachtige stranden en reefs dat we onmiddellijk van de boot stappen, terwijl we eigenlijk nog een uurtje langer hadden moeten varen... Nadat we een paar kaartjes van resorts bekijken, valt onze euro: we zijn precies niet op ‘Havelock’ he? Nee, we zijn op ‘Neil Island’. Maar ja, wat maakt het ook uit, het is een prachtig klein eilandje van 8 km lang en we kunnen het nu maar beter verkennen! Een paar dagen worden een week, en uiteindelijk 2 weken... van veel lezen, snorkelen, duiken en uit eten gaan in ons lokaal restaurantje. Het snorkelen en duiken is gewoonweg onbeschrijfelijk: we zien 100en vissen in alle kleuren van de regenboog, prachtige koralen, een schildpad die doodleuk naast je komt zwemmen... Spijtig dat we geen fotos hebben, maar denk gewoon aan de vele prachtige documentaires op televisie, en je kunt het je al voorstellen... Een klein detail is wel dat onze eerste snorkeluitstap uitdraaide op een paar dagen afzien. We waren nl. zo rood als een kreeft (ja mama we weten het...). Zonnen op het strand gaat hier spijtig genoeg niet altijd, want als er geen wind is, zitten er irritante mini-vliegjes (sandflies) die zorgen voor hevige jeukaanvallen! Van zodra je begint te krabben, ben je gezien, want in no time ontsteken de wondjes en mag je antibiotica slikken. Dus afblijven is de boodschap! Gelukkig hebben we genoeg discipline om eraf te bijven. Zo zie je maar, het is niet allemaal rozegeur en maneschijn op een paradijselijk eiland... Voor de rest doet Michael zijn Padi duikcursus en overwin ik mijn angsten door mij aan een ’Discovery dive’ te wagen. Een onvergetelijke ervaring voor ons beiden...
Nadat we tot het besef komen dat we nog maar een week overhebben op deze droomeilanden, beslissen we om nog een 2e eiland te verkennen: Havelock. Dit eiland is het meest toeristisch waardoor onze verwachtingen niet zo hoog liggen. Maar we leren al snel toffe mensen kennen waarmee we leuke uitstapjes maken, een onvergetelijke bbq op het strand organiseren (zonder sandflies), leuke feestjes mee bouwen... Als afsluiter van de Andaman Islands gaan we op daguitstap naar het eilandje South Button. Dit eiland staat bekend om zijn prachtige koralen, en amaaai, we kunnen dit alleen maar bevestigen. Het is een onbeschrijflijk gevoel om zo’n prachtige onderwaterwereld te mogen aanschouwen...
Met spijt in het hart stappen we opnieuw het vliegtuig in richting het vasteland, maar andere avonturen staan ons te wachten! Nu kunnen we er weer tegenaan, nu zullen we in Nepal met gemak de bergen opkunnen!
Abonneren op:
Posts (Atom)
